Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Leliehaantje

De echte lelie, Lilium spp., hoort tot de meest geliefde bolgewassen. Hoewel haar langdurige en uitbundige bloei vele tuinliefhebbers bekoort wordt ze steeds minder aangeplant. Hoofdoorzaak is de ongebreidelde vraat van het leliehaantje (Lilioceris lilii), en vooral van zijn larven.  

Welke planten worden aangevreten ?

Het leliehaantje is een vraatzuchtig kevertje, nauw verwant aan de gevreesde coloradokever. Bijna uitsluitend te vinden op echte lelies,  maar ook kievitsbloemen (Fritillaria spp.) worden wel eens bezocht. Slechts sporadisch vertoeft het op andere planten. 

Hoe herkennen ?

De kever is net geen 1 cm groot en heeft een felrode rug. De andere lichaamsdelen (buik, poten, kop en sprieten) zijn zwart. De rode rug maakt hem goed zichtbaar op groene plantendelen. Bij aanraking van de plant voelt hij zich echter bedreigd, laat zich vallen en ligt zowat altijd met de rug naar beneden op de grond. Doordat de zwarte buikkleur niet contrasteert met de bodem is hij perfect gecamoufleerd voor de mens. Onvindbaar …  Is het gevaar geweken dan draait het leliehaantje zich om, klimt omhoog en zet zijn vraattocht verder. Deze kevers wegvangen met de hand is dan ook slechts ten dele mogelijk. 

De volwassen leliehaantjes zetten in de lente hun eitjes af aan de onderzijde van de lelieblaadjes. Dit kan tot de zomer doorgaan. De keverlarven die ontluiken zijn na twee tot drie weken volgroeid, verpoppen vervolgens in de grond, en na enkele weken komen nieuwe volwassen exemplaren tevoorschijn. Deze blijven ter plaatse of vliegen uit naar andere tuinen op zoek naar lelies of kievitsbloemen. Deze maanden durende ei-afleg en continue aanvoer van larven maakt ze als plaag moeilijk te bestrijden.De larven zijn zelfs nog vraatzuchtiger dan de volwassen kevers.  Bovendien zijn ze goed gecamoufleerd : hun eigen slijmerige ontlasting wordt op hun rug uitgesmeerd en maakt dat ze op een hoopje vogelpoep lijken. Veel natuurlijke vijanden heeft deze larve daardoor niet… 

Wat kan men doen om deze plaag te bestrijden ?

Veel natuurlijke vijanden heeft het volwassen leliehaantje al evenmin. Vogels mijden deze kevers, net als hun larven, als de pest. Actief ingrijpen met een geschikt middel is de enige manier om de plaag definitief de kop in te drukken. Volgende middelen hebben hun deugdelijkheid volop bewezen :  INSECTICIDE 10 MEOKAPI. Spuiten tegen de avond is meest effectief, dan zijn de leliehaantjes het meest actief, en ook makkelijkst te raken. Even de bodem net onder de lelies bespuiten om naar beneden gevallen exemplaren te raken verdient aanbeveling.

Zeer belangrijk is de eerste bespuiting uit te voeren vanaf het moment dat de lelies zo’n 15 cm hoog staan. Zo ruimt men de eerste overwinterde leliehaantjes onmiddellijk op en verhindert men een nieuwe populatieopbouw. Houd uw lelies goed in observatie tot en met de bloei. Komen er plotseling nieuwe kevers tevoorschijn, herhaal dan de bespuiting. En afhankelijk van de populatiedruk (bv door invliegen van nieuwe kevers) kan het zelfs nodig zijn deze bespuiting een derde maal uit te voeren.

Van het leliehaantje bestaan er twee generaties per seizoen.