Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Frambozen - Rubus idaeus

Algemeen

Frambozen zijn lid van de rozenfamilie (Rosaceae). Het assortiment wordt onderverdeeld in zomer- en herfstframbozen. De wilde frambozen groeien overal in Europa en op het noordelijk halfrond. Net als bij de aardbei zijn de vruchten eigenlijk schijnvruchten. Ze bestaan uit heel veel kleine vruchtjes die in het hart van de vrucht samenkomen. De kleur varieert van roze-rood tot dieprood. Frambozen zijn al vrij vroeg in het jaar verkrijgbaar (geïmporteerd) maar bij ons loopt het echte seizoen van eind juni tot half augustus. De plant dankt zijn naam aan het Germaanse brambasi. Dit betekent 'wilde braam'. Frambozen spelen een belangrijke rol in de traditionele geneeskunde. Ze bevatten grote hoeveelheden 'ellaginezuur', dit is een kankerwerende stof die ook bij aardbeien terug te vinden is. De  bladeren bevatten looistoffen en flavonoïden en werken bij diarree. Uitwendig worden ze toegepast bij huidaandoeningen.

Standplaats

Geef frambozen een zonnige, liefst beschutte plek. Bescherm de struiken tegen felle westenwind Geef ze een humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende bodem. Ze doen het NIET goed op een zware kleigrond en hebben een hekel aan NATTE VOETEN! Omdat het planten zijn die jaarlijks flinke scheuten aanmaken, hebben ze behoefte aan voldoende voedsel in de bodem. Zorg  voor een losse bodemstructuur en hou de grond rond de planten onkruidvrij. In de zomermaanden  moet je regelmatig water geven. Vermijd steeds stagnerend vocht.

Planten

Planten gebeurt best vóór de winter: in november. Plant 4 scheuten per meter in rijen. Tussen de rijen laat je 2m afstand. Na het planten snoei je de uitlopers terug tot op 30cm. Hou er bij het planten rekening mee dat frambozen oppervlakkig wortelen. Opletten bij het schoffelen rondom de planten!

Omdat frambozen lange slappe stengels vormen, hebben de planten steun nodig. Plant daarom als een haag in rijen en voorzie steunmateriaal. Een eenvoudige steuncontsructie maak je zo: Plaats twee stevige steunpalen (tot max. 2m hoogte) zo’n 5 m uit elkaar. Verbind de palen met twee draden. De eerste op zowat 60-80cm hoogte, de tweede op ongeveer 150cm. Eventueel kan je nog een derde draad voorzien. Je kan ook aan weerszijden van de palen een draad spannen (voorzie aan beide zijden van de palen ooghaken) op de voorziene hoogtes en de stengels van de planten daartussen laten groeien. Met deze steunmethode kunnen de vruchten optimaal van de zon profiteren.


 Zomerframbozen

Zomerframbozen dragen vruchten op  de scheuten van het vorige jaar. Ze worden aan draad aangebonden  (6 à 8 scheuten per meter). Als je begint met zomerframbozen hoef je het eerste jaar niet te snoeien, maar wel in het vroege voorjaar daarna.  (vb: je plant in november 2008; de eerste snoei gebeurt in februari 2010). -Hou ongeveer 8 stevige scheuten over en bind deze aan. De overbodige en beschadigde scheuten snoei je weg tot bij de grond. -De overgehouden scheuten top je op 10cm boven de hoogste draad. Dit is vooral noodzakelijk bij weelderig groeiende soorten. Minder sterk groeiende soorten kan je ook ombuigen en langs de bovenste draad aanbinden. In de loop van de maanden maart tot juni kunnen er zich nog nieuwe scheuten vormen die buiten de rijen groeien: deze neem je allemaal weg. In de late zomer, na de oogst en als de bladeren aan de vruchtdragende stengels zijn verdroogd, mag je deze stengels tot tegen de grond wegsnoeien. Behoud ongeveer acht sterke nieuwe scheuten per plant en bind ze aan.


 Herfstframbozen

Deze dragen in september/oktober vruchten op de jonge scheuten. In november of in februari kan je alle scheuten tot tegen de grond wegsnoeien. In de zomer dun je het aantal scheuten uit tot 10 à 15 per meter. Op deze manier kan je slechts éénmaal (in de herfst) oogsten.

Je kan ook de stengels die in de herfst hebben gebloeid inkorten tot de plaats waar ze vruchten droegen. In de volgende zomer zullen de lagere knoppen dan bloeien. Zo kan je een eerste keer oogsten op de stengels van het vorige jaar en er volgt dan nog een tweede oogst op de nieuwe stengels. Een stengel die tweemaal vruchten heeft gedragen mag je tot tegen de grond wegsnoeien.


ZOMERFRAMBOZEN


GLEN MOY

Middelsterk groeiend ras, met lekkere, middelgrote, lichtrode vruchten die vrij vast zijn, dus goed voor invriezen. Vroege soort, met in warme zomer nog wat nabloei. Goed ziekteresistent.

GOLDEN EVEREST

Middelsterk groeiend ras. Lekkere, zoete, gele vruchten van middelmatige grootte, matige opbrengst, met wat vruchtzetting in herfst op jaarse scheuten.

MALLING EXPLOIT

Sterk groeiend ras met veel fijne scheuten. Lichtrode, wat onregelmatige maar lekkere vruchten. Vroeg rijpend.

MALLING PROMISE

Van oudsher voor liefhebbersteelt meest aangeplant ras. Zeer vroeg rijpende variëteit met zeer lekkere, grote vruchten en grote producie geschikt voor versverwerking.

SCHÖNEMANN

Sterk groeiend ras dat veel scheuten geeft. Zeer productief, laatrijpend ras. Wat minder zoet en zeer geschikt voor de inmaak.

TULAMEEN

Krachtige, lange vruchttakken maar beperkt in aantal. Meest productieve variëteit van uitzonderlijke kwaliteit met volrode, homogene vruchten, sappig en goed van smaak. Middellaat zomerras. Wel wat phythophtoragevoelig, dus op goed afwaterend perceel planten.

HERFSTFRAMBOZEN


AUTUMN BLISS

framboos_autumn_bliss.jpg

Gezonde struik met sterke grondscheuten. Beslist niet phythophtoragevoelig. Grote vaste rode vruchten (rijp ca. september).

FALLGOLD

framboos_fallgold.jpg 

Middelsterk groeiende, kloeke twijgen geven een middelmatige tot hoge opbrengst van zeer zoete, aromatische, helgele vruchten. (rijp ca. mid-september/oktober).

HERITAGE

Sterke grondscheuten en middelgrote, helrode, vaste vruchten (rijp ca. september-oktober)

ZEFA 3-HERBSTERNTE

Gezonde struik met vele, middelsterke grondscheuten. Middelmatige opbrengst van zeer grote, vaste, rode vruchten die aromatisch zoetzuur zijn (rijp ca. augustus-september).

Lees ook: