Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Exotische tuinen

Zoveel mensen zoveel smaken. Ook op gebied van tuinen. Zo kunnen de laatste jaren de tuinen met een zuiderse of exotische sfeer op bijval rekenen. Een aantal factoren hebben hierbij een belangrijke rol gespeeld: -het veranderend klimaat -de trend in de woningbouw waarbij de zuiderse stijl (Spaans) werd geïntroduceerd. Hans Prins van ‘De Groene Prins’ is sinds 1990 aan het experimenteren met (ondermeer) exotische planten. Wat is volgens hem een exotische tuin?

“Exotisch” wil zeggen “niet inheems”. Strikt genomen tuinieren we allemaal met voornamelijk exotische planten, tenzij we een heemtuin hebben (die is uitsluitend aangelegd met inheemse planten). Wat precies inheems is, wordt dus bepaald door de geografische begrenzing van het land waar we (toevallig) wonen. Met de term “exotisch” bedoel ik hier “met een exotische uitstraling”. Typisch exotische planten (de zogenaamde “exoten”) zijn in dit verband bijvoorbeeld bamboe en palmen, die door hun vorm en structuur doen denken aan tropische vegetaties.  

clip_image001(980).jpg

Schitterende inheemse planten zoals de bekende waterlelie of de gele lis zijn ook zeer exotisch qua uitstraling, en passen dus prachtig in een exotische tuin. Exotische tuiniers zoeken naar combinaties van zulke planten met het doel om een paradijselijke sfeer op te roepen. Het verlangen naar tropische paradijzen, dat vooral opspeelt tijdens langdurige kwakkelwinters, zal veel mensen bekend voorkomen. Misschien heeft het iets te maken met ons koloniale verleden, of met een soort oerverlangen naar “het” paradijs? Misschien ook met het besef dat zuivere en ongerepte natuur tegenwoordig voornamelijk nog in de tropen is te vinden? In ieder geval worden sommigen onder ons hevig opgewonden van een palm of een banaan die hier in de volle grond groeit! (Ook de heemtuin-liefhebbers,die vaak vol afschuw vinden dat zo iets hier niet thuishoort ...) De drijfveren achter het exotisch tuinieren hebben in ieder geval te maken met het verlangen naar de schoonheid en wildheid van de weelderige vegetatie zoals die nog steeds in de tropen is te vinden. Ben je eenmaal door dit verlangen gegrepen, dan is er maar één remedie: maak een exotische tuin!

Bladstructuren
Het blad bepaalt voor een groot deel het exotische karakter van een plant. Denk maar aan een banaan of een palm; deze planten zijn haast het “logo” van de tropen. Aan de anderekant kan ook heel fijn blad zoals b.v. van de Adiantum venustum (venushaar) of de Albiziaeen grote exotische uitstraling hebben. Stevig glanzend blad als van een Ficus treffen we aan bij de altijd groene Magnolia grandiflora, die dan ook essentieel is voor een exotische tuin. Voor het exotische jungle-gevoel is het het mooist als onze exoten zomer en winter groen blijven, zodat er in de tuin altijd mooi blad is te zien. Planten die een uitgesproken mooie vorm hebben, worden in Engeland wel architectonische planten genoemd. (Er is daar zelfs een kwekerij die “Architectural Plants” heet.) In de exotische tuin gebruiken we vaak onderling sterk kontrasterende blad- en plantvormen. Er is geen gewone term voor de architectuur van een plant. Planten met veel architectuur (palm, bamboe) hebben een vorm waar een grote zeggingskracht van uit gaat.

Een jungletuin
Iedereen die wel eens door een stuk oerbos heeft gelopen, kent de ervaring van het binnenstappen in een andere wereld. Het is alsof men onder water duikt. Al het vertrouwde is opeens naar de achtergrond verdwenen; verleden en toekomst spelen even geen dominerende rol meer in je hoofd. Er is alleen de ervaring van het moment. De lucht is vochtig en ruikt naar aarde en zwammen. In de verte schreeuwt een aap of een papegaai. Het licht is gefilterd en groenachtig. Men is volledig ín de natuur. De lezer zal wel begrijpen dat mijn voorkeur uit gaat naar een jungletuin.

clip_image003(84).jpg

Dit is een tuin die de illusie oproept van een regenwoud (wat een oerbos vaak is). Zo’n tuin geeft rust. Een jungletuin is opgebouwd uit vele tinten groen. Bloeiende planten zijn er wel, maar domineren niet zoals in de meeste “gewone” tuinen wel het geval is. De vorm van de planten zelf is hier belangrijk: grote bladeren, liaanachtige klimplanten, varens en mossen bepalen de sfeer. Slingerende paadjes, druppelend water, rottende boomstronken vol paddestoelen - dat zijn typisch elementen van een jungletuin. Natuurlijk is een volwassen jungletuin binnen één mensenleven niet zo gemakkelijk te realiseren. De enorme bomen zoals die bijvoorbeeld in het gematigde regenwoud van Nieuw Zeeland groeien, zijn vele honderden jaren oud en zouden bovendien in ons klimaat niet kunnen overleven. Toch is het mogelijk om binnen een tiental jaren al iets van de junglesfeer tot stand te brengen, door gebruik te maken van een uitgelezen assortiment planten dat vanuit de hele wereld bijeen gesprokkeld is. Door de in Nederland en België periodiek voorkomende strenge winters (die zijn ondanks het broeikaseffekt nog steeds mogelijk: de laatste was van 1996/1997 toen er een elfstedentocht werd gereden) zijn we aangewezen op planten die zeer strenge vorst kunnen overleven. Voor wat betreft de hoge beplanting, die voor een beschermend en altijdgroen bladerdek moet zorgen, is de keus nogal beperkt. De allerhoogste bamboes zijn hierbij onmisbaar want een aantal zeer winterharde soorten blijft zelfs in het ruigste winterweer nog groen! Het hoge bladerdek is van groot belang voor een gelijkmatig klimaat in de jungletuin: de zon wordt getemperd maar de vorst eveneens en ook de invloed van wind wordt verminderd. Overige essentiële elementen in een jungletuin zijn: water (in de vorm van één of meer vijvers, beekjes e.d. en beregening) en winddichte beschutting, vooral aan de noord- en oostzijde van de tuin. Naarmate een jungletuin ouder wordt, gaat zo’n tuin steeds meer een eigen leven leiden: er komen allerlei dieren in wonen, en sommige planten ontwikkelen zich mooier dan in een gewone gangbare tuin mogelijk is.

Ons klimaat en wat hier mogelijk is
Sinds 1988 is door nog onbekende oorzaken de gemiddelde jaartemperatuur in onze omgeving plotseling 1 graad hoger geworden en zijn er in korte tijd veel temperatuurrecords gebroken. Het is geen geleidelijke opwarming: er wordt door deskundigen gesproken van een trendbreuk. Deze warmere fase van ons klimaat betekent ook meer neerslag. Voor de exoten prima, maar het kan incidenteel nog steeds heel hard vriezen zoals op 2 maart 2005 hier pijnlijk duidelijk werd met 22 graden onder nul...

De klimaatverandering lijkt zich inmiddels steeds sneller te voltrekken. In de afgelopen jaren zijn er een recordhoeveelheid records gesneuveld. Pessimisten voorspellen nu – als reactie op het vele smeltwater dat in de Noordelijke Atlantische Oceaan stroomt – een stagnatie van de warme golfstroom.  Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat we aan de vooravond van een nieuwe ijstijd staan  in plaats van een subtropische toekomst! Optimisten zien echter dat de huidige opwarming ongekende mogelijkheden biedt. Steeds meer soorten palmen, eucalyptus enz. kunnen met toenemende kans op succes de volle grond in!

clip_image005(41).jpg

TIPS VOOR DE WINTERPERIODE

Wintergroene planten zijn bij strenge vorst gevoelig voor zonneschijn en schrale wind. Deze planten moeten ‘s winters zo veel mogelijk beschaduwd en uit de wind staan. Minimumtemperaturen rond de -20 ºC komen in ons land af en toe voor, en een aantal exoten kan daar nog net tegen. Aan de kust, en dan vooral in Zeeland, komt nachtvorst minder vaak voor en is minder extreem. Exoten als Eucalyptus en Camellia hebben het daar dan ook een stuk gemakkelijker. Het is niet alleen de temperatuur die beslissend is voor de winterhardheid van een plant.

