Een vroege aardappel. Kruimig.

Ras DORÉ  Eersteling x (Record x (Bravo x Alpha))

Vroegrijpheid = Zeer vroeg

Kiemrust = Kort tot middenlang

Loofontwikkeling = Vrij goed

Schilkleur = Geel

Vleeskleur = Geel

Knolvorm = Ovaal

Vlakheid van ogen = Vlakogig

Grootte van de knollen = Groot

Opbrengst = Laag

Drogestofgehalte = Hoog

Kooktype = Redelijk vastkokend tot melig

Geschikt voor = Verse consumptie

Resistentie tegen bladrolvirus = Matig resistent

Resistentie tegen A-virus = Zeer vatbaar

Resistentie tegen X-virus = Matig resistent

Resistentie tegen Yn-virus = Vatbaar

Resistentie tegen phytophthora (loof) = Zeer vatbaar

Resistentie tegen phytophthora (knol) = Redelijk resistent

Wratziekte (fysio 1) = Resistent

Schurft = Vatbaar

Resistentie tegen stootblauw = Redelijk resistent

Morphologische kenmerken
Plant - middelmatig, bladtype loof structuur; stengels met lichte anthocyaan verkleuring; groot tot zeer groot, midden groen blad, gesloten bladsilhouet; weinig bloeiend.
Knollen - ovaal; gele, ruwe schil; geel vlees; vlakogig.
Lichtkiem - midden groot, dik cylindrisch, matige anthocyaan verkleuring en zwak behaard aan basis; kiemtop klein tot midden groot met matige tot lichte anthocyaan verkleuring; weinig wortelpuntjes.aardappelen zelf telen

Doré is in 1939 ontstaan uit de volgende kruising: Eersteling x [Record x (Bravo x Alpha)] en in 1947 in de handel gebracht. De kruising is gemaakt door I.H. Bierma.

Doré is een zeer vroeg tot vroeg consumptieaardappelras en heeft geelvlezige, rondovale, vlakogige knollen met een bruine schil. De consumptiekwaliteit is aanmerkelijk beter dan die van de andere vroege rassen. Dit ras kan het beste op kleigrond en goede zandgrond geteeld worden. Op zandgrond kunnen holle knollen gevormd worden.

Het loof is middenhoog en vrij stevig. De geveerde bladeren hebben smalle deelblaadjes. De bloem is wit.
De gekookte aardappel is kruimig en heeft een goede smaak.

Algemeen:

De aardappel: Solanum tuberosum. (Solanum komt van solanine de giftige stof die in de vrucht zit, niet in de knol).

De Latijnse benaming Solanaceae zou staan voor 'troostrijke knol'.
Familie: Nachtschadigen
Afkomst vanuit het Andesgebergte in Zuid-Amerika. Werd ingevoerd in Spanje, en nadien over gans Europa verspreid.

Bloeiwijze: De bloemen zijn wit tot violet, paars van kleur en staan in bijschermen. Een bloem bestaat uit 5 vergroeide kelkblaadjes.
De kleine 'bolletjes' die op kleine tomaatjes lijken zijn eigenlijk de vruchten deze zijn zeer giftig. (bij tomaat dan juist weer niet!).

Pootmaat in mm:

25/28 kriel
28/35 driel
35/40 middel
40/45 middel
50/55 bonk
Teelt: vroege, halfvroege, halflate tot late soorten. Data afhankelijk van de soorten.
Opgelet: loofsterfte kan reeds vanaf -1°C.

Vroege aanplanting kan vanaf midden maart tot midden april. (weinig ziekten, doch kans op vorst). ---> max. 3 maanden op het veld staan
halfvroege vanaf midden maart tot einde april.---> max. 5 maanden op het veld staan
halflate begin april tot einde april ---> max. 5 maanden op het veld staan
late vanaf april tot einde mei ----> max. 5 1/2 maanden tot loofsterfte
Let op: plant slechts 1 maal om de 4 jaar aardappelen op hetzelfde perceel. (teeltafwisseling of wisselbouw).
Hou tevens rekening met andere nachtschadefamilies (tomaat, paprika, pepers, aubergine,tabaksplant, bilzekruid,...)
Gebruik resistente pootsoorten, deze geven minder kans op ziekten.

