Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Rabarber (Algemeen)

Het thuisland van rabarber is in Centraal-Azië te situeren. Rond 1600 was zij in Engeland als groente bekend en tot vandaag zijn de Engelsen de grootste rabarbereters gebleven.
Van deze sierlijke, doorlevende plant eet je de dikke vlezige bladstelen, al dan niet gekookt of tot moes verwerkt. Als basisingrediënt voor jam, en vooral voor fruitwijn is rabarber gekend.
Minder verspreid is het koken van bloempluimen met nog gesloten bloemknoppen, die naar bloemkool smaken. De zure smaak is afkomstig van citroen-, appel- en oxaalzuur. Dit laatste is minder gewenst, omdat het ontkalkend werkt en in grote hoeveelheden giftig is.
Het is een probleemloos gewas dat in elke tuin wel een plaatsje vindt.
In feite is de tuinrabarber een bastaard van twee wilde soorten, de gegolfde rabarber (Rheum rhabarbarum) en de stompe rabarber (Rheum rhaponticum). Toch wordt zij doorgaans met de eerste Latijnse naam aangeduid.
De massieve, zetmeelhoudende wortelstok – ook pol of bot genoemd – die wel 20 kg zwaar kan worden, is het winterharde, en dus overblijvende gedeelte van de plant. De grote bladeren met de dikke, rode bladstelen sterven elk jaar af. De grote bloemstengels die soms verschijnen, dragen een dikke pluim met kleine, witachtige bloempjes.

1. Teeltwijzen
Rabarber is niet zaadvast. Het zaad geeft een grote verscheidenheid aan planten, en wordt bijna alleen aangewend om nieuwe rassen te selecteren. Daarom worden er in de regel stukken wortel (wortelstekken) geplant, die je bekomt door een minstens 3-jaar oude plant te scheuren. Met een scherpe spade verdeel je de pol in stukken. Vier stukken per pol is een mooi gemiddelde. Oude, zeer grote pollen, steek je in een groter aantal stukken, waarbij de stukken van de buitenkant de jongste en dus de beste zijn. In ieder geval moet elk stuk minstens 1 en liever 2 knoppen of neuzen bezitten. Scheuren en planten gebeurt in november, ofwel in februari-maart.
Planten voor de winter krijgt de voorkeur, omdat de wortelstekken dan voor de winter al vast staan en er een lichte oogst kan volgen. In geval van een erg natte herfst, kan de beworteling wel onvoldoende zijn en dan kan de plant in de winter uitvriezen.
Na de winter geplant, vertrekken ze vaak moeilijker en kan er hetzelfde seizoen helemaal niet geoogst worden.
Na het scheuren laat je de wortelstekken enkele dagen opdrogen om ze daarna te planten. De plantafstand is ongeveer 1 x 1 m. De wortelstekken worden in ondiepe plantputten gelegd (ongeveer 5 cm), zodanig dat de knoppen (of neuzen) zich net op de scheiding grond-lucht bevinden. Dieper planten verhoogt de kans op stikken en slechte aanslag.
Een verzorgde aanplant gaat 10 tot 20 jaar mee, of soms nog langer. Op een bepaald moment loopt de opbrengst sterk achteruit en beginnen de pollen in het midden af te sterven of treden er ziekten op. Dan is het tijd om deze pollen te scheuren en op een nieuwe plek te planten.
Enkele planten vroeg in het voorjaar met plastic afdekken, is een manier om de rabarberoogst te vervroegen.

2. Rassen
Er bestaan diverse goede rabarberrassen, maar het is niet altijd zo gemakkelijk om eraan te komen. Enkele zaadfirma’s verkopen wel zaad, maar zelf uitzaaien en opkweken is af te raden. Bij een tuincentrum, een teler of een tuinier zijn vaak wortelstekken te krijgen. Vaak is niet gespecificeerd over welk ras het gaat. Enkel Goliath vind je onder zijn eigen naam in de handel.

Enkele bekende rassen:
- Goliath is een all-round, laat ras, dat zeer productief is. Het geeft zware stelen die uitwendig rood en inwendig groen zijn en zeer zuur van smaak.
- Holsteiner Bloed is ook een bekend Duits ras, matig vroeg met sterk roodgekleurde, kromme stelen.
- Timperley Early is geschikt voor de vroege teelt. Eerder dunne stelen. Uitwendig en inwendig groen.
- Versteeg is een laat en productief ras met dikke stelen, uitwendig en inwendig groen.
- Champagnerood is voor alle teeltwijzen geschikt. Tamelijk dunne, rode stelen.
- (Queen) Victoria is een oud Engels ras met dikke stelen. Uitwendig en inwendig groen.
- Paragon is ook een oud ras, maar met veel dunne, groene stelen. Matige productie.
- Sutton’s Seedless is een Engels ras dat veel dikke stelen en geen zaadstengels voortbrengt. Uitwendig en inwendig donkerrood.

