Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

De belangrijkste voedingsstoffen in de bodem

Stikstof – Fosfor – Kalium – spoorelementen


Voedzame of vruchtbare grond is een bodem die voldoende voedingsstoffen bevat. Bovendien zijn de voedingsstoffen voor de planten makkelijk opneembaar. Sommige grondsoorten (zoals klei- en zavelgrond) bevatten van nature vrij veel voedingsstoffen. Voedingsstoffen ontstaan door de afbraak van minerale deeltjes en organische stoffen. De meeste voedingsstoffen die nodig zijn voor de plantengroei zijn afkomstig uit de minerale deeltjes waaruit de grond bestaat. Afhankelijk van de planten kan het nodig zijn om het gehalte aan stikstof, fosfor, kalium en soms magnesium te verhogen. Dit zijn de voedingsstoffen die planten het meest nodig hebben en dan ook het vaakst aan de bodem gaan onttrekken. Door een tekort aan bepaalde voedingsstoffen kunnen gebreksziekten ontstaan. Door een juist toepassen van bemesting voorkom je problemen bij planten zoals ziektes en aantastingen. Met een juiste bemesting verbeter je ook de bodemstructuur. Het is daarom nodig om op het juiste moment te bemesten (wanneer planten het nodig hebben) en de juiste hoeveelheid te gebruiken. Goed om weten is ook dat een zandgrond meer voedingsstoffen nodig heeft dan een kleigrond. In een zandgrond worden de voedingsstoffen namelijk sneller afgebroken en spoele ze sneller door.


STIKSTOF

Scheikundig symbool: N Stikstof is verantwoordelijk voor de groei van blad en stengels. Het bevordert de productie van voedsel uit zonlicht (fotosynthese) en de opbouw van eiwitten. Het is vaak nodig om de hoeveelheid stikstof in de bodem aan te vullen omdat deze stof bij regen snel wegspoelt. Een tekort aan stikstof uit zich meestal in vergeling van de bladeren (begint onderaan). De planten blijven ook achter in groei. Bij teveel stikstof  gaan de planten verzwakken (snelle, spichtige groei) en vergroot de kans op ziekten en aantastingen. Meestal zorgt een teveel aan stikstof ook aan een weelderige bladgroei ten koste van bloemen en/of vruchten. Stikstofgebrek kan vaak voorkomen in een koud voorjaar doordat de lage temperaturen de opname verhinderen (zelfs al is er voldoende stikstof in de bodem aanwezig). Stikstofgebrek kan ontstaan door het onderwerken van stro en houtsnippers omdat voor de afbraak van deze stoffen, de bacteriën stikstof onttrekken aan de bodem. Compost en dierlijke mest, bloedmeel en hoornmeel zijn natuurlijke bronnen van stikstof. Bloedmeel en hoornmeel zijn verkrijgbaar in poedervorm.


FOSFOR/FOSFAAT

Scheikundig symbool: P Fosfor bevordert de wortelgroei, de rijping van zaden (kieming) en vruchten en de knolvorming bij knolgewassen. Fosfor wordt minder snel uitgespoeld dan stikstof. Fosfaat is vaak in de bodem aanwezig in moeilijk voor de plant op te nemen vormen. Zo hebben een teveel aan ijzer en aluminium in de bodem een negatieve invloed voor het opnemen van fosfor. Een tekort aan fosfor herken je aan de vertraagde groei en aan een dofpaarse tot donkerblauwgroene bladkleur. Fosfortekorten komen vaker voor op zure gronden. Compost, stalmest, beendermeel zijn natuurlijke bronnen van fosfor. Bij een teveel aan fosfor kan het voor planten moeilijk worden om diverse spoorelementen op te nemen. Organische meststoffen en thomasslakkenmeel zijn rijk aan fosfaat.


