Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

#Jelena de Belder

In memoriam Jelena de Belder (Paul Geerts)


Jelena de Belder, een gelukkig leven met planten

Zondag 31 augustus 2003 overleed Jelena de Belder-Kovacic tijdens een zwempartijtje in de Adriatische Zee in Kroatië. Ze was net 78 geworden. Samen met haar echtgenoot en haar schoonbroer, wijlen Robert en Georges de Belder, heeft zij Arboretum Kalmthout uitgebouwd tot een cultureel-wetenschappelijk instituut met internationale faam. Bovendien heeft ze een onschatbare rol gespeeld voor de Belgische tuincultuur.

 

Het arboretum van Kalmthout

Hoewel de geschiedenis van het arboretum meer dan 150 jaar teruggaat – tot 1857 toen de Antwerpse boomkweker Charles Van Geert er startte met een proefterrein voor zijn kwekerij in Antwerpen- zijn het vooral Jelena, haar man Robert en haar schoonbroer Georges geweest die de oude handelskwekerij in de loop der jaren met veel smaak en deskundigheid hebben omgetoverd tot een aangenaam en sfeervol park met een ongemeen rijke botanische collectie. Sommige planten zijn zelfs uniek te noemen, zoals de Hosta cucculata, of de Halesia diptera var. magniflora, een grootbloemig type van de sneeuwklokjesboom die in het wild zou uitgestorven zijn en waarvan er in West-Europa slechts drie volwassen exemplaren zouden staan, waarvan één in Kalmthout.

De de Belders waren niet alleen gepassioneerde plantenverzamelaars, ze ontpopten zich ook tot gedreven en getalenteerde plantenveredelaars. De lijst van planten die in het arboretum van Kalmthout en in hun privé-domein Hemelrijk in Essen ontstonden of die door de de Belders op hun vele avontuurlijke reizen in het Verre Oosten werden gevonden en geïntroduceerd, is ronduit indrukwekkend. Een hele serie sierkerselaars, pierissen en rododendrons- van Robert de Belder werd schertsend gezegd dat de rododendrons zijn ‘onwettige kinderen’ waren- vele eiken, beuken, esdoorns en Cercidiphyllum, hosta’s, sierappels en sierperen, cornussen, seringen, enz. ontstonden in Kalmthout of op Hemelrijk.

Behalve de winterbloeiende toverhazelaars waarvoor het Arboretum Kalmthout wereldvermaard is, bezit het ook een van de rijkste hydrangea-collecties van Europa. Met hun veredelingwerk op de pluimhortensia, Hydrangea paniculata, schreven Robert en Jelena de Belder destijds tuingeschiedenis. De Hydrangea paniculata ‘Unique’ –zo genoemd omdat de vogels alle zaailingen op één na hadden opgegeten- zorgde voor een ware revolutie in dit type van hortensia. Hij heeft grote, zuiverwitte pluimen die wel 25cm breed en 40cm lang kunnen worden. De grote steriele bloemen bedekken de kleinere vruchtbare bloempjes helemaal, waardoor de bloemvorm veel voller toont dan bij de klassieke pluimhortensia’s. Andere prachtige hydrangea-cultivars van Kalmthout zijn ondermeer ‘White Moth’, ‘Pink Diamond’, ‘Melody’, ‘Bridal Veil’, ‘Brussels Lace’, ‘Greenspire’, ‘Papillon’, ‘Ruby’, ‘Lammetje’, ‘Barbara’, ‘October Bride’ enz.

Invloed

Jelena de Belder heeft van het arboretum van Kalmthout niet alleen een prachtige tuin met een unieke plantencollectie gemaakt, ze heeft ook en vooral een fenomenale invloed gehad op hele generaties tuiniers uit de streek rond Antwerpen en ver daarbuiten. Door haar aanstekelijk enthousiasme, haar onuitputtelijke energie, haar generositeit en haar uitgebreide plantenkennis heeft ze tientallen mensen de liefde voor de tuin bijgebracht. Heel veel tuinen in Vlaanderen dragen haar stempel en zouden er zonder de vele planten die ze continu promootte en op grote schaal uitdeelde, veel schraler uitzien.