3. Bodem en bemesting
Rabarber groeit op alle gronden die diep losgemaakt (zowat 35 cm diep) en vochthoudend zijn. Ook op laaggelegen zompige gronden kan je rabarber kweken, wat echter niet wil zeggen dat zij onder water kan groeien. In de winter kunnen de polen niet langer dan 14 dagen onder water staan zonder schadelijke gevolgen, en in de zomer is 3 tot 4 dagen het maximum. Waar dat nodig is, kan rabarber dan op verhoogde bedden geplant worden. Een iets zure grond wordt door rabarber goed verdragen. Rabarber is een gulzige plant. Ook in de gangbare teelt is zware organische bemesting gebruikelijk, tijdens de winter kan je de rabarberplanten bemesten met compost of stalmest, zorg er steeds voor dat het hart van de plant vrijblijft.  Bodembedekking is bij rabarber gemakkelijk te doen. Ook zonder bemesting zullen de platen wel groeien, maar de opbrengst zal lager liggen.

4. Standplaats
Rabarber kan wel wat schaduw verdragen. In veel tuinen komt hij in een verloren hoekje of aan de grachtkant, en heeft het daar nog best naar zijn zin. Voor een vroege oogst is een zonnige, warme standplaats wel aangewezen.

Rabarber groeit ook goed op een oude weide. Een nieuwe aanplant moet gebeuren op grond waar nog nooit rabarber gestaan heeft.

5. Teeltzorgen
In het begin moet je de grond tussen de planten onkruidvrij houden en eventueel bedekken. Later vraagt alleen nog het tijdig uitbreken van de bloemstengels de aandacht. Zodra die zich vertonen, kan je ze voorzichtig uitbreken. Het vormen van de bloeistengels put de plant uit en is nadelig voor de opbrengst in de volgende jaren.

6. Oogst
Snijd de stelen niet af: de stukjes steel die blijven zitten gaan gemakkelijk rotten. Je kan een steel trouwens gemakkelijk aftrekken door hem onderaan vast te pakken, hem even naar buiten te buigen en hem dan met een licht draaiende beweging uit te trekken. De bladschijven scheur je eraf.
In het eerste jaar oogst je weinig of niets, zodat de wortelstokken zich goed kunnen ontwikkelen. Het tweede jaar is een overgangsjaar en vanaf het derde jaar mag je volop oogsten. De oogst loopt van april tot begin juli. Oogst steeds de dikste stengels en laat altijd minstens drie bladeren staan zodat de plant kan doorgroeien. Begin juli zet je er een punt achter en laat je de plant nieuwe reserves opbouwen. De stengels worden dan trouwens steeds dunner en taaier. Af en tot nog een stengel aftrekken kan natuurlijk geen kwaad. Bij de eerste vorst sterft al het loof af en wordt het het best opgeruimd. Van planten die je gaat opruimen mag je tot in de herfst blijven oogsten.

7. Bewaren
Er gaat niets boven vers geoogste rabarber. Want al na één dag wordt de stengel slapper door vochtverlies. Het komt er dus op aan de stengels snel te verwerken. Je kan er confituur van maken. Rabarbermoes laat zich prima pasteuriseren.

8. Ziekten en plagen
Rabarber is een sterke groente die haast geen speciale maatregelen vraagt. Je moet er wel op letten dat je van virusvrije planten vertrekt. Viruszieke planten hebben lichtgroene of gele vlekjes op het blad. Later worden die bruin en vallen daar in de zomer grote gaten in. Zulke planten groeien minder goed.
Zuringhaantjes zijn kleine, blinkende kevertjes die kleine gaatjes in de bladeren vreten. Evenmin als de zwarte bonenluis berokkenen ze de rabarber grote schade. Op gronden met wateroverlast of slechte structuur, kunnen rottingsverschijnselen optreden, veroorzaakt door diverse schimmels en bacteriën.


Uit: Handboek Ecologisch Tuinieren, Velt

Eigenschappen

Hoogte
50 - 90 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Matig
PH
Zuur
Vochtigheid
Nat
Licht
Zon
Evergreen
Bladverliezend

 

Bekijk alle variëteiten

6 varieteiten van deze plant