Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Leuvense genenbank houdt banaan springlevend.

Leuvense genenbank houdt banaan springlevend.


De banaan. Vlaamse boeren liggen er niet wakker van. Maar één van de meest hardnekkig bevochten dossiers in de schoot van de Wereldhandelsorganisatie is nochtans dat van de bananeninvoer in Europa. Het ‘bananenregime’ werd vijf jaar geleden voor het eerst veroordeeld omdat het de ACP-bananen uit oud-kolonies in Afrika en de Caraïben onrechtmatig begunstigt. Dat is alvast het oordeel van de producenten van dollarbananen - zijnde de Latijns-Amerikaanse landen en Amerikaanse multinationals zoals Chiquita.

Ver weg van het diplomatieke handelsgeweld staan Leuvense wetenschappers van het Labo voor de Tropische Plantenteelt borg voor de overlevingskansen van de banaan op onze planeet. Daar wilden we een boompje over opzetten met Bart Panis (42), het brein achter de revolutionaire invriestechniek die ervoor zorgt dat de grootste genenbank ter wereld voor bananen beheersbaar blijft. “De banaan is geen boom, maar een kruidachtig gewas met een pseudo-stam”, merkt de expert ter verduidelijking op. Euh, natuurlijk!

De westerse consument vindt in de winkelrekken steeds dezelfde banaan. Maar als we jullie mogen geloven, is de diversiteit gigantisch? Bart Panis: Dat klopt. De banaan die wij kennen uit de supermarkten, is de Cavendish. Deze wereldwijd verhandelde banaan is een eenheidsproduct: één formaat, één kleur, één smaak en met uitstekende eigenschappen om lange transportafstanden en bewaartijden te trotseren. Maar deze exportbanaan maakt slechts 12 procent uit van de mondiale productie. In de tropen zijn de soorten om te bakken of te koken het basisvoedsel voor meer dan 400 miljoen mensen. In landen zoals Oeganda eten de mensen drie tot elf bananen per dag, tot 400 kilogram per jaar. Bijna elke maaltijd bestaat er uit gepureerde banaan die gemengd wordt met specerijen.

Wat verklaart de populariteit van de banaan in die landen? Bananen zijn makkelijk te telen en moeten niet elk seizoen opnieuw geplant worden. Omdat ze het hele jaar door groeien, vormen ze een constante bron van voedsel als aanvulling voor de oogst van andere gewassen. Komt erbij dat de banaan energierijk is. Het vruchtvlees van een rijpe banaan bestaat uit 70 procent water en 27 procent suikers, en bevat bijna geen vetten. En dat is nog niet alles. Bananenbladeren doen in de tropen dienst als dakbedekking en milieuvriendelijke wegwerpborden.

Waarom is het zo belangrijk om de diversiteit aan bananensoorten te bewaren? Weinigen herinneren zich nog de Gros Michel. Dat was vijftig jaar geleden de voorloper van de Cavendish als uitverkoren exportbanaan. Tot de fusarium-schimmel de monocultuur van deze banaan helemaal van de kaart veegde. Je moet weten dat bananen zich niet geslachtelijk voortplanten. Ze produceren geen zaden, maar maken stuk voor stuk klonen van de moederplant. Van één ziekte of plaag is de hele plantage het slachtoffer. Vandaag loert voor de Cavendish hetzelfde gevaar om de hoek. De grote multinationals moeten steeds meer sproeimiddelen inzetten om de ziektedruk te bedwingen indien er niet gewerkt wordt aan de genetische diversiteit. Meest voor de hand liggend voor bedrijven zoals Chiquita is om te sleutelen aan de ziekteresistentie van de Cavendish. Dat kan door klassieke veredeling, maar door de hoge steriliteit van bananen is genetische modificatie een dankbaar alternatief.

In jullie genenbank zitten momenteel 1.175 cultivars. Fungeren jullie op die manier als verzekeringspolis voor Chiquita? Helemaal niet. Van de Cavendish hebben we in onze genenbank slechts één of twee klonen. We concentreren ons hoofdzakelijk op de soorten zoals de kook- en hooglandbananen die belangrijk zijn voor de voedselvoorziening in het Zuiden. Vergeet niet dat ons labo enerzijds wel deel uitmaakt van de landbouwfaculteit, maar voor onze financiering zijn we hoofdzakelijk aangewezen op federale projectfondsen voor ontwikkelingssamenwerking. Dat we daarnaast bijvoorbeeld ook al steun gekregen hebben van de Oegandese regering betekent toch dat we voor die regio iets betekenen. Als we in kookbananen iets vinden dat ook de Cavendish van nut kan zijn, dan proberen we die vondst uiteraard te valoriseren. Maar we meten onze prestaties helemaal niet af aan het bekomen van patenten.

Wat beschouwen jullie dan wel als een referentie? Tijdens de genocide in Rwanda is een vluchtelingenstroom op gang gekomen naar Tanzania. Met de steun van de Belgische regering konden we toen 70.000 bananenplanten van 24 cultivars naar dat land sturen die er nog nooit gegroeid hadden. Ter plaatse werden ze vermenigvuldigd tot 2,5 miljoen planten, die dankzij onze knowhow hoge opbrengsten haalden. Afwisseling is trouwens heel belangrijk voor een kleine boer. Eigelijk zou hij nog met veel meer cultivars door elkaar moeten werken. Nu is het zo dat door de ziektedruk in sommige Oost-Afrikaanse landen slechts 40 procent van de aangeplante gewassen uiteindelijk effectief geoogst wordt.

