Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Beheersing van de eikenprocessierups

Sinds 1997 komt de eikenprocessievlinder (Thaumetopoea processionea) opnieuw massaal voor in ons land. Vooral op laanbomen van zomereiken, maar ook op Amerikaanse eik en moeraseik,  worden de typische nesten aangetroffen waarin de rupsen zich ophouden.

 

Vraat aan bosbomen wordt minder frequent vastgesteld, maar is niet onbestaand. Meestal blijft de vraatschade beperkt en zijn de gevolgen voor de getroffen bomen gering. De rupsen zijn echter berucht vanwege hun brandharen die hevige huidirritaties kunnen veroorzaken, waardoor ze ernstig ongemak geven aan omwonenden en recreanten.


CYCLUS

De eikenprocessievlinder is een nachtvlinder met één generatie per jaar. De vliegtijd valt in de maanden juli en augustus, met een piek omstreeks eind juli- begin augustus. De vlinders leven slechts enkele dagen. Na de paring vliegen de wijfjes naar eiken, waar ze hun eitjes (30-300) in regelmatige pakketjes afzetten, in de kroontoppen op één- of tweejarige twijgen of op gladde schorsdelen van vrijstaande, oude bomen.

De overwintering gebeurt dus in het eistadium. De rupsjes sluipen uit het ei in april, ongeveer op het moment dat de eiken beginnen uit te lopen. Dit jaar (2006) valt de ontluiking bijna exact samen met het in blad komen van de eiken. Dat heeft te maken met  het iets latere tijdstip waarop de eiken hun bladeren vormen, en het aantal vorstdagen gedurende de voorbije winter. Want hoe meer vorstdagen, hoe eerder de eitjes uitkomen.

De rupsjes leven in groepen en ondergaan verschillende vervellingen vooraleer ze volgroeid zijn. Het lichaam van de rups is bedekt met lange witte haren. Brandharen worden pas vanaf het derde larvale stadium gevormd. Dit is normaal tussen half mei en begin juli. op de rugzijde heeft deze rups enkele segmenten met honderdduizenden korte, zeer gemakkelijk loslatende brandharen.

Dit zijn nauwelijks met het oog waarneembare microharen, met kleine weerhaakjes die gemakkelijk binnendringen in de huid, ogen en luchtwegen. De volgroeide rupsen kunnen een lengte bereiken van ongeveer 3 cm. De rupsen leven altijd in groepen. De typische nesten, opgebouwd uit een spinsel van haren, vervellingshuiden en uitwerpselen, ontstaan pas vanaf het vijfde (en voorlaatste) larvale stadium. Vanuit deze nesten begeven de rupsen zich in lange processies naar de kroontoppen en vreten daar aan de bladeren. De bladvraat heeft hoofdzakelijk ’s nachts plaats. De volwassen rupsen verpoppen in het nest (juli), in een cocon opgebouwd uit spinsel en haren. Zelfs na deze verpoppingsperiode vormen achtergebleven brandharen een aanhoudend risico voor mensen en hun huisdieren. De verdere verspreiding van brandharen door verwaaiing uit de lege nesten kunnen tot 5 jaar later nog irritaties opwekken !!  


PLAAGBEHEERSING

Omdat de overlast door de rupsen aanzienlijk kan zijn, is actief ingrijpen noodzakelijk. Hiervoor kunnen de volgende richtlijnen gegeven worden:

 

1. Alleen ingrijpen waar nodig

D.w.z. op plaatsen waar een reëel risico op huidirritaties bestaat. Een grondige inventarisatie ter voorbereiding is dus noodzakelijk. Deze inventarisatie gebeurt door het plaatsen van feromoonvallen. Deze vallen zullen massaal de ontloken mannetjes wegvangen. Wanneer mannelijke motten in de vallen worden aangetroffen, betekent dit dat in de omgeving volgend voorjaar rupsennesten zijn te verwachten (zie verder).

Wanneer de feromoonvallen plaatsen? De tot nu toe geregistreerde uiterste vliegdata zijn 6 juli en 5 september. De vallen met het feromoon dienen dus opgehangen te worden begin juli. De werkingsduur van de feromoondispenser is ongeveer 2 maanden; vervangen van de feromoondispenser is dus niet nodig.

