Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Bonsai - Hoe starten met bonsai ?

De beste manier om te starten met bonsai is lid te worden van een vereniging. Zo kan men dadelijk de hand leggen op ervaring en informatie. Verder zijn er daar ook natuurlijk verschillende manieren om aan goed startmateriaal te komen.

 

Die verenigingen brengen niet alleen goede planten aan, ze spitten stijl per stijl, onderwerp na onderwerp uit.  Een ware uitbreiding van uw bonsaikennis.  Bovendien staan ervaren mensen U met raad en daad bij.  Het is een plezier uw vakantievondsten te tonen en te bespreken met even verslaafden.  Verder is het bespreken van ‘wat kan ik nu met dit geval aanvangen…?’ al een aangename discussie, want iedereen heeft andere ideeën en gedachtengangen.  Maar verder verwijs ik U door naar de gevestigde bonsaihandelaar.  Hij heeft meestal honderden startplanten in voorraad en kan tevens goede raad geven aan beginneling zowel als aan gevorderde. Het is helemaal niet moeilijk om goed materiaal te vinden of zelf te kweken. Er zijn vijf verschillende manieren om aan materiaal te geraken:

  1. zaaien
  2. stekken, enten en marcotteren (luchtafleggers)
  3. aankoop van planten in een kwekerij of plantencentrum.
  4. verzamelen van materiaal uit de natuur.
  5. aankopen van een kant en klare bonsai.
     

Elk van deze mogelijkheden heeft zijn voor-en nadelen. Men moet ook een klein beetje een inschatting maken over deze hobby. Beperken we ons tot enkele exemplaren ...of wensen we een grote collectie op te zetten.

1. Zaaien: Wanneer men bonsai opkweekt uit zaad, dan is dit de meest tijdrovende techniek Het is ook de wijze die de meeste controle en voldoening kan geven. Men werkt immers sinds de eerste ontwikkeling met de plant. Niet alle boomsoorten zijn even makkelijk uit zaad op te kweken. Veel hangt af van de kiemkracht, de kwaliteit en de ouderdom van het zaad. Algemeen wordt er het best gezaaid in zaaibakken met een luchtig grondmengsel, speciaal voor zaaien en stekken. Sommige zaden dienen eerst geweekt te worden in water. Andere moeten dan weer gestratifieerd worden. Dit wil zeggen dat een vorstperiode de harde pel van het zaad kraakt. Dit kan natuurlijk ook in onze diepvriezer gebeuren Men gebruikt normale degelijke zaden. Bonsaizaad bestaat niet. Het is door technieken van snoei en vormgeving dat een bonsai wordt verkregen. Wanneer men zaait heeft men meestal een overvloed aan plantjes.  Ruilen via een vereniging is mogelijk maar door de hoeveelheid groeiwondertjes kan men evengoed experimenteren.  Men kan bv. een glasplaat leggen op jong uitgekomen esdoorntjes.  Die wringen zich natuurlijk in alle mogelijke richtingen.  Het gevolg is dat men na een goede maand ‘gekronkelde’ exemplaren bezit, die na uitgroei goede karaktereigenschappen qua stamcurve bezitten.

Na één groeiseizoen kunnen de jonge plantjes dan verplant worden in potjes of beter nog in  volle grond om enkele seizoenen goed te kunnen doorgroeien. Daarna kan de verdere bonsaibehandeling beginnen. Wanneer het zaaien goed lukt, heeft men natuurlijk veel boompjes om allerhande eigen experimenten op uit te testen.

 

2. Stekken, enten en marcotteren 

a. Stekken: Bij het stekken wordt een stukje tak of loot afgesneden. Dit laat men worteltjes krijgen in een goed doorlatend grondmengsel. Het is helemaal niet zo moeilijk als het lijkt, alhoewel sommige soorten niet zo eenvoudig zijn. De stekken hebben alle eigenschappen van de moederplant. In tegenstelling tot zaaien is stekken natuurlijk gratis, want er wordt meestal gewerkt met snoeiafval van de moederplant. Meestal wordt bij het stekken hormoonpoeder gebruikt. Belangrijk is wel de plant op het juiste tijdstip te vermeerderen en de stekjes goed vochtig te houden.

