Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

De juiste plant op de juiste plaats

De juiste plant op de juiste plaats

Kies planten in functie van hun bloei, bladvorm en omvang. Maar opgelet! Dat mooie exemplaar uit een boek of het bloemenperk van je vrienden kan in jouw tuin toch een heel ander resultaat opleveren. Er zijn aardig wat gespecialiseerde publicaties over tuinieren waarin je plantenlijsten vindt.

Neem rustig de tijd om een selectie te maken. Hou rekening met de oppervlakte, de lichtinval en de bodemgesteldheid van jouw tuin.


WAAROP LET JE BIJ DE AANSCHAF VAN EEN PLANT? 

Over welke plant gaat het? Noteer duidelijk de naam én de variëteit. Documenteer je. Koop enkele goede tuinboeken en zoek naar informatie over je nieuwe plant. Raadpleeg zeker het internet en de catalogi van plantenkwekers.
Ga na of de eisen die de plant stelt, zijn vorm en uiteindelijke omvang overeenkomen met je verwachtingen. Kan je tuin hem wel “huisvesten”? Welk bodemtype heeft de plant nodig? Staat hij graag op een vochtige of droge plek? Heeft je tuin zo’n ideaal plekje? Neem bij het planten de nodige maatregelen. Geef de plant voldoende ruimte. Zorg zonodig voor een steunstok. Graaf een stuk plastic in om de wortelgroei bij woekerende planten in te tomen. Maak de bodem tot op voldoende diepte los. Voorzie een ruim plantgat. Geef compost.
In de tuin ontstaan plaatselijk microklimaten. In een hoek tussen twee muren, gericht op het zuiden zal een plant zich heel anders voelen dan een paar meter verder waar weer en wind vrij spel hebben. Hou ook rekening met het zonlicht. Sommige planten houden van schaduw, andere gedijen enkel in de volle zon. Verplaats andere planten als je vreest dat die door de nieuwkomer overwoekerd of overschaduwd zullen worden. Denk eraan dat planten in jouw tuin heel anders kunnen reageren dan op een andere plek. Wil een plant helemaal niet groeien of begint hij integendeel te woekeren? Kies voor de korte pijn.

GOED GESCHIKT

Een tuin stel je samen uit verschillende elementen: een heestermassief, een partij vaste planten, een pad, een tuinhuisje. Je kiest voor een bepaalde combinatie omdat je ze mooi of nuttig vindt. Bij de aanleg schik je de onderdelen in een bepaald verband. Je gebruikt een bloeiende struik als achtergrond voor een groep vaste planten.  

Je let op kleurencombinaties en vermijdt dat een hoge struik te veel schaduw werpt op de planten eromheen. Het pad naar het tuinhuisje loopt langs de vaste planten zodat je van nabij van hun bloei en geur kan genieten.

HOE VER PLANT JE DE VERSCHILLENDE ELEMENTEN UIT ELKAAR?

De struik die zo mooi oogde in de catalogus, heeft bij aankoop nog niet veel om het lijf. Ook de geurige vaste planten blijken amper wat wortels in een plastic pot. Logisch dat je geneigd bent om alles erg dicht bij elkaar te plaatsen. Het geheel sluit sneller aan en het eerste groeiseizoen heb je al wat effect. Waarom geen drie struiken plaatsen op dat kleine hoekje en het aantal vaste planten verdubbelen…?

In het begin levert zo’n aanpak inderdaad wat meer groen op. Later kom je echter in de problemen. Wanneer de struiken verder uitgroeien, ben je verplicht ze voortdurend te snoeien. Ze verliezen hun eigen karakteristieke silhouet en de kans is groot dat je bloei van het volgende jaar wegsnoeit. Door meer vaste planten te zetten dan nodig, kunnen zij hun normale volume niet innemen. Ze komen zo dicht bij elkaar te staan dat je voortdurend moet ingrijpen en aanbinden om er niet telkens tegen te lopen. 

WAAROP LET JE WANNEER JE PLANTEN SCHIKT IN DE TUIN?

