Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Rozen met bottels

Waarom in tuingidsen en zelfs in rozengidsen zo weinig wordt gezegd over rozenbottels begrijp ik niet. De bloemen zijn natuurlijk prachtig en veel rozen hebben een ongevenaarde geur. Maar veel van de mooiste en sterkst geurende rozen bloeien slechts enkele weken in de zomer, ze vragen heel wat verzorging en ze vallen desondanks gemakkelijk ten prooi aan ziekten, luizen en andere insecten.

Genoeg om veel tuinliefhebbers na enkele jaren te doen besluiten om hun rozen maar te vervangen door iets dat langer bloeit en minder gevoelig is voor allerlei plagen. Maar ze dwalen. Rozen hebben immers nog veel meer te bieden. Sommige struikrozen hebben een mooie vorm, ook zonder bloemen. Of ze hebben sierlijke bladeren die in de herfst dikwijls mooi verkleuren, elegante takken, opvallende stekels enz. Maar hun belangrijkste sierwaarde naast de bloemen zijn de rozenbottels in de herfst en in de winter.

Die zijn zeer gevarieerd van kleur, vorm en grootte, gaande van geel, geeloranje, oranjerood, roodbruin tot zwart en van rond, eirond naar flesvormig. Rozenbottels zijn niet alleen in de tuin een sieraad. Ook in ruikers of in kerstkransen zijn ze heel mooi en blijven wekenlang goed.

Wilde rozen
De wilde of botanische rozen en hun directe verwanten hebben bijna allemaal prachtige bottels. Ze bloeien meestal slechts één keer, in juni, en hebben dan heel de zomer om hun bottels te laten rijpen. Je zou ze bij het kleinfruit kunnen rangschikken. Met dat verschil dat ze nog vruchten dragen als de rode en de zwarte bessenstruiken al lang zijn kaalgeplukt.

Eén van de mooiste wilde bottelrozen is Rosa moyesii en zijn nauwe verwanten zoals R. moyesii ‘Fargesii’, ‘Geranium’ en ‘Sealing Wax’ met grote, flesvormige rode bottels. De hieraan verwante Rosa x highdownensis draagt nog rijker bottels. En dan is er uiteraard de echte Bottelroos, R.rugosa, een prachtige, gezonde en sterke roos, zeer geschikt om te gebruiken als bloeiende haag. Ze bloeit bijna heel de zomer door en vanaf het begin van de herfst is ze overdekt met grote oranjerode tomaatvormige bottels, terwijl ze meestal nog volop in bloei staat. Bovendien verkleurt het blad ook mooi geel.

Ook enkele rugosahybriden – die tot de beste, mooiste en sterkste heesterrozen behoren – dragen mooie bottels. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de sterk geurende ‘Hansa’, ‘Robusta’, ‘Scabrosa’, ‘Schneezwerg’ en de laagblijvende ‘Frau (of Fru) Dagmar Hastrup’. Onze inheemse hondsroos (R.canina) heeft mooie langwerpige botteltjes, de vorm ‘Kiese’ heeft hele dikke rode bottels. De eglantierroos (R.rubiginosa)met zijn naar appeltjes geurend blad pronkt in het najaar met ovale, sterk behaarde en helrode bottels. Ook de meeste afstammelingen van de hondsroos en de eglantierroos zijn zeer goede bottelrozen.

Vooral de eglantierrozen die in de 19de eeuw door de Britse aristocraat Lord Penzance werden gekweekt, zoals ‘Anne of Geierstein’, ‘Amy Robsart’, ‘Meg Merrilies’, ‘Lady Penzance’ en ‘Lord Penzance’ zijn schitterende en sterke rozen met prachtige bottels. De Penzancerozen kunnen gemakkelijk  twee meter hoog worden. De blinkend zwarte botteltjes van R. pimpinellifolia (R.spinosissima) zijn zeer opvallend. Hiervan bestaan ook verschillende prachtige variëteiten met mooie (maar niet altijd zwarte) bottels. ‘Rubra’ heeft wel zwarte bottels, bij ‘Mary Queen of Scots’ zijn ze donkerbruin, ‘Beth’ heeft oranje bottels. Bovendien verkleurt het bijna varenvormige blad van deze rozen ook mooi in de herfst waardoor de bottels nog beter uitkomen. Ook opmerkelijk zijn de groengele bottels van R.roxburgii die niet ten onrechte soms ‘kastanjebottels’ worden genoemd vanwege de scherpe uitsteeksels.

Sommige wilde rozen combineren een opvallend blad (met meestal een zeer mooie herfstkleur) met prachtige bottels. Dat geldt onder meer voor R.glauca (met blauwig groen blad), R.sericea f.pteracantha (omeiensis ‘Pteracantha’) (met vervaarlijk uitziende, enorm grote roodgekleurde stekels), R.macrophylla (donkerrode takken met flesvormige rode bottels), R.palustris, R.glauca (rubrifolia, bruinrood blad en bruinrode bottels aan rode takken) en R.xanthina (met fijne groene blaadjes en felrode botteltjes aan lange sierlijke takken).