b. enten: Ook het enten is een wijze van plantenvermeerdering. Er worden twee planten van hetzelfde botanische geslacht verenigd. De twijg die we van een boom afsnijden, wordt 'entrijs' genoemd. De boom waarop de entrijs wordt geplaatst, heet de 'onderstam'. Geënt wordt er wanneer zaaien of andere vermeerderingswijzen moeilijk lukken. De onderstam is de snel groeiende en sterke soort, de entrijs is een moeilijkere plant van dezelfde botanische familie. Perenlaars werden vroeger bv. geënt op kweeperen, die veel sneller groeien. Enten is niet eenvoudig voor de amateur. Een bijkomend nadeel is dat de ingreep meestal erg zichtbare bolvormige sporen nalaat, die we bij bonsai best kunnen missen omdat zo’n bol weinig realistisch is.

c. Marcotteren : Marcotteren zouden we luchtafleggers kunnen noemen. Bij het stekken brengen we de stek naar de grond, bij marcotteren brengen we de grond of mos naar de stek. In vele bomen zitten prachtige kronkelvormen die erg aantrekkelijk zijn voor bonsai. Bij marcotteren wordt op een goed gekozen plaats een deel van de bast weggenomen, waarna er op die plaats vochtige grond of veenmos wordt aangebracht. Het geheel wordt ingepakt met plastic en goed vochtig gehouden. De bast van de moederboom gaat op de gekwetste plaats nieuwe wortels maken. Na enige tijd kan dan de luchtaflegger van de moederboom genomen worden en een eigen leven leiden met nieuwe wortels. Ook deze plant heeft alle eigenschappen van de moederplant.

Buiten het grillige karakter dat we a.h.w. uit de boom kunnen kiezen is er ook het aspect van ouderdom. De jonge boom heeft eigenlijk de leeftijd van de gekozen tak dat ertoe leidt dat deze boom bv. snel in bloei kan komen. Op deze manier kan men bomen, waarvan de takken bv. te hoog beginnen om voor bonsai in aanmerking te komen, een flink stuk inkorten. Ook kunnen bomen waarvan de wortelaanzet te slecht is, dankzij marcotteren aanzienlijk verbeterd worden. Een fantastische techniek, maar ook hier weer zijn sommige soorten beter geschikt dan andere. De meest gemaakte fout is het mengsel rond de wonde té nat te houden.  Men moet louter uitdroging voorkomen.  Een supergrote injectienaald gemonteerd op een houten lat kan gevaarlijke klimpartijen in hoge bomen voorkomen, kwestie van de marcot van vocht te voorzien en uw ongevallenverzekering op peil te houden.

 

3. Aankoop van planten in een tuincentrum of kwekerij.

De aankoop van planten in een kwekerij is de snelste manier om aan goed materiaal te komen. De meeste kwekerijen hebben een ruim aanbod aan bomen in pot. Veel van deze planten zijn door een doorgedreven snoei uitstekend pré-bonsaimateriaal. Vermits ze leverbaar in container zijn, kan er bovendien het gehele seizoen op gewerkt worden. Bij het uitzoeken naar goed materiaal wordt er vooral gelet op de stamcurve, maar ook op de vertakkingen en op voldoende groene massa, dicht bij de stam, om uit te bedraden.

Controleer bij het uitzoeken ook even of de wortelaanzet goed is en de wortels min of meer radiaal verlopen. Meestal zijn de beste bomen voor bonsai helemaal niet geschikt voor de tuinliefhebber die mooie recht opgaande planten wil. Mits een weinig vriendelijke discussie met de plantenkweker zijn er mooie koopjes mogelijk.

 

4. Verzamelen van bomen uit de natuur.

Al wat de mens maakt, wordt overtroffen door de wonderen van de natuur. Door heel wat factoren gebeurt het dat bomen in de natuur klein en gedrongen blijven. In bergstreken waar een hard klimaat heerst, of in klimaatzones met verzengende hitte, gevolgd door extreme regenval, komen andere groeiwijzen voor dan in gematigder klimaten. Het kan ook door wildvraat dat bomen constant kort als een gedrocht worden  gehouden en vreemde groeiwijzen vertonen.

