Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Delphinium - Ridderspoor Algemeen


delphiniums.jpg
Delphiniums behoren tot de rijke familie Ranunculaceae. Van nature groeien de wilde vormen in een gebied dat zich uitstrekt van Noord-Amerika tot Azië. Het zijn al jaren geliefde tuinplanten omwille van hun imposante, opvallende bloeiaren  met enkele of gevulde bloemen in diverse kleurtinten, die verschijnen in juni en juli. Hoewel velen een haat-liefde verhouding hebben met Riddersporen zijn het toch planten die een breed publiek kunnen bekoren.  

Voor de tuin zijn twee soorten interessant:

1. Delphinium elatum Deze plant vormt één rechte hoofdstengel die tot 2m hoog kan worden met daarna meerdere zijstengels. Het blad is vijfdelig en getand. Uit deze soort zijn vele andere riddersporen voor de tuin ontwikkeld.

2. Delphinium Belladonna-Groep Dit zijn vertakte planten die lager blijven (150cm) en steviger en sierlijker zijn en die ontwikkeld zijn uit kruising tussen D. elatum-hybriden en D. grandiflorum.

Vooral in Engeland werd flink gekruist en gezocht naar mooie, vooral blauwe soorten. James Kelway een Engelse kweker verrichte een aantal kruisingen rond 1875 met soorten die hij had aangekocht bij Victor Lemoine in Frankrijk. Deze kweker hield zich bezig met het kruisen van ondermeer seringen, fuchsia’s enz. Van de planten die Kelway ontwikkeld kwamen een aantal terecht bij Charles Langdon (1863-1947 tuinman van een predikant in Newton St. Low bij Bath)die samen met J.B. Blackmore (1856-1922) in de buurt van Bristol (Pensford) een echte riddersporenkwekerij uit de grond stampte die nu nog steeds toonaangevend is, op gebied van Delphiniums (maar ook van Begonia’s). Elk jaar valt deze kwekerij wel weer in de prijzen op de Chelsea Flower Show met zijn Delphiniums.

Niet alleen in Engeland maar ook in Duitsland en Nederland werden heel wat soorten ontwikkeld. In Duitsland gebeurde dat door Karl Foerster (1874-1970), hij bracht zo’n honderdtal nieuwe soorten op de mark die hij eerst op kwaliteit had uitgetest. Hij zocht vooral naar stevige soorten, die tegen een regenbui konden én die ook meer resistent tegen meeldauw waren. De soorten die hij ontwikkelde kregen ook specifieke namen mee Enkele cultivars die hij ontwikkelde: ’Atlantis’ : paarskleurig  80-100cm (Belladonna) ’Ballkleid’ : lichtblauw  120cm (Belladonna) ’Berghimmel’ : hemelsblauw (Elatum) 'Finsteraarhorn' : donkerblauw  170cm (Elatum) ’Kirchenfenster’: donkerpaars, zeer sterk (Elatum) ’Kleine Nachtmusik’: donkerpaars 100cm (Belladonna)

In Nederland was het Bonne Ruys, de vader van Mien Ruys, die in Moerheim in 1888 één van de eerste vasteplantenkwekerijen startte en die als eerste een witte Delphinium ‘Moerheimii’ ontwikkelde maar ook de hemelsblauwe ‘Capri’ en een lilaroze variëteit Delphinium x ruysii ‘Pink Sensation’ in 1938 

Wie Delphiniums in de tuin wil kan best met volgende tips rekening houden:

• Geef ze een opvallende maar beschutte plaats (muur, haag, houten wand…). Beschut tegen wind.
• De meeste soorten hebben steun nodig. Voorzie het steunmateriaal reeds vroeg, van zodra de planten zo'n 40cm hoog zijn.
• Probeer ze te combineren met andere planten omdat de bloeitijd toch vrij beperkt is en men de uitgebloeide stengels moet wegknippen om een eventuele tweede bloei te forceren.
• Slakken zijn dol op jonge planten
• Geef ze een vruchtbare, voldoende vochtige maar goed doorlatende grond. Jonge plantjes tegelmatig water geven.
• Vermijd natte en warme voeten. Leg een mulchlaag aan de basis van de planten.
• Naast vaste planten zijn er ook eenjarigen en tweejarigen.

TIP: op zoek naar een mooie, kleine Delphinium?  ‘Piccolo’. Deze in 1972 ontwikkelde cultivar wordt zo’n 60cm hoog en bloeit met mooie gentiaanblauwe bloemen.

 

 



Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Log in om een reactie te plaatsen