  • Geef iedere individuele plant voldoende ruimte. Pas de plantafstand aan. Struiken die 6 meter breed worden, plant je op de 6 meter van elkaar. Bij soortgenoten en struiken met een gelijkaardige groeikracht kan je de plantafstand iets verminderen. Na enkele jaren groeien de planten wat in elkaar zonder dat dit problemen geeft. Denk ook aan de afstand tot de buren.
  • Wil je in een kleine tuin toch bomen aanplanten? Kies dan exemplaren met een parasol- of treurvorm. Er zijn ook heel wat soorten met een extra smalle kroon. Ze nemen weinig plaats in, geven niet te veel schaduw en brengen toch een extra dimensie en wat privacy in je tuin.
  • Plaats geen grote struik voor je (keuken)raam. Je zal hem jaarlijks ingrijpend moeten snoeien.
  • Wat dacht je van een fruitboom of bessenstruik? Ook die bestaan in alle maten en vormen. Je vindt zeker iets smakelijks dat perfect in je tuin past.
  • Plaats geen zwakke groeiers tussen krachtige exemplaren. Dit geldt zowel voor struiken als voor vaste planten, kruiden enz. Groepeer ze liever.
  • Wees geduldig. Geniet van de groei van je tuin en de evoluties die er plaatsvinden. Observeer, overleg en pas je plannen aan waar nodig. Een jonge struik die niet op de juiste plaats staat of andere dreigt te overklassen, kan je verplanten of cadeau doen aan collega-tuinliefhebbers. Geeft een struik na enkele jaren meer schaduw dan je had verwacht? De vaste planten die daardoor bedreigd zijn, laten zich vermoedelijk gemakkelijk verplanten. Geef ze een nieuwe plek. Dit verdient de voorkeur boven het jaarlijks drastisch snoeien van de struik.
  • Beheers je bij het bemesten. Een goede bodemstructuur is voor de siertuin belangrijker dan veel meststoffen. Een dosis compost bij het planten en een laag mulch van afgevallen bladeren, gazonmaaisel of houtsnippers volstaan ruimschoots om de plant te laten aanslaan. Meteen begint het bodemleven een mulle kruimelstructuur op te bouwen.
     

Kies voor inheemse planten 

Bomen en struiken van eigen bodem hebben onze tuin heel wat te bieden. Ze zijn mooi en goed aangepast aan ons klimaat. Bovendien blijken ze vaak veel resistenter voor ziekten en plagen en geven ze een ecologische meerwaarde. Hun zaden en bessen trekken vogels aan. Talrijke insecten die elders in de tuin op schadelijke organismen jagen, vinden er een goede thuis. Omdat ze als bosgoed in grote aantallen worden gekweekt, zijn ze goedkoop en gemakkelijk verkrijgbaar.

Het assortiment is uitgebreid. Enkele voorbeelden van mooie inheemse en niet te grote bomen zijn els, lijsterbes, sporkehout en meidoorn. Struiken van eigen bodem zijn o.a. kornoelje, kardinaalsmuts, brem, mispel, Gelderse roos en vlier. Voor een kleine tuin kan je klimplanten gebruiken om langs een muur een etage toe te voegen.

HOE CREËER JE EEN ZEKERE 'VOLHEID' IN JE TUIN? 

  • Bouw je border of heestermassief in etages. De lagen zorgen voor een optimaal gebruik van de beschikbare ruimte en het zonlicht. Vergelijk het met een bosrand. Vanaf de open ruimte, bijvoorbeeld het grasperk, onderscheid je een kruidlaag van bodembedekkers en vaste planten, een struiklaag en een boomlaag.
  • Dankzij de trapsgewijze opbouw kan je meer planten op eenzelfde oppervlakte zetten zonder dat ze elkaar hinderen. Het is ook een favoriete pleisterplaats voor dieren. Er is bijvoorbeeld meer geborgenheid om een nest te bouwen en poezen weten minder snel de jongen te vinden. Iedere laag en elke plant trekken ook specifieke dieren aan. Een gesloten en mooi in elkaar passende beplanting vraagt bovendien weinig onderhoud. Zo moet je broedende vogels nauwelijks verstoren en heb je minder afval.
  • De aandacht voor de bovengrondse ruimte in je tuin betekent meteen ook onder de grond een beter benutting van de bodemlagen en het beschikbare voedsel. De wortels van bomen en struiken gaan een stuk dieper dan die van kruidige planten en grassen.
  • Plaats struiken, bomen en vaste planten in elkaars omgeving. Zo krijg je veel meer afwisseling in de tuin en valt er, voor jou én je bezoekers, ook meer te beleven.
     

Bron: De Ecologische Tuin - Ovam-brochure



Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Log in om een reactie te plaatsen