Andere uitmuntende wilde bottelrozen zijn R.californica, R.corymbifera, R.davidii,R.elegantula ‘Persetosa’ (farreri ‘Persetosa’),R.forrestiana, R.gallica, R x mariae-graebnerae, R.micranthosepium, R.multiflora, R.pendulina ‘Mount Everest’, R.pisocarpa, R.setipoda, R.sweginzowii var. macrocarpa,R.villosa var.recondita (de appelroos, vanwege de appelvormige, donkerrode bottels), R.villosa ‘Duplex’ en R.virginiana.

Klimrozen
Niet alleen de wilde of botanische rozelaars hebben bottels. Ook veel gecultiveerde oude en moderne rozen dragen mooie bottels. Bij de herbloeiende heesterrozen  zijn onder meer ‘Dortmund’ en ‘Fred Loads’ hele goede bottelrozen. Ook ‘Dentelle de Bruxelles’ en ‘Pleine de Grace’, twee bekende Lensrozen, dragen prachtige bottels. ‘Scharlachglut’ is een al iets oudere Gallicaroos met hevig rode bloemen en mooie grote oranjerode bottels. De meeste Gallica-hybriden hebben overigens mooie bottels.

Haast alle moschatahybriden dragen in de herfst en de winter grote trossen met tientallen kleine meestal geeloranje tot oranjerode botteltjes. Dat geldt zowel voor de oudere moschata’s zoals ‘Buff Beauty’, ‘Felicia’ en ‘Penelope’, als voor de vele nieuwe moschata’s die de Belgische rozenkweker Louis Lens de voorbije jaren heeft gekweekt. Voorwaarde is wel om na half september te stoppen met het wegknippen van de uitgebloeide bloemtrossen. Bij de klim- en vooral bij de liaanrozelaars of ramblers zijn er tal van prachtige bottelrozen. Ook is er een aantal eenmalig bloeiende wilde of bijna wilde soorten die de kroon spannen. Ik denk dan ondermeer aan R.helenae, R.filipes, R.rubus en R.mulliganii, alle met kleine geurende witte bloemen en trosjes met vele kleine rode bottels. Ook de bekende ‘Kiftsgate’ en de minder bekende ‘Toby Tristam’, twee niet herbloeiende liaanrozelaars staan in de herfst vol oranjerode botteltjes. Deze liaanrozelaars vormen elk jaar meterslange takken en zijn alleen geschikt voor plaatsen waar ze vrijelijk hun gang kunnen gaan. Maar in een oude boom of over een oude schuur zijn ze tijdens de bloei in juni en opnieuw in de herfst met hun bottels zeker de moeite waard. Iets beter in de hand te houden zijn de eenmalig bloeiende klimrozelaars ‘Rambling Rector’ (met grote trossen halfgevulde crèmewitte bloemen die heerlijk geuren), ‘Francis Lester’ (met enkele witte bloemen met roze vlekjes) en ‘Madame Grégoire Stächelin’ (met grote zachtroze geurende bloemen). Vooral ‘Francis Lester’ heeft in de herfst prachtige roodoranje bottels. Bij de herbloeiende grootbloemige klimrozen heeft onder meer de bleek abrikooskleurige ‘Meg’ mooie bottels. Bij de herbloeiende floribunda klimrozen ben je goed af met ‘Allen Chandler’, met grote bijna enkele rode bloemen en lange oranjerode bottels. Ook de populaire ‘New Dawn’ heeft mooie bottels.

Vitamine C
Rozenbottels zijn zeer rijk aan vitamine C. Je kunt ze echter niet zo maar eten. Als je in een rauwe rozenbottel bijt proef je alleen pluis en harde zaden. Het vruchtvlees zelf is dun en smaakt licht zurig, niet echt smakelijk. Maar je kan ze wel in de keuken gebruiken voor rozenbottelsiroop, -gelei en –thee. Wacht met het plukken van de bottels tot de eerste nachtvorst er is over gegaan. Normaal is dat eind oktober-november. Maar wacht niet te lang want als het kouder wordt en als het voedsel in de tuin schaarser wordt zijn rozenbottels ook zeer geliefd bij vinken, groenlingen en zelfs lijsters die er de zaden uitpikken.

Botanische rozen die goede vlezige bottels voor gelei opleveren zijn onder meer: R.corymbifera, R.pisocarpa, Rosa roxburghii, Rosa rugosa, Rosa villosa, Rosa villosa var. recondita, R.sweginzowiivar.macrocarpa. Een massa bottels zeer geschikt voor thee vind je onder meer op volgende wilde rozen: R.californica, R.hibernica, R.micranthosepium, R.multiflora, R.pisocarpa, R.villosa.

Zelf zaaien
Je kunt ook eens proberen om zelf rozen te zaaien. Pluk enkele bottels als ze goed rijp zijn (maar nog niet beginnen te rimpelen) en haal de zaadjes er voorzichtig uit. Zaai deze in een bloempot in goede tuinaarde. Dek de zaadjes af met een dun laagje compost en zet de potten weg op een achteraf plaatsje in de tuin of in een koude kas. Rozenzaad heeft enkele maanden vorst nodig om te kiemen. Met enig geluk zal je in het voorjaar jonge zaailingen zien opkomen. Gebeurt er niets, wacht dan nog een jaar omdat het soms enige tijd kan duren voor het zaad kiemt.

Auteur : Paul Geerts  



Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Log in om een reactie te plaatsen