De volgende factoren (in volgorde van belangrijkheid) zijn net zo beslissend: - een goed afwaterende bodem (op zompige grond gaan veel planten dood); - de leeftijd van de plant (zeer jonge planten kunnen minder hebben); - de standplaats (op onbeschutte plaatsen krijgen planten meer te verduren); - de voedingstoestand (planten met voedselgebrek kunnen minder hebben); - een laag strooisel (vaak “mulch” genoemd) op de grond, b.v. schors (zonder deze laag hebben de wortels meer te lijden). - de duur van de vorst - het tijdstip waarop de kou invalt (zeer vroege of zeer late vorst is veel gevaarlijker) Deze factoren zullen bij de meeste tuiniers wel bekend zijn. Er zijn echter meer zaken van belang, zoals het weerpatroon gedurende de winter. Een plotselinge inval van strenge vorst is altijd ongunstig. Wanneer planten de tijd krijgen om zich op vorst in te stellen,kunnen ze veel meer kou hebben. Een geleidelijke opbouw van de koude is voor planten het best. Een zachte periode tussen twee zeer koude periodes in kan sommige planten uit de winterrust doen ontwaken. Hierdoor kan toch schade ontstaan aan planten die op zichzelf wel winterhard zijn. Dergelijke planten reageren dus op temperatuur. Er zijn ook planten die op de daglengte reageren. Als de dagen langer worden, komen ze uit de winterrust. Komt er dan alsnog winterweer, dan kunnen deze planten ook schade oplopen.

Winterbescherming
Als bescherming tegen extreem winterweer kunnen rietmatten, oude vitrage, jute zakken of vliesdoek gebruikt worden. Het materiaal moet lucht doorlaten om broei en daardoor rotting te voorkomen. Vaak worden met de beste bedoelingen de ergste fouten gemaakt. Daarom zet ik de meest voorkomende manieren om planten te mishandelen op een rij:

  • Ga je prachtige exoten nooit doodknuffelen door ze met plasticfolie in te pakken! Deze fout wordt helaas nog vaak gemaakt. In het algemeen gaan planten dood als zegeen lucht kunnen krijgen; ze rotten dan gewoon weg. Inpakken is prima, maar dan luchtigmet stro, riet, coniferentakken etc. (Boomvarens vormen een uitzondering en kunnen tijdelijk met noppenfolie beschermd worden)
  • Ga ze ook nooit in de zon ontdooien! Is ondanks alle zorgen de Trachycarpus, die misschien wel als vakantie-souvenir werd meegenomen, in het schuurtje toch bevroren geraakt, dan is ontdooien in huis of -nog erger- in de zon zeker fataal. Heel langzaam in de schaduw boven nul laten komen is de enige manier waarop zo’n plant nog een kansje heeft.
  • Winterbescherming heeft alleen zin wanneer de bodem goed afwatert! Een goed afwaterende bodem (of kuip bij kuipplanten) is een absolute voorwaarde voor succes. Wortels die ‘s winters te nat zijn, gaan gauw rotten en dan is winterbescherming zinloos.
     

Als u vindt dat de planten zich maar moeten zien te redden zonder winterbescherming, doe dan in ieder geval wel iets aan bodembedekking. Zorg ‘s winters voor een 20 tot 30 cmdikke laag denneschors of (minder goed want sneller verterend) gehakseld materiaal aan de voet van de plant. Zo’n laag isoleert alleen goed als er veel lucht in zit. Ook in de natuur is de bodem immers steeds bedekt met een verterende laag afgevallen blad, takjes etc. De volgende stap is het inpakken van de kwetsbaarste exoten. Wacht hier zo lang mogelijk mee! Maar komt er droog vriezend weer, dan niet langer gedraald: eerst de jongste planten inpakken in stro (b.v. kleine Camellia’s) of desnoods jute zakken. Oude vitrage voldoet ook, evenals vliesdoek. Zorg dat alles op zijn plaats blijft zitten ( b.v. met touw en stenen of stukken hout). Is er zeer strenge continentale kou op komst en dreigt er een elfstedentocht, dan dient de verpakking extra dik te zijn. Dek in noodgevallen planten geheel af met b.v. een oude slaapzak.

Belangrijk: de temperatuurbelasting wordt ook bepaald door de wind. Het extra afkoelings-effect betekent dat b.v. windkracht 6 bij –2ºC gelijk staat aan –12ºC bij windstil weer!!!

Auteur: Hans Prins - De Groene Prins  



Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Log in om een reactie te plaatsen