Sommige bomen kunnen vrijwel dadelijk in een redelijke bonsaischaal en mits enig snoeiwerk al echte expressie uitstralen. Ook langs bossen en parken kan men soms zaailingen of afgeknotte boompjes vinden. Natuurlijk moeten we de natuurwetgeving respecteren en niet zomaar in natuurgebieden of in de Ardennen zonder beperkingen onze gang gaan. Wie wil uitgraven, vraagt toestemming. Soms zijn terreinen die bebouwd gaan worden ideale graaflocaties. Bedenk wel dat sommige bomen helemaal niet eenvoudig uit te graven zijn of wel eens erg diepe wortels kunnen hebben. De hoogte van de boom is meestal ongeveer evenredig met de penwortel bij jonge bomen.Voorzichtigheid is hier geboden.

Veel van de top-bonsai in Japan zijn opgekweekt uit 'Yamadori': grillige gevonden bomen, die reeds honderden jaren oud zijn en extreme weersomstandigheden hebben overleefd. Ze worden zorgvuldig uitgegraven in bergachtige gebieden en dan jaren opgekweekt in grote bakken. Daarna worden ze stelselmatig in kleinere schalen geplant en geplukt. Ze worden extreem goed verzorgd en bemest. Dan komt de echte vormingsfase. De boom krijgt een duidelijke vormgeving en wordt tot in de puntjes van draad voorzien. Na enkele jaren is de boom tentoonstellingsklaar. De meestervormgever bij dit alles is de natuur. De bonsaikenner kan beslissingen nemen en zware ingrepen uitvoeren, maar deze kunde vervalt in het niets t.o.v. de vormgeving door de natuur zelf.

 

5. Aankopen van kant en klare bonsai

Dit is natuurlijk de snelste methode om bonsai te verwerven. Er bestaan in België verschillende goede en betrouwbare bonsaihandelaren. Zij zullen u met kennis van zaken voorthelpen en gouden raad geven. Het beste is toch eerst het onderwerp in al zijn facetten goed te bestuderen om latere ontgoochelingen te vermijden. Lees eerst enkele boeken zodat u weet wat u te wachten staat. De meeste bomen die men in de handel aantreft, zijn bomen voor buiten. Dennen en juniperus, esdoorn, appelaar, olmen; zelkova...

Verder worden er ook veel bomen verkocht uit tropische of subtropische gebieden. Die kan men zelfs op onverwachte plaatsen zoals doe-het-zelf-zaken en grootwarenhuizen aantreffen.  Die eisen de nodige omslachtigheid, meer hierover in een volgend artikel.

Deze bomen kunnen wel binnenskamers gehouden worden. ' s Zomers kunnen ze dan weer een plekje buiten krijgen. Het belangrijkste bij deze soorten is de watergift. De planten komen uit gebieden met een veel hogere luchtvochtigheid. Ze zijn geplant in een soort kleigrond. Deze feiten gecombineerd met onze centrale verwarming kan dikwijls funest aflopen.

De bomen moeten minstens éénmaal per week gebaad worden, zodat dat ze voldoende vocht kunnen optrekken. Verder komt het erop aan deze bomen koel, doch vorstvrij te laten overwinteren. Deze planten hebben zoals hun soortgenoten buiten ook een rustperiode nodig. Anders blijven ze groeien, met steeds langere internoden (= afstand) tussen de takjes.

Bekijk dus kritisch het aangeboden gamma en overtuig u ervan of de planten wel gezond zijn en niet te droog hebben gestaan. Besef dat het plantjes zijn die reeds een lange reis hebben gemaakt en reeds verschillende klimaatshocks hebben opgelopen.

 

Enkele tips voor de aankoop van een goede boom:

Zie eerst: kenmerken van een goede bonsai. Let verder op de gezondheid van de boom. Is de boom fris en vrij van insecten of plagen? Vertoont de boom littekens van slechte of ingegroeide bedrading? Bekijk eventueel ook de wortels. Vraag hiervoor info aan de kweker. Zijn de wortels gezond? Wanneer werd de boom laatst verpot? Een goede bonsaikweker heeft er alle belang bij zijn klanten goed te verzorgen. Hij zal graag alle vragen over uw aankoop beantwoorden.