KALIUM

Scheikundig symbool: K Wordt ook wel kali of potas genoemd. Kalium bevordert de productie van bloemen en vruchten en bevordert in het algemeen het weerstandvermogen van planten. Daarenboven is het ook noodzakelijk voor de fotosynthese, de koolzuurproductie en is het ook belangrijk voor de waterhuishouding van planten, voor het transport van koolhydraten en het vermindert de verdamping. Vooral in droge perioden kunnen planten een grotere behoefte hebben aan kali.. Een tekort aan kalium veroorzaakt bruine randen langs de bladeren (bij coniferen bijvoorbeeld kunnen de naaldeinden aan de oudere takken geelgroen tot vuilgroen worden). Soms ontstaan er ook vlekken en gaan de bladeren omkrullen of vallen af. De vruchten hebben een vale kleur. Bij een te hoog gehalte in de bodem ontstaat een gedrongen groei, uitval en ook magnesiumgebrek. Compost, stalmest, houtas, vinasse-extract (patentkali, vinassekali) zijn natuurlijke bronnen van kalium. Vinassekali is een bijproduct van de alcoholproductie. Bij suikerbieten wordt door een gistingsproces alcohol geproduceerd, waarbij vinassekali als bijproduct vrijkomt. Droge as van zuiver hout is een meststof die vooral potas bevat.


SPOORELEMENTEN

Naast deze genoemde voedingsstoffen hebben planten ook nog behoefte aan andere mineralen. Dit echter steeds in kleine, wisselende hoeveelheden.. Een bodem die voldoende organisch materiaal bevat, heeft zelden gebrek aan deze stoffen maar toch hebben de planten er nood aan en vertonen bepaalde symptomen bij gebrek hieraan. In organische meststoffen zitten al deze stoffen op een veilige manier verwerkt. Voor de toevoer van extra spoorelementen kan men dankbaar gebruik maken van zeewier.

  • Borium/ boor: Scheikundig symbool:B Speelt een rol bij de celstevigheid (nachtvorstschade), de bloei, de vruchtzetting en de voeding in het algemeen. Het bevordert de fosforopname door gewassen. In een zandbodem spoelt borium makkelijk uit. Boriumgebrek veroorzaakt broze stengels die snel afbreken, groeistoornissen en uitval. Bij gebrek aan borium kunnen de stengels en wortels hol worden en binnenin zwart verkleuren. Een teveel kan schadelijk zijn voor appelen, peren, pruimen, kersen, noten, zwarte bessen.
  • Mangaan Scheikundig symbool:Mn Bevordert de groei. Het is een bestanddeel van enzymen die van belang zijn bij de celdeling, fotosynthese, stofwisseling. Door gebrek aan mangaan ontstaan er spikkels op het blad en gedeeltelijke chlorose Teveel maangaan is giftig voor planten en bemerk je door bruine/paarse vlekjes op de oudere bladeren
  • Molybdeen Scheikundig symbool:Mo Deze stof is belangrijk voor de productie van stikstof. Molybdeen is nodig bij de vorming van sommige essentiële enzymen in de planten. Deze enzymen spelen een rol bij de eiwitvorming. Bij een te lage pH is deze stof slecht opneembaar voor planten. Bij tekort ontstaat er een gebrekkige groei en misvormingen. Komt vooral voor in zure grond. Teveel molybdeen zorgt voor vergeling van gewassen. Gebrek aan molybdeen kan opgelost worden door het strooien van kalk.
  • Kalk Scheikundig symbool:Ca Dit is het belangrijkste spoorelement. Gebrek veroorzaakt een futloze plant en afsterving van de groeiknoppen. Het jonge blad is vaak misvormd, soms heeft het zwarte randen. Dolomietkalk, zeewierkalk, kippenmest en houtas zijn natuurlijke bronnen van calcium.
  • Magnesium Scheikundig symbool:Mg Noodzakelijk voor de groene bladkleur en de vorming van aminozuren en vitaminen. Een tekort veroorzaakt vergeling tussen de bladnerven en groeiproblemen. Bij sommige planten blijven de bladranden groen en wordt het blad in het midden geel. Een te hoog gehalte kan de opname van kalium en mangaan verstoren. Kieseriet of bitterzout is een natuurlijke bron van magnesium. Lichte zandgrond kan moeilijk magnesium vasthouden.
  • Ijzer Scheikundig symbool:Fe Dit element bevordert de vorming van chlorofyl waardoor bladeren hun groene kleur krijgen. Ijzergebrek herkent u door vergeling van het blad tussen de nerven. De stengels worden zwak. Ijzergebrek kan ondermeer voorkomen bij rhododendrons, azalea's, heide, camellia, zwarte bessen.
  • Koper Scheikundig symbool:Cu Koper kan zich ophopen in de bodem en is dan schadelijk voor het milieu.