MijnTuin.org

Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Henk   Wilde peen (Daucus carota)

  • Henk V.Wilde peen is een plant die goede voeding geeft aan diverse parasitaire wespen (sluipwespen). Vooral rond gazons op zandgrond is het een ecologische methode om engerlingen te bestrijden. De belangrijkste parasiet van engerlingen is de rozekeverdolkwesp (Tiphia femorata) die een grote rol kan spelen bij de onderdrukking van deze plaag. Ze halen nectar en pollen van de wilde peen die voor hun in de juiste tijd van het jaar bloeit. De volkomen ongevaarlijke dolkwespen moeten intensief door de grond graven op zoek naar engerlingen in en onder de zode. Ze parasiteren op deze engerlingen. Lees hierover meer op de website www.insectconsultancy.nl of in het handboek grasveldinsecten (zie deze site). Ook andere parasitaire wespen profiteren van deze plant dus hoort deze eigenlijk in alle tuinen te staan en ook in de moestuin. Vroeger kwamen koninginnepages algemeen voor en deze fraaie dagvlinder leeft vooral op wilde peen. Goed dus voor een bloemenmengel om vinders en bijen maar ook tal van andere insecten te bevorderen. Donderdag 31 Augustus 2017 om 09:54

2 reacties

  • Rosette B. Rosette B. Ik heb ieder jaar 1 of meerde koninginnepages in de tuin en de rupsen ervan leven op de venkel en laten de wilde peen links liggen. Ik denk dat diversiteit veel belangrijker is voor insecten, bijen en vlinders. Zo wordt de vlinderstuik geroemd om het aanlokken van vlinders. Ik heb hier nog maar zelden een vlinder op de stuik gezien. Donderdag 31 Augustus 2017 om 12:37
  • Henk V. Henk V. Uiteraard is er meer nodig om weer koninginnepages en andere vlinders (insecten) te krijgen. Als de voorwaarden aanwezig zijn in voldoende mate zullen allerlei insecten in je omgeving kunnen voorkomen. We moeten wel bedenken dat veel insecten (maar ook veel andere organismen) periodiciteit vertonen. Dat betekent dat ze vele jaren weg kunnen zijn om dan opeens weer terug te keren. Een mooi voorbeeld is de meikever. Die was in de veertiger en vijftiger jaren van de 20e eeuw zeer talrijk en schadelijk. Daarna verdween de meikever vrijwel geheel. In Nederland kwam hij vooral in de Achterhoek nog wel in mindere mate voor. In de 90er jaren dook hij opeens weer op en binnen een aantal jaren waren er over het hele land schademeldingen van de larven (engerlingen). Op de website www.insectconsultancy.nl staat meer over dit verschijnsel. Soms zie je een periodiciteit van ongeveer 7 jaar zoals bij de weidelangpootmug (Tipula paludosa), maar ook 11 jaar zoals bij de plakker (Lymantria dispar). Bij de meikever is dat ongeveer 40 jaar! Het verschijnsel is uitvoerig bestudeerd voor een aantal dieren (zoals de snowshoe hare in Alaska en de pinemoth in Canada) maar een antwoord is hierop nog niet gevonden. Populaties hebben de neiging om vanuit hun gebied van oorsprong uit te breiden over een veel groter gebied om zich daarna weer te beperken tot hun natuurlijke verspreidingsgebied. Natuurlijk hebben we te maken met achteruitgang van natuurlijke gebieden door de landbouw, stedebouw en wegenaanleg maar we kunnen nog steeds moeilijk verklaren waarom sommige soorten verdwijnen terwijl de voedselplanten en leefgebieden nog talrijk aanwezig zijn. Klimaatverandering? Ach, ik denk dat die paar graden verschil de populatieverandering niet ten volle kan verklaren. Laten we met zijn allen in ieder geval zoveel mogelijk randvoorwaarden scheppen voor zoveel mogelijk organismen en niet alles klakkeloos bestrijden. Zuinig zijn op hoekjes onkruid en zorgen voor een grote diversiteit. Vrijdag 1 September 2017 om 08:27

3 tuiniers vinden dit leuk