Foto: Gazon

Eigenschappen

Hoogte
1 - 10 cm
Winterhard
Ja
PH
Zuur
Vochtigheid
Normaal
Licht
Zon
halfschaduw
Schaduw
Evergreen
Bladhoudend

Gazon (Agrostis tenuis)

  • bekalken

    • Van begin Maart tot begin April    • eenmalig

      Afhankelijk van de zuurgraad van de grond kan een gazon bij een te zure grond bekalkt worden.

      Als er mos ontstaat in het gazon wijst dit eerder op een dicht geslagen grond met een zuurstofgebrek dan op een zure grond.  Bekalken is dan niet altijd noodzakelijk en zelfs soms onwenselijk. Dus onderzoek eerst de oorzaak. 

      In de winter / na de winter treedt er vrijwel in ieder gazon wat mos op.

      Beter om de oorzaak aan te passen en het gazon zowel in het najar als in het voorjaar door middel van prikken lucht te geven. In het voorjaar goed  en regelmatig bemesten, niet te kort maaien en vooral regelmatig maaien ( eens in de 5 dagen gedurende het groeiseizoen.   De mossen verdwijnen dan vanzelf en het gras neemt het weer over.

      Teveel bekalken verarmt  het bodem leven.

       

      Als je al zou willen bekalken dan is de  beste periode de herfst, omdat dan die kalk een winter lang de tijd heeft om in te werken. Mocht je in het voorjaar kalken blijft de gazon enkele weken/maanden wat wit zien, wat in die periode minder wenselijk is.

  • bemesten

    • Van begin April tot begin September    • elke 3 maanden

      De drie hoofdelementen van een gezonde gazonvoeding zijn stikstof, fosfor en kalium. Daarnaast zijn er nog de micro-elementen of sporenelementen.

      Als alle elementen samen niet in de goede verhouding aanwezig zijn, dan is het evenwicht verstoord en vertoont het gras gebreksverschijnselen. Een voorbeeld: magnesium is het centrale atoom van het chlorofyl (bladgroen) en geeft het gazon zijn mooie diepgroene kleur. In een wanverhouding met calcium is het resultaat een bleek, geelgroen en slecht ogend gazon. Je krijgt die kleur niet beter door meer stikstof aan het gras toe te dienen. Een verbetering is alleen mogelijk als het evenwicht tussen calcium en magnesium hersteld wordt. In combinatie met voldoende stikstof zal het gazon donkerder ‘zwartgroen’ ogen.
      Calcium (kalk) kan nodig zijn om verzuring van de bodem tegen te gaan. Het is echter opletten geblazen. Als je het gazon bekalkt, moet je ook magnesium bijgeven. Het evenwicht is dan verstoord en het resultaat oogt bleekgroen. Doe dit dus alleen als het echt nodig is. Bemest je met stikstof, gebruik dan altijd een traagwerkende stikstof zodat dit belangrijke voedingselement beetje bij beetje en voor een lange periode ter beschikking wordt gesteld van het gazon. Deze traagwerkende stikstof is van essentieel belang en bepaalt de kwaliteit van de meststof.

      Een te zure bodem kan je niet onmiddellijk goed maken met bekalking. Kalk heeft slechts de helft van zijn effect tijdens het eerste jaar. Zo is de kalk na vier tot vijf jaar pas uitgewerkt. Het nadeel van kalk is dat het een negatieve invloed heeft op het bodemleven.

      Van de vroege lente tot in de zomer groeit het gazon het sterkst. Tijdens deze periode heeft het dan ook het meest nood aan voedingselementen.

      Start de bemesting eind februari en herhaal regelmatig tot in augustus met kleine hoeveelheden, zowat elke twee maanden. Sluit in oktober af met een onderhoudsbemesting voor de volgende winter. Zo blijft het gras in topconditie en krijgt het mos minder kans in de vochtige winterperiode.

      Gebruik bij voorkeur organische meststoffen en doe alles met mate. Teveel nitraat uit kunstmeststoffen kunnen de bodem en het oppervlaktewater schaden.

  • maaien

    • Van eind Maart tot eind Oktober    • elke week

      Het gras ongeveer 1 x in de 5 dagen maaien. In het vroege voorjaar en latere najaar: opletten om niet te kort te maaien. Door te kort maaien zal er sneller mos ontstaan. Het gras is liefst 5cm lang als het de winter in gaat.

      Aan het begin van een droge periode in de zomer is iets langer gras ook aan te raden: hierdoor houdt het gras een waterreserve als het te droog wordt.

  • overwinteren

    • Van begin Oktober tot begin November    • eenmalig

      Gazon winterklaar

      Het gras gaat nu minder hard groeien, dus afmaaien is minder vaak nodig. Zet straks bij de laatste maaibeurt, de maaistand hoger zodat het gras zeker op 5 cm de winter in gaat. Bij een tekort gemaaid gazon grijpen onkruid en mos hun kans om zich te manifesteren. Bij een temperatuur van 6° stopt het gras met groeien maar mos blijft doorgaan tot het vriespunt. Bekijk je grasmat en indien nodig gebruik je nog eens de verticuteerhark of machine. Een laagje kalk erover strooien en je gazon is winterklaar.

  • preventief behandelen

    • Van midden Maart tot midden April    • eenmalig

       In het najaar en in het voorjaar het gras prikken d.m.v. een prikrol of voetmatige prikker.  Op deze manier krijgen de graswortels wat meer zuurstof.  Wees voorzichtig met  verticuteren wanneer u mos en vilt wilt verwijderen. Vaak beschadigt dit de grasmat onnodig.  Als u geen last heeft van mos in het gazon dan is het niet nodig.

      Een goed bemestingsschema, niet te kort maaien maar wel regelmatig maaien ( eens in de 5 dagen)  doet wonderen.  Bij droge arme zandgrond kan je het gras 2 x per jaar afstrooien met Omnigreenkorrels.  De korrels houden  vocht vast en  zijn gecoat met een universele meststof met micronutrienten. Het maakt het gras ook sterker.  Als dit combineert met een organische mestgift zoals Culterra krijg je een prachtig gras. De organische mest altijd 6 weken later strooien.

  • zaaien

    • Van begin April tot midden September    • eenmalig

      Een ideaal moment om te zaaien is een mooie, windstille dag zonder regen. Ga eerst met een hark oppervlakkig over het terrein, zodat de grond de zaadjes straks goed kan opnemen.


      Meng vervolgens het zaad in de doos. De zaaidosis schommelt rond 3 à 4 kilo zaad per 100 m2. Zaai, met de rug naar de wind, zowel in de lengte- als in de breedterichting: een halve dosis in de ene richting, een halve dosis in de andere richting. Om te voorkomen dat je meermaals op dezelfde plaats zaait, kan je het terrein markeren met bakenstokken.


      Hark de zaadjes voorzichtig in met een beetje aarde (minder dan 1 cm) en rol de bodem licht aan. Daarna besproei je de bodem met een nevelregen. Bij droog weer hou je de bodem vochtig (tot op 5 cm diepte) door elke dag water te vernevelen.