• Meer fotos

Algemene omschrijving

Deze Middellandse Zeegebied-plant lijkt op een forse distel of artisjok. De Kardoen is familie van de Compositae of Asteraceae oftewel de samengesteldbloemigen en nauw verwant aan de Artisjok (Cynara scolymus).

Daar waar het klimaat geschikt is voor de Kardoen (droog en zonnig), kan deze plant verwilderen en zich flink uitbreiden, waardoor hij soms als lastig onkruid wordt beschouwd. Zo komt de verwilderde vorm voor in o.a. Zuid Amerika, Australië en Californië.

De overblijvende Kardoen wordt gemiddeld 80-150 cm. hoog, maar kan ook een hoogte van 2 meter bereiken. Voor de teelt wordt hij in warme landen meestal als 2-jarige- en in de koelere landen als 1-jarige plant geteeld.

De bloei is van augustus tot september. De Kardoen heeft meerdere paarsblauwe, soms naar wit neigende eindstandige bloemen (4-6 cm. lang) in hoofdjes en puntige omwindselbladeren. De bloemen zijn kleiner dan die van de Artisjok. De vlezige schutbladeren van de bloemen lijken op die van de Artisjok, maar hebben meer stekels. De dopvruchtjes zijn 6-8 mm lang en gepluimd.

Het langwerpige, eivormige tot lancetvormige gegroefde blad kan soms tot 2 meter lang worden (gecultiveerde soorten), hoewel het gewoonlijk tot ca. 50 cm. lang en ca. 35 cm. breed wordt. Het veervormig gelobde blad is grijsgroen en wit-viltig behaard aan de bovenkant. De onderkant is wit-wolliger behaard. Er zijn ook soorten met rossig-groen gekleurde stelen, minder behaard en minder doornen. De onderste bladen hebben stelen, de bovenste bladeren zijn zittend. Aan de toppen van het blad bevinden zich gelige 1 tot 3 cm. lange dorens. Vooral de wilde soorten zijn flink bedoornd, ook de stengels, de gecultiveerde rassen kunnen er minder hebben en hebben soms doornloze stengels.

Hier is de Kardoen als eetbare plant niet bij iedereen bekend, maar in Zuid Europa wordt hij gewoon als groente gegeten. In Frankrijk en Italië is de groente geliefd en makkelijk verkrijgbaar. De plant kent al een heel lang bestaan als eetbaar. In ca. de 4e eeuw voor Chr. werd de Kardoen al door b.v. de Grieken, Egyptenaren en de Romeinen als groente gebruikt. Pas na een aantal eeuwen veredelen wist men de 'distel'-bladeren van de Kardoen breder en vleziger te kweken, wat de consumptie ten goede kwam.

Vereisten

Wanneer men de Kardoen uit zaad opkweekt, zal het zaad het het beste doen op een temperatuur van ca. 20 graden. Na ongeveer 10 dagen begint het dan te ontkiemen. Voordat Kardoen voldoende eetbaar blad heeft geproduceerd moet de plant zeker een maand of 6 hebben kunnen groeien. De Kardoen is niet veeleisend, maar heeft een flinke groeikracht en daarnaast veel ruimte nodig, dus meerdere planten niet te dicht op elkaar zetten. De Kardoen is een overblijvende plant, maar vorstgevoelig, dus in de winter goed beschermen of binnen halen. Vooral jonge planten een niet te vochtige standplaats. Zorg voor voldoende licht; een zonnige, droge plek wordt door Kardoen gewaardeerd.

De bodem waarop de Kardoen groeit, moet van een losse structuur zijn, met een rijk stikstofgehalte. Indien de grond een te laag stikstofgehalte heeft, deze verrijken met stikstofmest (toedienen in een kuiltje aan de voet van de plant). De planten moeten diep staan, vanwege de lange penwortel. Wanneer ze op vochtige bodem geplant worden, kan men ze het beste op een heuveltje planten van ca. 10 cm hoog.

Onderhoud

Kardoen kan ook op koelere plaatsen groeien, maar is een licht- en warmte-minnaar. De planten kunnen gekweekt worden uit zaad: in april-mei onder glas in de koude kas zaaien (ca. 1cm. diep en t.o.v. elkaar inzaaien), of in mei in de volle grond. Maak buiten in de volle grond plantgaatjes van ca. 25 cm. diep en vul deze met vruchtbare plantgrond. Leg daar dan 1-4 Kardoenzaadjes in op ongeveer een kleine centimeter diepte en op ca. een kleine cm. naast elkaar. Als de plantjes groot genoeg zijn verspenen wanneer het plantje twee bladparen draagt. Vanwege de penwortel voldoende diep verspenen in potten of de volle grond vanaf ca. midden mei, in ieder geval na de laatste nachtvorst.

Omdat de planten toch wel een lange groeiperiode moeten hebben, kun je ook al beginnen met in jan./febr. zaad te ontkiemen binnenshuis of in een verwarmde kas. De kans dat de planten dan groot en sterk genoeg zijn om buiten in te planten is dan groter. Planten licht zetten en natte voeten voorkomen. Indien de plantgrond te vochtig is dus op een heuveltje van ca. 10 cm. hoog planten.

Planten op voldoende afstand van elkaar in de grond zetten. Hoe beter de grond, hoe groter de planten worden en hoe meer afstand ze t.o.v. elkaar moeten hebben. De vrije grond tussen de Kardoens kan tot ca. begin augustus gebruikt worden voor de teelt van lagere gewassen, zoals b.v. sla, andijvie, radijsjes, lage bonensoorten etc.