Blijft het niet vreemd dat de genenbank twintig jaar geleden in Leuven is neergestreken? Daar zijn diverse gegronde redenen voor. INIBAP, het internationale netwerk dat zich bekommert om de genetische diversiteit van de banaan, was in de eerste plaats op zoek naar een locatie met zo weinig mogelijk stroompannes en fytosanitaire voorschriften als het om bananen gaat. Een extra troef is dat we vlakbij Brussel liggen en dus labo’s in de hele wereld zeer snel kunnen bevoorraden met plantjes. Met wat steun van de universiteit en de beschikbare knowhow van Vlaamse onderzoekers die zich vóór de onafhankelijkheid van Congo verdiepten in de bananenteelt, was Leuven een vrij logische keuze.

Wat moeten we ons precies voorstellen bij die genenbank? Omdat gekweekte banen geen zaden maken, worden de plantjes bewaard in proefbuisjes. Om hun groei te vertragen, krijgen ze een speciaal dieet en worden ze bewaard bij lage temperaturen en beschermd tegen zonlicht. Van elke bananensoort worden 20 plantjes bewaard, waardoor de hele genenbank een volledig lokaal beslaat. De plantjes worden regelmatig uit hun winterslaap gehaald om nieuwe bananenplanten te produceren met behulp van weefselcultuur.

Zijn jullie zeker dat in dat ene lokaaltje werkelijk alle bananensoorten aanwezig zijn? Uiteraard zitten er nog gaten in onze collectie. Bijvoorbeeld in veel Aziatische landen zoals India en Vietnam is er nog een ruime diversiteit aan bananen voorhanden die we niet in ons bezit hebben. Maar deze landen zijn niet altijd happig om dat materiaal vrij te geven uit vrees dat buitenlandse bedrijven misbruik zullen maken van hun biodiversiteit. Daarnaast is het zo dat er in het wild nog een groot aantal onbekende cultivars bestaan. Regelmatig trekt een collectiemissie de jungle in op zoek naar nieuwe bananensoorten. Om onze genenbank aan te vullen, krijgen we regelmatig plantenscheuten opgestuurd van kleinere collecties. Maar via de nodige tests waken we wel over de gezondheid en kwaliteit van het basismateriaal. We zijn niet het enige labo dat bananenplanten kan leveren aan ontwikkelingslanden, maar we zijn wel het enige dat een zo grote diversiteit aan ziektevrije plantjes kan aanbieden. Dit hebben we ondermeer te danken aan de ontdekking dat geneesmiddelen tegen het HIV-virus ook kunnen aangewend worden om sommige bananenvirussen te elimineren.

Als laborant in pakweg Kisangani of Guayaquil kan ik zomaar plantjes aanvragen bij jullie? Dat klopt. We sturen dagelijks zo’n zeven cultivars volledig gratis naar onderzoekscentra en plantages aan de andere kant van de wereld. We beperken ons wel tot vijf plantjes per soort. Omdat een plantagehouder behoefte heeft aan tienduizenden planten, richten we zelf zoveel mogelijk labs ter plaatse op in het land waar ze nodig zijn. Daar zetten lokale wetenschappers de bananen zelf in de grond, kweken ze op en verdelen ze. Dat is sneller, efficiënter en goedkoper dan wij het zouden kunnen vanuit Leuven. Het klinkt misschien paradoxaal, maar ik ben ervan overtuigd dat onze positie sterker wordt als we onze kennis deels uit handen geven.

Jullie kregen onlangs het label ‘Centre of Excellence for Cryobiology’ opgespeld? Die erkenning hebben we gekregen voor de efficiënte techniek die we ontwikkeld hebben om bananenplanten in te vriezen bij -196°C, de temperatuur van vloeibare stikstof. Ingevroren bananenplanten vergen geen onderhoud en nemen minder plaats in beslag waardoor het makkelijker wordt om op een andere locatie voor een back-up van de collectie te zorgen. Er zijn nog andere labs die cryopreservatie toepassen, maar uniek aan ons procédé is dat het ook kan gebruikt worden voor het invriezen van andere planten en gewassen zoals dadelpalmen, witloof, katoen, aardbeien en suikerbieten. We werken bijvoorbeeld samen met een onderzoekscentrum in Peru om de techniek ook toe te passen bij aardappelen. Komt daarbij dat we er straks als eerste labo ter wereld zullen in slagen om een hele collectie in te vriezen. Momenteel bewaren we al zo’n 400 soorten in vloeibare stikstof. Het is niet zo eenvoudig als het lijkt omdat bij ijskristalvorming onherstelbare plantenschade optreedt. Daarom wordt enkel het minuscuul kleine meristeem ingevroren. Die bevat een groep stamcellen die weer kunnen uitgroeien tot een volledige plant.

Wil je daarmee zeggen dat het nog steeds science fiction is om een volledige mens in te vriezen met kans op succesvolle ontdooiing in een verre toekomst? Op het internet vind je een aantal Amerikaanse bedrijven die deze service aanbieden. Maar je moet behoorlijk gek zijn om hierop in te gaan (lacht).

Is het realistischer dat jullie ervoor zorgen dat onze fruittelers ooit in Vlaanderen bananen kunnen kweken? Bananen gedijen binnen een beperkte klimaatzone, de zogenaamde vochtige tropen. Door te sleutelen met genen die koude- en droogteresistentie opwekken, hoopt men het potentiële productieareaal te kunnen uitbreiden. Maar in Vlaanderen lijkt me dat zelfs geen verre toekomstmuziek omdat de banaan een heel lang groeiseizoen nodig heeft. Dus heb je sowieso een serre nodig. Energetisch lijkt me dat niet te verantwoorden. We zullen het dus nog een tijdje met onze appelen en peren moeten stellen.

Bron: VILT



Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Log in om een reactie te plaatsen