Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

6 beestig interessante vragen over regenwormen

door Eddy Geers • Maandag 5 Maart 2018 Volg Eddy G.

  1. Wanneer ik mijn composthoop omzet, krioelt het er van de pieren. Mijn buurman zegt dat het geen gewone regenwormen zijn, maar compostwormen. Is dat zo?
    Uw buurman heeft gelijk. De meeste wormen in uw composthoop of -bak zijn compost- of strooiselwormen. Zij zijn ook bekend onder de namen mestworm, strepeling en tijgerworm. In tuinlatijn heet hij de Eisenia fetida. Strooiselwormen leven in organisch materiaal aan het bodemoppervlak. Ze missen de spierkracht waarmee sommige andere regenwormen diepe gangen graven.
    Omdat ze aan het bodemoppervlak leven, zijn ze kwetsbaar, want blootgesteld aan ongunstige weersomstandigheden. En hoewel hun donkerrode schutkleur enige bescherming biedt, vinden vogels hen snel. Maar niet getreurd. Compostwormen vermenigvuldigen zich ook snel. In een klein beetje grond, mest of te composteren materiaal vind je hen in enorme hoeveelheden. Hun voedselbron? Half afgebroken organisch materiaal. Daarom is de Eisenia fetida uitermate geschikt voor wormenbakken. Hij verwerkt kilogrammen organisch materiaal in een hoog tempo. Denkt u beter uit te zijn met dure Amerikaanse superwormen? Laat u niets wijsmaken. Die supervreters zijn niets meer dan doodgewone strepelingen die u massaal in uw eigen tuin aantreft.
     
  2. Is er een verschil tussen regenwormen, aardwormen en compost-wormen? 
    Regen- of aardworm is een verzamelnaam. Onder de verzamelnaam regenwormen onderscheiden we drie typen: strooiselwormen, bodemwoelers en diepgravers. De compostworm, Eisenia fetida, is een inlandse strooiselworm die het bijzonder goed doet in de composthoop, -bak of het compostvat, en er alle andere soorten uit verdrijft. De bekendste onder de regenwormen is de dauwpier of dauwworm, Lumbricus terrestris.
    Hij leeft vaak onder gazons, in de strooisellaag en in de diepere bodemlagen. Hij zorgt voor een stelsel van gangen en kanalen dat de bodem luchtiger houdt en het regenwater dieper in de ondergrond doet dringen. De dauwpier is een diepgraver. We komen hem wel eens in de strooisellaag tegen, maar daar is hij alleen maar op doorreis. Hij komt er compost ophalen om mee te nemen in de bodem. Regenwormen moeten hun huid voortdurend vochtig houden. Ze mijden dus de zon en haasten zich snel de bodem in wanneer ze door een of andere bodembewerking aan de oppervlakte komen.
     
  3. Hoeveel soorten regenwormen zijn er en hoe vermenigvuldigen ze zich? 
    In Vlaanderen komen 25 soorten regenwormen voor. Ze behoren allemaal tot de groep van de ringwormen. Die danken hun naam aan hun lichaamsbouw. Ze bestaan uit tientallen segmenten of ringen, elk bezet met vier paar haren of borstels. Het spijsverteringskanaal loopt over de hele lichaamslengte. De mondholte bevindt zich aan de buikzijde, net na het eerste segment. Ook het zenuwstelsel heeft vertakkingen over het hele lichaam. In het kopgedeelte bevinden zich de hersenen. Regenwormen hebben smaakzin, tastzin en zijn lichtgevoelig. Ze zijn tweeslachtig. Toch hebt u twee regenwormen nodig voor de voortplanting, want ze doen niet aan zelfbevruchting. 
    Snijdt u een regenworm in tweeën? Dan krijgt u nooit twee wormen, zoals het volksgeloof beweert. Het stuk zonder staart vormt wel een nieuwe. Maar dat zonder hersens, gaat verloren.
     
