Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Narcissen

Narcissen hebben een reputatie hoog te houden als voorbodes van de lente. En dat doen ze nog altijd met verve in het voorjaar, als ze het beste van zichzelf laten zien. De bloemen zijn helemaal niet begiftigd met een scala aan kleuren (variaties op wit en geel) maar dankzij de kennis en het vakmanschap van sommige kwekers is het aantal soorten enorm en de variatie in hoogte (van 15 tot 60cm) en bloemvorm zeer uitgebreid. Aan sommige van die bloemen is ook duidelijk de tussenkomst van mensenhanden zichtbaar.

Narcissen blijven dan ook ondanks alle 'vóór en tegen', populaire bloembollen met verschillende gezichten: Terwijl de hogere soorten de weg hebben gevonden naar parken, bloemperken en zelfs rotondes en autosnelwegen, zijn de kleinere types vooral bruikbaar in tuinen met een meer 'natuurlijke' uitstraling. De bloemen van alle narcissen zijn in meerdere of mindere mate voorzien van een trompet, ook wel bijkroon genoemd. Deze wordt omringd door zes bloembladen, die samen de bloemkroon vormen. Alhoewel de bloemen toch altijd min of meer iets artificieels aanvoelen moeten we toegeven dat ze na de winterperiode toch voor vrolijke ‘vibes’ zorgen.

De Narcissenfamilie omvat een dertig- tot veertigtal bolgewassen die vooral in (Zuid-)Europa en tot in West-Azië voorkomen. De witte narcis, die ook wel dichtersnarcis (Narcissus poeticus) wordt genoemd is inheems in Zuid-Europa. De wilde narcis, gele of trompetnarcis (Narcissus pseudonarcissus) is inheems in West- en Midden-Europa. Dit is de enige soort die in België en Nederland verwilderd voorkomt. Het zijn de vele ‘bastaards’ van deze soort die de tuinen opvrolijken en worden aangeboden onder de naam ‘trompetnarcissen’.

Eénmaal geplant zorgen narcissen voor een jarenlange bloei. Dat komt omdat de meerjarige bol eigenlijk een korte stengel is, waarop witvlezige, schubvormige bladeren zitten (‘rokken’). Jaarlijks worden in het midden nieuwe rokken toegevoegd, terwijl aan de buitenkant de oude afsterven. De centrale hoofdknop vormt nieuwe bladeren en een bloem. De tegenover elkaar liggende okselknoppen vormen nieuwe bollen door van de moederbol los te groeien.

De naam Narcissus dankt de bloem aan de mythe van Narcissus. Deze jongeman werd geboren uit een verhouding van de riviergod Kephissos en de nimf Liriope. Narcissus was een beeldschone jongeman die vooral verliefd op zichzelf was en elke dag naar zichzelf in het water staarde (bij gebrek aan een spiegel). De wraakgodin Nemesis veranderde hem daarom in een bloem. De narcis is dan ook een zinnebeeld van zelfbehagen, ijdelheid en van de dood. Narcissen groeien in de lente op vochtige plaatsen en daarom staan ze in verband met water en het ritme van de seizoenen, en dus ook met vruchtbaarheid. Vooral in Engeland plant men vandaag nog narcissen bij graven omdat ze de dood symboliseren als een soort verdovende slaap. In de Bijbel staan narcissen voor de lente en het leven na de dood. Van oudsher worden ze ook met het paasfesst geassocieerd. Een andere naam voor narcis is trouwens paaslelie of paasbloem.

Narcissen giftig?

Narcissen bevatten lycorine dit is een giftig alkaloïde dat bij inname aanleiding geeft tot braken, buikpijn en diarree. Problemen van intoxicatie ontstaan vaak doordat men de bollen verward met uien.

 

De narciscultivars worden in een dertiental groepen ingedeeld:

TROMPETNARCISSEN Meestal alleenstaande, grote bloemen, elk met trompet, net zo lang of langer dan de kroonslippen. Op arme gronden kunnen deze best wat voedsel gebruiken. Vroege tot late voorjaarsbloeier.
GROOTKRONIGE Alleenstaande, grote bloemen, elk met bijkroon, minstens zo lang als, maar nooit langer dan de kroonslippen. Deze soorten zijn prima voor meerjarenbloei. Voorjaarsbloeier.
KLEINKRONIGE

 

Vaak enkele bloemen, elk met bijkroon, kleiner dan een derde van de lengte van de kroonslippen. Deze soorten zijn prima voor meerjarenbloei. Voorjaars- of vroege zomer bloeier. 

DUBBELE
Meestal alleenstaande, grote, geheel gevulde of halfdubbele, zelden geurende bloemen met bijkroon en kroonslippen of bijkroon alleen vervangen door bloembladachtige vormen. Soms kleinere, vaak zoetgeurende bloemen in trossen van 4 of meer. Voorjaars- of vroege zomerbloeier.
TRIANDRUS Knikkende bloemen met korte bijkronen, soms met rechte kanten en smalle, teruggeslagen kroonslippen. 2-6 per stengel. Voorjaarsbloeier.

CYCLAMINEUS
Meestal 1 of 2 bloemen per stengel. Bijkronen soms met opstaande rand en vaak langer dan bij de Triandrus. Smalle, puntige, teruggeslagen kroonslippen. Vroege tot halverwege het voorjaarsbloeier.

JONQUILLA
Zoetgeurende bloemen, meestal 2 of meer per stengel. Korte bijkronen, soms met opstaande rand. Kroonslippen vaak plat, vrij breed en rond. Voorjaarsbloeier.
TAZETTA Zoetgeurende bloemen van kleinbloemige cultivars in trossen van 12 of meer per stengel. Grootbloemige soorten hebben 3 of 4 bloemen per stengel.
POETICUS Soms 2 bloemen per stengel. Kunnen zoetgeurend zijn. Elke bloem met kleine, gekleurde bijkroon en glanzende, witte kroonslippen. Late voorjaars- of vroege zomerbloeier.
SPLEETKRONIGE Meestal alleenstaande bloemen, bijkronen tot een derde of meer van de lengte gespleten. Het aantal spleten varieert bij elke kroon. Voorjaarsbloeier?
BOTANISCHE Alle soorten, wilde vormen en semi-wilde soorten
DIVERSEN Alle andere soorten die niet onder één van deze groepen behoort.
BULBOCODIUM Meestal één bloem per steel. De kroonblaadjes zijn merkelijk kleiner en de kroon is in verhouding groot. Voorjaarsbloeier.

September 2008

 

Bronnen:

  • Atrium tuinplantenencyclopedie
  • Geïllustreerde bloembollen encyclopedie (Hanneke van Dijk)
  • De Plantencode (Marcel de Cleene)
  • Planten een andere kijk (Nationale Plantentuin)


Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Log in om een reactie te plaatsen