Lang voor bodembedekkers populair waren, gebruikte zij die al volop in Kalmthout. Toen haast niemand interesse had voor botanische rozen en voor oude rozensoorten, plantte zij ze volop aan in Kalmthout. “We verzamelden rozen vlugger dan we ze konden verzorgen”, schreef ze zelf. Ze introduceerde de techniek om liaanrozelaars in bomen te laten groeien. Ze verzamelde hosta’s en helleborussen toen die hier nog nauwelijks bekend waren, plantte agapanthussen in volle grond toen iedereen dacht dat die alleen maar geschikt waren voor potten, experimenteerde met het laten verwilderen van bloembollen en was een onvermoeibare promotor van winterbloeiende struiken en bomen… Met een boek als ‘De smaak van bloemen’ (1994 – Lannoo/Terra) dat ze samen met Elisabeth de Lestrieux schreef, introduceerde ze zelfs een hele nieuwe manier van koken.

Tientallen jonge mensen uit de hele wereld hebben in de loop der jaren stage gelopen in Kalmthout. ’Onze tuinkinderen’ noemde Jelena ze. Ze werken nu als tuinontwerper, kweker of botanicus. Om het even welke botanische tuin of plantencollectie die je in het buitenland bezoekt, van Japan tot Amerika en van Nieuw-Zeeland tot Nederland, overal kom je mensen tegen die in Kalmthout hebben gewerkt, die Jelena de Belder hebben ontmoet of die planten uit Kalmthout hebben gekregen. Het klinkt misschien wat overdreven, maar ik geloof dat Jelena de Belder België opnieuw op de botanische wereldkaart heeft geplaatst.

Zij stond samen met haar man ook aan de wieg van de International Dendrology Society en van de Belgische Dendrologische Vereniging, twee gezaghebbende verenigingen van bomenliefhebbers. Ze was mede-oprichtster en jarenlang bezielster van de ‘Belgian Flower Arrangement Society’ en lag aan de basis van de vzw ‘Open Tuinen’ waardoor meer dan 200 privé-tuinen in België kunnen worden bezocht. Tot aan haar dood was ze ook vice-voorzitster van de prestigieuze Royal Horticultural Society in Engeland. Enkele jaren geleden werd ze in de adelstand verheven. Een officiële bekroning voor een ‘gelukkig leven met planten’.

Sinds 1995 woonde Jelena samen met haar kinderen en kleinkinderen op Hemelrijk in Essen, een groot domein dat de de Belders in 1960 hadden gekocht. Samen met de vermaarde Engelse tuinarchitect Russell Page – die naar eigen zeggen plantenliefhebber was geworden dankzij Jelena en Robert de Belder en die tussen twee opdrachten door voor de Aga Khan of voor Fiatbaas Gianni Agnelli geregeld enkele dagen op Hemelrijk kwam uitblazen en herbronnen – plantten ze hier in de loop der jaren wellicht de belangrijkste botanische verzameling van ons land. Er groeiden uitgebreide collecties van esdoorn, paardekastanje, eik, haagbeuk, sierappel, sierkers en sierpeer, magnolia, linde, schijnhazelaar, berk, hulst, meidoorn, els en uiteraard ook toverhazelaar. Er staan duizenden rododendrons en azalea’s, hydrangea’s en kalmia’s, rozen en viburnums… In de ommuurde tuin bij haar huis koesterde Jelena haar vele winterbloeiende en –geurende planten, tientallen rozen, prachtige blauweregens op stam, maar ook veel groenten en bloemen waarmee ze de meest onverwachte combinaties bedacht.

Ze kon zich met bijna kinderlijk enthousiasme opwinden bij de bloei van de schijnhazelaars. Ze was in de wolken als ze een nieuwe kalmia had gevonden of als ze de cyclamen zag bloeien. Ze raakte niet uitgepraat over de narcissen en lenteklokjes die zo overvloedig verwilderen op Hemelrijk, over de tedere schoonheid van de winteriris, Iris unguicularis, en de Chimonanthus praecox die in februari tegen de gevel van haar huis bloeit. Ze werd helemaal lyrisch als ze in het najaar de esdoorns en de azalea’s, de nyssa’s, de sierkerselaars en –appels zag verkleuren, de lijsterbessen en kardinaalsmutsen zag pronken met hun bessen.

Alhoewel ze de laatste jaren wat sukkelde met haar gezondheid en haar ogen, was ze bijna dagelijks in de weer op Hemelrijk. Ze zaaide en stekte en plantte, maakte nog volop nieuwe plannen, wilde nog zoveel publiceren. Een ongelukkig zwempartijtje in haar geliefde Adriatische Zee besliste er anders over. Met Jelena de Belder-Kovacic verdwijnt niet alleen een tuinbouwkundig en botanisch monument, maar ook een bijzonder inspirerende en genereuze vrouw. Wie haar ooit over de natuur, planten en tuinen hoorde praten, zal nooit de gedrevenheid en het aanstekelijk enthousiasme van deze grote tuindame vergeten.



Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Log in om een reactie te plaatsen