Waar ophangen? Uit onderzoek is gebleken dat vallen aangebracht op 10 - 15 m hoogte in de boom significant meer vangen dan vallen aangebracht op respectievelijk 2 m of 6 - 8 m boven de grond. Voor monitoring kan uit praktische overwegingen 2 m hoogte aangehouden worden. Voor maximale wegvangst (tot 5 x meer!) van mannetjes is ophangen boven in de kruin en bij voorkeur aan een dicht bebladerde tak het beste. Zo hangt de feromoonval ook grotendeels in de schaduw. Door het massaal wegvangen van de mannetjes is de omvang van de volgende generatie aanmerkelijk kleiner. Om de mannetjes af te doden volstaat het de pot te vullen met zeepwater (500 ml water + enkele druppels afwasmiddel).

Hoeveel vallen? De werkingsafstand van het feromoon is gelimiteerd tot 50 - 100 m. Voor monitoring dus best 1 val elke 50 m. Voor het maximaal wegvangen van mannetjes wordt er 1 feromoonval per boom opgehangen.

Wanneer de feromoonvallen terug uit de boom halen? Vanaf begin september kunnen de feromoonvallen definitief uit de bomen worden gehaald.

Hoe de vangst in de feromoonvallen interpreteren ? Op plaatsen waar er eikenprocessierupsvlinders werden gevangen, is de kans ook groot dat er eiafleg heeft plaatsgevonden. Weliswaar veel minder dan in normale omstandigheden (zonder feromoonvallen) aangezien er vele mannelijke motjes zullen weggevangen zijn. Dan moet men het eerstkomende voorjaar ingrijpen zoals hieronder vermeld onder “punt 2”.

Werden er totaal geen eikenprocessierupsvlinders gevangen, dan weet men zeker dat er geen vlinders aanwezig waren, en er ook geen eitjes werden afgelegd. Zo hoeft men het volgende voorjaar geen extra aandacht te schenken aan die locatie omtrent bestrijding van jonge rupsen, of opruimen van nesten.

2. Selectief bestrijden, zodat de gevolgen voor non-target organismen beperkt blijven.

In het voorjaar die volgt op de monitoring met feromoonvallen, dient men op plaatsen waar er vangst werd genoteerd in te grijpen tegen de jonge larven die nog géén brandharen hebben ontwikkeld. Hiervoor maken we gebruik van het Bt-preparaat Xentari WG (Formulatie: wateroplosbaar granulaat op basis van 3 % Bacillus thuringiensis aizawai - erk.nr. 9067/B - dosis: 10 g/10 liter water). Dit is een preparaat bestaande uit sporen van de bacterie Bacillus thuringiensis (=Bt), die ook van nature voorkomt als ziekteverwekker bij rupsen. Na opname veroorzaakt het darmbeschadiging en bloedvergiftiging, waardoor de rupsen binnen enkele dagen afsterven. Het middel moet via bladvraat door de rupsen opgenomen worden, m.a.w. het moet toegediend worden als de eiken in blad staan en in het juiste ontwikkelingsstadium van het insect. De periode met jonge rupsen (tweede, ten laatste derde larvaal stadium), die actief zijn en veel vreten, is het meest geschikt. In de praktijk betekent dit ongeveer eind april - half mei. Niet toepassen tijdens koude, vochtige omstandigheden en regenweer. Voor een goede werking moet de dagtemperatuur min. 16°C bedragen.  Het product blijft na verspuiten 3 tot maximaal 7 dagen actief. Een goede spuittechniek is dan ook vereist om alle bladeren in de kruin te kunnen bevochtigen, gezien de nawerking beperkt is. Spuiten met luchtondersteuning verdient aanbeveling. Mensen en gewervelde dieren, evenals bijen en andere nuttige insecten ondervinden géén nadelige gevolgen van Bt-preparaten.

3. Oude nesten, die aan de boom blijven hangen na het uitvliegen van de vlinders, verwijderen, aangezien ze ook huidirritaties kunnen veroorzaken

Hiertoe kunt u best contact opnemen met een gekwalificeerde boomverzorger, ervaren met het opruimen van dergelijke nesten. U kunt hieromtrent navraag doen op het secretariaat van Bomen Beter Beheren vzw  (www.bomenbeterbeheren.be) .

Verantwoordelijke uitgevers: ir. Koen Linskens  &  ir. Hendrik Van Bogaert