 

Vormingsfasen van een bonsai:

  1. Vermeerderingsfase: De eerste fase in het leven van een boom die tot bonsai gevormd zal worden. De bedoeling is om op enkele jaren een mooie startplant te vormen. Er wordt gezorgd voor voldoende lage takken en een goede wortelpartij. Meestal wordt de boom opgekweekt in ruime plantencontainers of in volle grond om de boom goed te laten groeien. Er wordt veel meststof gegeven. Aldus wordt een boom opgekweekt met een goede stamdikte.
  2. Pré-bonsai: De gesteltakken, dit zijn de basistakken,  worden stilaan geselecteerd en in vorm gezet. Meestal door ze te laten doorgroeien zodat ze dikker worden dan de bovenliggende takken.  De onderste takken van een boom zijn nu eenmaal het dikste. De boom staat nog steeds in volle grond of container. De boom krijgt goede meststof om een goede vertakking te krijgen op de gesteltakken en vooral om explosief te groeien..
  3. Jonge bonsai: De boom wordt langzamerhand verder uitgewerkt. Bedraden, snoeien en nijpen worden nu de voornaamste taken. Er wordt een duidelijke voorkant gekozen en de boom zal door veelvuldig toppen en nijpen een goede vertakking verkrijgen. In deze fase wordt de meststof minder rijk aan stikstof. De boom moet nu matiger en minder explosief groeien. De jonge bonsai staat nu in een trainingsschaal of nog te grote bonsaischaal. Het heeft geen zin om nog niet ontwikkelde planten snel in een echte bonsaischaal te wurmen. Beter is de boom echt degelijk op te kweken: een goede kruin en duizenden fijne haarworteltjes, die dan weer in verbinding staan met duizenden kleine blaadjes..
  4. Bonsai: De boom staat nu in zijn definitieve bonsaipot. De uitstraling van de 'oude' boom is er. Bonsaischaal en bonsai zijn in harmonie. Er is nu enkel nog bedrading indien nodig. Verder wordt de boom door plukken, nijpen of bladsnoei in de gewenste vorm gehouden. De nodige onderhoudstechnieken aanwenden, want een boom blijft immers groeien. Er wordt nu nog louter bonsaimeststof gegeven.


Is de boom nu af? Tijdelijk wel. Meermaals in zijn leven zal de boom terug een vormgeving moeten krijgen aangepast aan zijn actuele groeiverhoudingen waarin hij nu eenmaal geëvolueerd is.. Zo worden oude bonsai 'van een andere stijl’ en ‘look’ voorzien.. Ze krijgen een nieuwe vormgeving waar oude en te dikke takken verdwijnen, of stammen worden uitgefreesd en uitgehold. Dit alles naar smaak en inzicht van de vormgever. U persoonlijk bepaalt hoe die boom er moet uitzien.  Heeft er op vakantie een boom indruk op u gemaakt, aarzel dan niet om hem na te maken in miniatuur, Uzelf bent de vormgever.

De totale duur in opkweek van degelijke bonsai kan variëren van 7 tot 15 jaar. Dit is natuurlijk afhankelijk van de plantensoort.

 

De verzorging van bonsai:

Het is van het allergrootste belang de bomen gezond te kunnen houden. Men moet dus bestendig bezig zijn met een goede verzorging, om een goede bonsai te laten komen tot een goede ontwikkeling. Constant bewaken is van uiterst belang. Men mag een boom niet verwaarlozen. Eénmaal ‘vergeten’ watergift kan de boom doen verdrogen of ernstig beschadigen, met alle gevolgenvandien.

De standplaats :

Stel uw collectie, hoe groot of hoe klein ook, op een leuke manier op. Natuurlijk komt een boom meer tot zijn recht op een neutrale achtergrond. Halfschaduw is voor de meeste bomen de beste plaats.  En dan kunnen er schaduwnetten noodzakelijk zijn... het geheel van uw collectie groeit met uw tuin mee.

Voor verder specifieke uitleg i.v.m. vormingsfazen, ziekten en plagen kan U ons steeds contacteren.  Meerdere uitgebreide artikels over de verschillende technieken en stijlen volgen.

 

Rik Hustinx