Bemesting:
Alvorens we over gaan tot het poten van de pootaardappel, moeten we eerst de grond voldoende verrijkt hebben met verteerde stalmest.
Soms hoor je ook al eens spreken van composttoevoeging, daar dit zorgt voor het vasthouden van vocht bij zandige bodems. Ikzelf ben er eigenlijk geen voorstander van, daar compost dikwijls schimmels en andere ziekten bevat die bij regenweer makkelijk opspat op het loof. Dit kan op zijn beurt voor allerlei ziekten zorgen.
De normale bemesting doen we op het eind van het seizoen, net voor de winter komt opzetten. We verdelen de mest over de grond en werken dit onder met een riek, de wormen zullen de rest wel verder doen. Het is heel belangrijk de grond niet om te ploegen, daar zo de bacteriebodem optimaal blijft. (aërobe en anaërobe).
Als de grond echter te 'hard' is, kan je eerder wel de bodem omzetten! Tijdens de vorstperiode zal de grond bevriezen en de kluiten automatisch doen breken.
Zwaardere gronden zijn ideaal voor aardappelen, terwijl zandgronden sneller opwarmen maar tegelijkertijd snel uitspoelen. (Voedingsnutriënten verliezen.)
Een kaliumgift komt steeds ten goede voor een smakelijke en stevigere aardappel.
Een goede pH-waarde voor de bodem = pH 5 tot 6.

Voorkieming:
Het belangrijkste van de teelt is de voorkieming van de poot. (= 28 tot 35 mm)
Door dit toe te passen versnel je niet alleen de teelt, maar krijgen de planten ook veel meer zekerheid om te overleven.
Het kiemen gebeurt een goeie 4 weekjes voor het planten, op een lichte plaats en best bij een temperatuur van 9 tot 12 graden.
Zodra de ogen zijn gevormd (klein en hard), kan afharding onder de 9 graden plaats vinden! Indien afgehard buitenshuis, moet je wel opletten voor mogelijke plotse vrieskoude.
Je kan evengoed pootaardappelen de grond insteken zonder zichtbare ogen, maar dan zal de oogst wel een kleine drie weken later plaats vinden.
Grote aardappelen kunnen in twee gesneden worden, op voorwaarde dat je de aardappel enkele dagen laat drogen. (Er vormt zich dan een kurklaagje over de 'wonde').

Eerste zorgen:
Zodra het voorjaar komt opdagen, beginnen we met onze grond te effenen. We doen dit men een schoffel.
Plan eerst waar je de aardappelen gaat zetten, voor de beste opstelling qua zonlicht. (Opgang en ondergang, verluchting, maximale belichting).
Vervolgens gaan we onze plantrijen aanmaken met een voortrekker. De voren kunnen best breed genoeg uit elkaar staan.
De afstanden zijn ook afhankelijk van de soort, vb.: de primeur en eersteling hebben niet zo'n bladontwikkeling t.o.v. Agria die makkelijk 2,5 m² nodig heeft per plant.
Vroege pooters benutten volgende afstand: 50X40 cm.
Latere soorten makkelijk 70X 40 cm of meer.
Eens de voren klaar zijn kunnen we beginnen met de aardappelplanter kuiltjes te maken en de poter erin plaatsen. Vervolgens de kuiltjes terug ophopen.
Tip: vanaf nu kan je al 'bergjes' maken (vakterm = ophopen), dit geeft al wat respijt en minder werk voor later. (rechtstreeks op ruggen telen kan ook).
Van zodra de planten boven komen (tussen de 10 a 20 cm), kan je een tweede aanaarding voorzien.

Het aanaarden gebeurt d.m.v. een hark en beschermt later de ondergrondse knollen die anders groen zouden worden door het licht. Groene aardappelen bevatten solanine wat giftig is voor de mens!

Weetje: Het afvriezen van het loof bij een vroege aanplant, is niet altijd nefast! Vervolgens zullen blinde ogen terug uitlopen, met een ietwat mindere en latere oogst.
Het enige wat nu rest is vooral onkruidonderdrukking, totdat de planten groot genoeg zijn. (ophopen = onderdrukken van onkruid).
Mulching mag altijd, dit zorgt ook voor een betere vochthuishouding.

Verdere groei:
De plant loopt nu verder uit tot een volwassen exemplaar en zal tot slot over gaan tot bloeiwijze.
Vanaf de bloeiperiode gaat de knol (ondergrondse stengel of stolonen genoemd) dikker beginnen worden.
Deze cruciale fase in de zomerperiode is vooral belangrijk bij watertekorten! Voorzie daarom watergiften bij langdurige droogte. (enkel indien echt nodig!)
Tekorten van water leiden soms tot glazigheid of doorwas. Dit is een automatische reactie van de plant, hierbij gaan de reeds bestaande knolletjes op hun beurt nieuwe knolletjes aanmaken. M.a.w.: het vocht dat onttrokken wordt uit de eerste knollen geeft deze glazigheid tot gevolg.

