Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Herfstasters

Kleurrijke bloemen met een gouden hart

door Eddy Geers • Vrijdag 18 Augustus 2017 Volg Eddy G.

Asters zijn heerlijke bloemen, die doen denken aan de zomerse margrieten. Ze zijn iets kleiner, maar minstens even charmant en ze bloeien uitbundig wanneer de bloementuin al over zijn hoogtepunt heen is. Samen met Sedum 'Autumn Joy', Perovskia 'Blue Spire', Hebe 'Autumn Glory', Ceratostigma plumbagioides, Liriope muscari en alle herfstanemonen, Rudbeckia's en Eupatoriums, zijn ze ongetwijfeld toppers voor de late zomer- of vroege herfsttuin. Bovendien zijn de meeste asters uitstekende snijbloemen.

 

Een populaire soort waarvan tientallen selecties en hybriden bestaan is A. novae-angliae, een benaming die verwijst naar de oorspronkelijke vindplaats: New England in Amerika. Ze lijkt in alles op novi-belgii, alleen zijn blad en stengel behaard. Deze soort is erg gevoelig voor meeldauw. Vrij resistente variëteiten zijn ondermeer, de opvallend roodpurperen 'Andenken an Alma Pötscke', de bijna witte 'Herbstschnee' en de wijnrode 'Septemberrubin'.

In Engeland worden deze asters 'Michaelmas Daisies' genoemd, omdat ze bloeien rond de feestdag van Sint-Michiel (29 september). Als de Fransen het hebben over de 'Marguerite de Saint Michel', gaat het vreemd genoeg over een heel andere aster: A.amellus, bij ons ook bekend als zomer- of bergaster. Een andere Franse naam is heel toepasselijk: 'Oeil de Christ'. Die verwijst naar de vrij grote bloemhoofdjes met een gele schijf -een kenmerk van alle asters- en met meestal paarsblauwe straalbloempjes.

Deze van oorsprong Europese 'Oeil de Christ' groeit van Midden-Frankrijk tot ver in Azië in het wild. De naam 'amellus' komt van de Romeinse dichter Vergilius, die ze aantrof langs de oevers van het riviertje Mella in Italië. Alle variëteiten zijn mooi, maar tot de mooiste behoren 'Blue King' (diep violet), 'Peach Blossom' (roze), 'Rudolf Goethe' (paarsblauw), 'Veilchenkönigin' of 'Violet Queen' (helviolet), 'Rosa Erfüllung' (roze), 'Sonora' (paarsblauw) en de vroeger erg populaire 'King George' (paars).

Nauw verwant aan Aster adellus is A.x frikartii, volgens sommigen de mooiste herfstaster. Anderen hebben zo hun twijfels, want het gele hartje verkleurt al na een paar dagen bruin en de bloemblaadjes maken nogal rare kronkels. Het voordeel is dat ze al in juli begint te bloeien en ononderbroken doorbloeit tot eind oktober. Goede vormen zijn 'Wunder von Stäfa' en vooral 'monch'. Ze hebben lavendelblauwe bloemen en een opvallend geelbruin hartje. In tegenstelling tot de meeste Amerikaanse asters, blijven de Europese soorten vrij laag (maximaal 60-70cm), waardoor ze minder makkelijk uiteenvallen en niet moeten worden aangebonden. Bovendien is hun bloeiwijze luchtiger en subtieler, waardoor ze minder opdringerig ogen dan de Amerikaanse St-Michielasters. En vooral: ze zijn nagenoeg immuun voor meeldauw.

Toch moeten we de Amerikaanse asters niet uit onze tuinen bannen. Het proberen waard zijn enkele minder bekende kleinbloemige soorten. Aster cordifolius is een erg aantrekkelijke soort, met een wolk van kleine bloempjes die als een sluier over de bloementuin waaieren. Vandaar de Nederlandse naam 'sluieraster'. Het eerste jaar moet ze worden gesteund, maar vanaf het tweede jaar staat ze stevig genoeg op haar stengel. 'Ideal' heeft lichtblauwe bloempjes, 'Little Carlow' is violetblauw en 'Silver Spray' zilver-achtig blauw.

Ook Aster erecodes is de moeite waard. Ze lijkt erg op de vorige, maar is weelderiger en steviger. Mooie vormen zijn de geelwitte 'Golden Spray' en 'White Heather', met vele kleine bloempjes in losse trossen op de wat overhangende stengels. 'Esther' is licht rozepaars en 'Blue Star' violetblauw. Ze wordt de laatste jaren veel gekweekt als snijbloem, maar doet het ook uitstekend in de bloementuin.