  4. Wat is de rol van regenwormen in de afbraakprocessen op of in de bodem? Zijn ze echt zo belangrijk voor een gezonde bodem als wel eens wordt verteld?
    In de meeste bodems krioelt het van de regenwormen, in alle variëteiten. Alleen daarom al zijn ze heel belangrijk voor de ecosystemen. Bovendien helpt een compostworm de strooisellaag op de bodem sneller af te breken. Daarom is dit de belangrijkste regenworm in het composteringsproces: ze verwerken organisch materiaal in de bodem. Hij en andere wormen, die we bodemwoelers en diepgravers noemen, verhogen het humusgehalte van die bodem. Ze breken de organische stoffen af met de bacteriën en enzymen in hun darmkanaal. Het resultaat? Meer voedingstoffen voor de planten. Bovendien verluchten ze de bodem door de vele poriën en gangen die ze achterlaten. En ze graven verticale kanalen, waardoor regenwater vlotter en dieper in de bodem doordringt.
     
  5. Dienen ze alleen om de humus aan te maken? 
    De aardworm is nog om een andere reden waardevol voor de mens. Hij is een goede graadmeter voor de vervuiling van de bodem. Omdat hij in de bodem en de strooisellaag leeft en daardoor blootgesteld is aan elke vorm van bodemverontreiniging, is hij een levende ‘snuffelpaal’. Verontreinigt koper de bodem? Dan daalt het aantal regenwormen drastisch. Ook andere vervuilende stoffen stapelen zich in hun weefsels op: een laboratoriumanalyse wijst dit uit. Zo geven aardwormen een duidelijk beeld van de bodemverontreiniging op de plek waar ze leefden. Zakt de zuurtegraad van de bodem onder pH 4? Dan is de bodem uiterst zuur en verdwijnen regenwormen volledig. In zure bodems met een traag afbrekende strooisellaag van beukenblad en naaldbomennaalden is het aantal regenwormen uiterst laag. 
    Bodems en strooisellagen onder boomsoorten met vlot afbreekbaar strooisel, zoals els, populier, kers, hazelaar en linde, worden bevolkt door een groot aantal regenwormen. Wensen we het aantal compostwormen in een composthoop op peil te brengen of houden, dan moeten we zorgen voor strooiselmateriaal dat voldoende snel afbreekt.
     
  6. Waarom verbetert organisch materiaal en in het bijzonder compost de bodemstructuur?
    Om tuingrond te verbeteren en de bodemstructuur op peil te brengen moet u organisch materiaal toevoegen. En dat gaat het best en het gemakkelijkst wanneer u compost gebruikt. U moet wel geduld hebben. Geduld is de mooiste deugd die een tuinier bezit. Wilt u de bodemstructuur verbeteren? Dan hoeft u niet eens gek lang te wachten. Een gift compost en enkele maanden geduld volstaan meestal al om een losse bodem of grond voor een deel te doen verkruimelen. Hebt u een dichte grond met een harde korst aan de oppervlakte of een ondoordringbare laag? Dat is zowat het ergste wat de wortels van uw tuinplanten kan overkomen. Regenwater sijpelt er nauwelijks in de bodem en plantenwortels dringen er slechts met veel moeite in door. In dat geval is het aan u om de grond stevig te bewerken. Maak hem los met een woelvork of spit hem diep om en voeg een grote hoeveelheid compost toe.

 



3 reacties

  • Theo H. Prachtig artikel Zaterdag 2 April 2016 om 16:38
  • Marc D. Inderdaad, prachtig artikel. Nooit zo een volledige uitleg gelezen of gehoord. Maar waar vindt men Elsenia fetida ? Vrijdag 9 Maart om 11:37
  • Danny V. De Eslenia Fetida wordt zowat overal waar strooisel wordt afgebroken aangetroffen in diverse aantallen, tenzij er teveel vervuiling aanwezig is of de bodem teveel verdicht is. Je moet hem dus niet 'importeren' tenzij je compostbak niet werkt ( dat kan ook veel andere oorzaken hebben). Wil je er goedkoop aankomen, er zijn vishandelaars die ze kweken als aasvoer. Vrijdag 9 Maart om 18:37

Log in om een reactie te plaatsen