Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Paardekastanje mineermot (Cameraria ohridella)

door Eddy Geers • Vrijdag 20 April 2018 Volg Eddy G.

Regelmatig worden we, ook hier in Vlaanderen en Nederland, geconfronteerd met nieuwe plagen. Een voorbeeld hiervan is zeker het minuscuul klein vlindertje waarvan de larven de bladeren van onze paardekastanjes aantasten, ‘paardekastanjemineermot’ genaamd (Cameraria ohridella). 

Deze motjes zijn slechts een halve centimeter groot, goudbruin van kleur met een fijn wit/zwart strepenpatroon op de vleugels. Vanaf begin mei zijn ze op warme dagen makkelijk terug te vinden op de stammen van onze paardekastanjes. Althans als je oog hebt voor kleine dingen, want door hun geringe grootte vallen ze vanop afstand niet op.  

Zoals vermeld zijn het niet de mineermotjes zelf, maar hun larven die de schade en symptomen veroorzaken. Deze rupsjes voeden zich met het bladmoes, waardoor lege “mijnen” in het blad ontstaan. Deze leegtes kunnen een oppervlakte tot 8 cm² hebben. Op deze manier gaan de vele larven stelselmatig het fotosynthese apparaat van de boom reduceren. En omdat hun aanwezigheid zich niet beperkt tot één generatie, maar er in totaal drie opeenvolgende generaties per jaar voorkomen, kan de schade tegen de nazomer fenomenaal groot zijn.

Bladeren drogen uit, verschrompelen en vallen vervroegd af. Indien de twee eerste generaties onbeperkt hun gang kunnen gaan is het zelfs zo dat er al in augustus vervroegde bladval optreedt. En dat heeft grote gevolgen voor de boom zelf. De paardekastanje kan dan in de nazomer onvoldoende reservestoffen in zijn blad aanmaken. Deze reservestoffen worden in knoppen en houtstructuur opgeslagen om het volgende jaar weer volop uit te lopen.  

Als dit enige jaren na elkaar gebeurt, verzwakt de boom in sterke mate. Dat maakt de paardekastanje tevens gevoeliger voor vorst en andere aantasters (honingzwam, ..), waardoor hij nog meer verzwakt raakt. Door deze neerwaartse spiraal van vitaliteit komt de paardekastanje in een gevaarlijke gezondheidssituatie terecht.

Een noodzaak dus om deze uitbreidende plaag aan te pakken !

Omwille van de enorme hoogte van paardekastanjes zijn bladbespuitingen moeilijk realiseerbaar. Na voortgezet praktijkonderzoek is Edialux erin geslaagd om een oplossing aan te bieden. Deze omvat twee onderdelen : enerzijds worden de mannelijke motjes gelokt met feromoonvallen in de kruin; anderzijds worden de vrouwtjes grotendeels weggevangen met lijmbanden rondom de stam.

Om de mannetjes te vangen maken we gebruik van feromonen, dit zijn insect-eigen natuurlijke sexuele lokstoffen. De Funnel Trap FEROMOONVAL is een speciaal ontworpen val waarin een feromoonampule past. Deze Funnel Trap FEROMOONVAL wordt gewoonweg in de kruin opgehangen. De bijgevoegde feromoonampule trekt mannelijke motjes aan. Deze ampule dient wel bij elke nieuwe generatie motjes herplaatst te worden : dus een eerste keer eind april; een tweede keer eind juni en een laatste keer eind augustus. Onderaan in de feromoonval wordt zeepwater aangebracht zodat aangetrokken motten in de val zouden verdrinken. De doorschijnende wand van de feromoonval zorgt ervoor dat de situatie vanop de grond kan gevolgd worden. Zo is er een goede monitoring mogelijk.

Belangrijke tip : de feromoonampule (een kleine bruine rubberen capsule) rechtstreeks vanuit het zakje in het korfje laten vallen. De feromoonampule niet met de handen aanraken. De ampule is doordrongen van “feromoon” en door het vast te nemen zou u er reeds een groot deel van verwijderen. Feromonen zijn natuurlijke, door insecten aangemaakte stoffen die in zeer lage concentraties andere insecten van dezelfde soort aantrekken. Voor de mens zijn ze totaal ongevaarlijk. Is er toch contact geweest, moet u de handen zo vlug als mogelijk wassen zónder ondertussen andere materialen aan te raken. Zoniet dan gaat men met de handen overal de feromoon verspreiden, met een slechtere vangst in de val zelf als gevolg.  

De vrouwelijke motjes verschalken we op een andere manier. Ze zijn géén goede vliegers en fladderen wat dronken rond. Op de stam verplaatsen ze zich een beetje springend – fladderend en huppelend. Bestrijding van deze omhoog kruipende mineermotjes langs de stam kan door een AEROXON BOOMLIJMBAND. Dit op voldoende hoogte om vandalisme te voorkomen. Een mooi meegenomen neveneffect is dat reeds weggevangen vrouwtjes op de lijmval zelf ook nog feromoon vrijgeven, wat bijkomend mannetjes aantrekt. 

Door het wegvangen van grote aantallen motjes verloopt de populatieopbouw een heel stuk trager, met een vermindering van het percentage aangetaste bladeren in de boomkruin als resultaat. Een nauwgezette biologische beheersing dus. Er wordt op geen enkel moment enige schade aangebracht aan de bomen of de omgeving.

 

Foto's: Wikipedia