Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Hoe kan je een bestaand gazon herstellen?

DCM door DCM Volg DCM

 

1. Oorzaken van kale plekken 

  • zeer intensieve betreding b.v. onder schommels, het padje van de achterdeur tot aan het kippenhok, de plaats van het zwembadje in de zomer
  • molshopen
  • verticuteren: hierdoor ontstaan talrijke kleine plekjes
  • verzwakte gazon door onvoldoende voeding of onaangepaste zuurtegraad
  • ziekten en onkruiden
     

2. Oplossing 

Uw gazon is verzwakt. Er ontstaan kale plekken. Snel reageren is de boodschap. Kale plekken kunnen immers al snel ingenomen worden door mos en onkruid. Daarom is het aangewezen deze kale plekken of zelfs het ganse gazon door te zaaien. Ook na het verticuteren kan een dergelijke doorzaai noodzakelijk zijn. Opteer hier voor een mengsel met een uiterst snelle kieming, zodat open plaatsen snel opgevuld worden en de kans op onkruidgroei en mosvorming verkleint. Door te kiezen voor fijnbladige rassen, sluit dit nieuw ingezaaide stuk goed aan bij uw sier- of speel-sportgazon. 

DCM RIPARO®

  1. uiterst snelle kieming
  2. open plaatsen worden snel opgevuld en de kans op onkruidgroei en mosvorming verkleint
  3. bestaat uit fijnbladig Engels raaigras zodat het zeer mooi aansluit bij alle types sier- en speel- en sportgazons 
     

Dosis: 200 – 300 gram/10 m² 
 

3. Hoe herstellen? 

  • maai het bestaand gazon voldoende kort
  • verwijder alle aanwezige onkruiden, mos, grasafval
  • maak de ondergrond een beetje los met een hark of door te verticuteren, zo kunnen de jonge kiemplantjes goed inwortelen
  • werk eventuele oneffenheden weg
  • zaai DCM RIPARO® bij windstil weer, op een vochtige bodem. Schud de doos vooraleer te strooien, zodat de verschillende grassoorten goed gemengd zijn. Bovenop strooien met de hand of met de strooier, geeft weinig resultaat. U moet trachten het graszaad te bedekken, af te strooien met DCM VIVIMUS® voor GAZON of in te werken door te harken of te rollen (maximum 1,5 cm diep).
  • om te grote verschillen tussen de bestaande en de nieuw ingezaaide grasmat te vermijden, zaait u best ook deels over de bestaande grasmat
  • na enkele weken geniet u van een dicht, donkergroen gazon 
     

Op kleine kale plekken is het aangewezen het graszaad te mengen met DCM VIVIMUS® voor GAZON en dit samen uit te strooien op een eerst losgemaakte grond of geverticuteerde grasmat. 

In het geval van mollen is het aangeraden de mollen eerst te vangen door het plaatsen van mollenklemmen en nadien de molshopen uit te vlakken en door te zaaien met DCM RIPARO®. 
 

4. Nazorgen

  • gedurende de kieming is het belangrijk de bodem voldoende vochtig te houden, zeker in droge periodes
  • de eerste maaibeurt na de doorzaai pas uitvoeren wanneer het jonge gras voldoende ingeworteld is (ca. 8 cm hoog). Maai in het begin niet te kort (max. 1/3 van de grashoogte wegmaaien)
  • na de derde maaibeurt is een bemesting met DCM Organische Gazonmeststof aangewezen. Deze is veilig in gebruik op jong gras (geen verbrandingsgevaar) en zorgt voor een goede inworteling en weggroei (uitstoeling) van het jonge gras 
     

Voor meer info en specifieke vragen kan u steeds terecht op volgende website: www.dcm-info.com