De oogst:
Dit doe je best op een mooie zonnige dag!
Het oogsten of rooien van aardappelen kan pas na de bloei en dit ten laatste een tweetal weken na de loofsterfte.
Zo harden de aardappelen af d.m.v. een kurklaagje (schil) dat aangemaakt wordt ter bewaring.

Hoe gaan we te werk:
Met voldoende afstand v/d plant gaan we de spitriek onder de aardappelen steken en vervolgens oplichten. (ervaring kan helpen).
We halen vervolgens ALLE aardappelen weg, daar achterblijvers het volgende jaar voor groot ongemak zorgen.
Selecteer de slechtere of aangestoken aardappelen van de goeie. (Vakterm = lezen van de aardappel).
Gebruik gestoken aardappelen voor onmiddellijke consumptie en de gave aardappelen laat je vervolgens enkele uren op het veld liggen. Zodoende deze kunnen drogen vooraleer op te slaan. Na droging bergen we de aardappelen op in een kelder en zie vooral dat er geen licht aan te pas komt! Zorg ook voor een goeie ventilatie, vooral in het begin! (een goeie temperatuur is 4 a 5 °C.)
De vers gerooide aardappel verdampt in het begin nog veel vocht! (Niet afdekken is de boodschap).
Tip: het loof van de aardappel kun je beter niet op de composthoop gooien, daar deze mogelijk besmet kan zijn met de coloradokever of schimmels, e.d... en die zouden onze composthoop alleen maar aansteken.
Weet ook dat aardappelen een goed diepbewerkte bodem met weinig voedingsstoffen erin zullen achterlaten. Een goeie naplant zou bv. jonge (winter)- preiplantjes zijn, die zo genieten van de diepbewerkte bodem. Geef hierbij nog wel regelmatig een trage meststof.

Ziekten:
lakschurft (Rhizoctonia solani), ritnaalden, 'glazigheid', coloradokever (Leptinotarsa decemlineata), schurft (Actinomyces), aardappelplaag (Phytophtora infestans), virusziekten, poederschurft, aaltjes, bladluizen, bruinrot, stengelnatrot, fusarium, zwartbenigheid,...

Tip: het planten van bepaalde Tagetes 'Afrikaantjes', kunnen instaan tegen bodemaaltjes.
Zie mijn vorig artikel van Tagetes.
Wist je dat landbouwbedrijven eerder gespaard blijven van luizen op de aardappel? Dit komt door de matige en zoute weersomstandigheden aan de kust.

Weetje: men zou bezig zijn met natuurlijke producten (lokstof) te maken, om de cystenaaltjes te onderdrukken of zelfs totaal te vernietigen! In zulk geval wordt bodemmoeheid uitgesloten.

Voedingswaarde: grootste deel bestaat uit water, kalium, calcium, magnesium, ijzer,vitaminen B1, B2, C, proteïnen en mineralen. Ze vormen een onmisbare portie in ons dagelijks bestaan van vitaminen e.d.!

Keukentip:
Kook aardappelen ook eens in de schil, dit zorgt ervoor dat de vitaminen beter behouden blijven. Ook in smaak is er een groot verschil.
Aardappelen die sponsachtig worden, kan je een tijdje in koud water leggen. Je zal zien dat ze zich volzuigen en terug harder gaan aanvoelen.
Aardappelen die veel zetmelen bevatten barsten veel vlugger uit hun schil tijdens het koken t.o.v. vastkokende.

Bereidingen:

Industrie: voor frieten en chips en alcoholbereidingen, zetmelen, lijm, karton, capsules medicamenten, kleiduiven, bio-plastiek, veevoer, inkt, azijn, hondenbotjes, enz...
Gewone keuken behoeft weinig commentaar.
Auteur: hofmeester Maurice Claes.

 

Eigenschappen

Variëteit van
Aardappel (algemeen) (Solanum tuberosum)
Hoogte
1 - 40 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Neen
PH
Neutraal
Vochtigheid
Normaal
Licht
Zon
Evergreen
Bladverliezend
U verkoopt deze plant en wenst hier vermeld te worden? Contacteer ons!