Ook populair als snijbloem, maar erg onderschat voor de tuin, is Aster pringlei, in het Nederlands septemberkruid genoemd. Deze soort bloeit overvloedig en langdurig, met trossen kleine bloempjes. De bekendste vorm is de witte 'Monte Casino', maar de laatste jaren zijn er interessante gekleurde variëteiten, zoals de roodpurperen 'Ochtendgloren', een creatie van de Nederlandse kweker Piet Oudolf.

Een andere soort die beslist meer aandacht verdient, is A. divaricatus met kleine witte bloempjes rond een geelbruin hartje, die losse, schermvormige trossen vormen. Bovendien zijn de donkergekleurde stengels erg attractief. Deze aster is niet bang van schaduw. Afhankelijk van de variëteit kan A. lateriflorus 60 cm tot 1.5m hoog worden. De bekendste is 'Horizontalis' met donkere stengel, donker blad en rozerode bloempjes. Bij de hoger groeiende variëteiten zijn 'Lady in Black', die heel laat (oktober-november) bloeit, en de vroeg- en rijkbloeiende 'Coombe Fishacre' met roze bloemen aan te bevelen. Deze soorten worden meer dan 1 meter hoog en hebben wat steun nodig.

A. x macrophyllus bloeit al van eind juli tot ver in september. Deze is heel sterk en zal jaren ongestoord bloeien. Soms heeft ze wel de neiging om te woekeren. De grootste kwaliteit van deze hybride is dat hij schaduw en een droge bodem goed verdraagt. Een mooie vorm is 'Twilight', met grote helderblauwe bloemen met geelbruin hartje. A. laevis is een hoge soort (meer dan 1.5m), die makkelijk omvalt en dus wat steun nodig heeft. De langgerekte trossen lilablauwe sterbloempjes hebben wel iets.

Een ontdekking is A.umbellatus: al vermelden de meeste plantengidsen ze niet, toch wint ze de jongste jaren aan populariteit. Ze heeft stevige, recht opgaande stengels met smal blad en afgeplatte schermvormige bloeiwijzen met kleine witte astertjes. Ze kan 1.5m hoog worden en is ijzersterk. Nadeel: ze zaait zich makkelijk uit.

Een van de bekendste astersoorten is de Aster novi-belgii. Ondanks de naam heeft deze aster weinig of niets te maken met ons land: het 'nieuwe België' verwijst naar een vroegere benaming voor New York. Wel zou een Belgisch botanicus, ene Hermann, de plant in 1687 'ontdekt' hebben in de buurt van wat nu New York is, maar toen nog een ongerepte wildernis was. Deze schitterende variëteit kan op een vruchtbare en vochtige plaats meer dan een meter hoog worden. Vanaf het eerste jaar vormen ze een flinke kluit, waardoor ze in de najaarsborder alle aandacht naar zich toe trekken. Toch zijn deze asters niet aan te raden. Op een paar uitzonderingen na zijn ze namelijk uiterst gevoelig voor de gevreesde meeldauw of witziekte, waaraan overigens de meeste asters gevoelig zijn. Als die schimmelaandoening toeslaat- u merkt het aan een witte aanslag op het blad en de stengels-, zit er niets anders op dan de plant tot aan de voet terug te snoeien en hopen dat u volgend jaar meer geluk hebt. Variëteiten die volgens specialisten iets minder gevoelig zouden zijn voor meeldauw - maar niet immuun- zijn ondermeer 'Harrison's Blue', 'Jenny' en de dubbelbloemige 'Coombe Rosemary' en Marie Ballard'.

TIPS

  • Bodem en standplaats: de meeste asters houden van een vruchtbare, kalkhoudende en veeleer vochtige, maar goed doorlaatbare grond. Op een paar uitzonderingen na (zoals A.divaricatus, A.x macrophyllus en A.umbellatus) houden ze van zon.
  • Snoeien: na de bloei knipt u de asters af tot tegen de grond en bedekt u de kluit met een flinke mulchlaag zodat de bodem vochtig blijft. Knip de (hoge) asters voor eind juni één keer bijna helemaal terug zodat u mooi gevulde planten krijgt.
  • Ziekten: asters zijn gevoelig voor meeldauw, vooral na een warme zomer gevolgd door regenachtig weer. Sproeien met een schimmelwerend product helpt meestal weinig. Geregeld water geven aan de voet (zonder het blad nat te maken) en voldoende lucht-circulatie rond de plant kunnen meeldauw helpen voorkomen.
     

Auteur: Paul Geerts