Wanneer de Kardoenplanten na verspenen eenmaal een plek hebben gekregen, is het verstandig ze niet meer te verplaatsen om beschadiging van de penwortel en daardoor verminderde groei te voorkomen. Bij een goede verzorging kan de Kardoen vele jaren een goede blad- en bloemoogst produceren.

Gebruik

De Kardoen kan als sierplant gehouden worden, de bloemen kunnen als snijbloem in een vaas gezet worden, maar Kardoen kan ook gekweekt worden als groente.

Van de Kardoen worden de jonge bloemknoppen met de onderkant van de schutbladeren, de bloemharten en vooral de bladstelen en middennerf gegeten. De penwortel kan ook worden gegeten. Na eenmaal gebleekt te zijn is het blad (de hoofdnerf in de bladsteel) geschikt voor consumptie. Ook rauw en ongebleekt consumeren is mogelijk, maar de smaak is dan veel bitterder. De frisse smaak van de plant lijkt een beetje op die van een kruising tussen Artisjok, Schorseneer, Asperge en Bleekselderij met het beetje bittere van Witlof. Men kan de plantendelen o.a. koken, stoven, blancheren, wokken, er soep van maken etc. Men kan de bloemknoppen bereiden als de stengels. De bloemharten worden bereid en gegeten als artisjokkenharten en smaken ook naar artisjok. De stengels kunnen dus rauw worden gegeten of b.v. als asperges gekookt en opgediend worden. In Italië worden de jonge stengeltjes van de Kardoen wel eens rauw gegeten bij een dipsausje, maar ze zijn dan erg bitter. Koken van Kardoen in aluminiumvrije pannen is aan te raden, net zoals bij spinazie. Tijdens het koken kan het toevoegen van citroensap verkleuring van de Kardoen tegengaan. Kardoen is vanwege de enzymatische werking ook te gebruiken als vegetarisch stremsel voor het bereiden van kazen, wat in Portugal gedaan wordt (b.v. Queijo de Nisa).

Tips bij het bleken, oogsten, schoonmaken en bewaren van Kardoen: 

Bleken: Verwijder voor het inpakken van het blad de onderste vergeelde of uitgedroogde bladeren. Bind de andere bladeren losjes tegen elkaar op met b.v. stroband of breed touw. Omhul de gehele plant met een laagje los stro dat weer wordt samengebonden, of een omwonden stro-mat, jute, zwarte folie o.z.i.d. Laat de bovenkant een aantal dagen tot een week wat open voor beluchting. Hou rekening met het weer: bij vochtig of nat weer mogen de planten niet opgebonden worden om verrotting te voorkomen. De aarde rondom de voet van de plant tot ca. 35 cm. ophogen voor extra steun.

Oogsten: Na het toebinden van de plant kan er bij goed en warm weer na ca. 2 weken blad worden geoogst, bij minder goed, koud weer na ca. 3 weken. Eerst de aarde-ophoging weghalen, dan het windsel voorzichtig verwijderen. Kapotte, gekneusde en verrotte bladeren etc. verwijderen en weggooien. Dan het te oogsten blad afsnijden. Hoe eerder en jonger de bladeren geoogst worden en hoe langer gebleekt, hoe zoeter en minder bitter, droog en vezelig. Let op de bladkwaliteit, de buitenste bladeren zijn meestal bitterder en vezeliger, dus o.h.a. minder smakelijk dan de binnenste bladeren van de struik. Aan het buitenlicht blootgestelde net geoogste, bleke bladeren kleuren snel bij, dus snel vochtig afdekken en donker wegleggen tot de niet te lang op zich te laten wachten verwerking. De bladstelen eerder beginnen te oogsten dan de bloemknoppen en bloemharten. De bloemknoppen worden geoogst als ze nog niet open zijn gegaan. Voor de ontwikkeling van de bloemen mooie knoppen behouden en de rest en kleine knoppen verwijderen om de overgebleven knoppen zich beter te laten ontwikkelen.

Schoonmaken en bewaren: Het blad aan weerszijden van de stengel wegsnijden of wegknippen. De op bleekselderij lijkende stengels kunnen met een dunschiller worden ontdaan van eventuele doornen en te vezelige buitenkant. Ook kun je dradige vezels met de hand van de stengels aftrekken. Met een ruwe doek of een borsteltje kunnen fijnere vezeltjes van de stengels worden afgewreven. Daarna wassen, even tot aan de bereiding in stukken in koud water met citroensap of azijn bewaren om de stengels licht van kleur te houden en daarna bereiden. Kardoen is 2-3 dagen in de koelkast houdbaar.

Als soort is de zogenaamde Ivoorwitte Kardoen een aangename te gebruiken groente vanwege zijn vele, malse stelen met bleekgroene kleur. Deze soort heeft minder stekels dan b.v. de Tours-Kardoen, die een goede kwaliteit biedt, maar dus lastiger te hanteren is. De Spaanse Kardoen is een veelgekweekte variant die vlezige roodachtige stelen heeft zonder stekels. De Kardoen 'Rouge d'Alger' is een oude variant die al in vroeger tijden zeer gewaardeerd werd vanwege de mooie rossige steelkleur, de vlezige en weinigvezelige structuur en de doornloosheid.

Eigenschappen

Hoogte
50 - 200 cm
Kleur
  •   
  •   
  •   
Winterhard
Neen
PH
Neutraal
Vochtigheid
Normaal
Licht
Zon
halfschaduw
Evergreen
Bladverliezend

Planten tags

Deze plant is te koop bij

U verkoopt deze plant en wenst hier vermeld te worden? Contacteer ons!