Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Thuiscomposteren in 10 stappen

Eddy G. door Eddy Geers • Donderdag 23 Juni 2016 Volg Eddy G.

Nergens ter wereld wordt meer gecomposteerd dan in onze streken. Niet minder dan één op drie doet actief aan thuiscomposteren. Er zijn hiervoor vele redenen. Door thuis te composteren je kan vooreerst flink besparen op afvalkosten. Compost is bovendien een bron van humus, ideaal voor de moestuin én de siertuin (rozen, borders, hagen, …)

Composteren is helemaal niet moeilijk. Enkele eenvoudige regeltjes en een minimum aan aandacht volstaan om een compostvat of –bak probleemloos te laten functioneren. Heb je vragen? Je kan steeds terecht bij een compostmeester in je buurt. Compostmeesters zijn vrijwilligers die opgeleid werden om andere burgers van de nodige raad en daad bij het thuiscomposteren.

 

1. Wat is composteren?
Op de bodem van een bos worden de bladeren en takjes van de bomen door miljoenen kleine organismen langzaam afgebroken tot donkerbruine humus. In een composthoop in je eigen tuin gebeurt net hetzelfde. Het tuin- en keukenafval dat je toevoegt wordt door natuurlijke bacteriën, schimmels en wormen omgevormd tot humus.

Thuiscomposteren is heel eenvoudig. De compostbeestjes in je vat of bak hebben net zoals wij eten, drinken en lucht nodig. Wie hiermee rekening houdt, wordt beloond met prima compost van eigen makelij. Geef je compostbeestjes regelmatig iets te eten, liefst met een goede afwisseling van nat en droog materiaal. Typisch natte materialen zijn vers grasmaaisel of keukenrestjes. Bladeren, takjes, stro en houtsnippers zijn droge materialen. Is het materiaal in je compostvat te nat, dan vallen de compostbeestjes zonder zuurstof. In plaats van te composteren, zal het groen- en keukenafval beginnen rotten, met alle kwalijke geurtjes vandien. Composteer je louter houtsnippers of takjes, dan dreigt je compostvat- of bak gauw uit te drogen. Het hele composteringsproces valt dan stil. Alle compostbeestjes zijn van nature aanwezig in tuinen. Je hoeft dus geen starter of andere tovermiddeltjes te gebruiken. Een compostvat of –bak moet wel in contact staan met de bodem. Komt het toch wat traag op gang, dan kan je best compostbeestjes importeren uit een ander compostvat of –bak. Eenmaal zover, zullen de wormen gauw aan het werk slaan.
 

2. Een vat, een bak of een hoop?
Thuiscomposteren kan je in een compostvat, een compostbak of een simpele composthoop. Wie zonder tuin is, kan het eventueel met een wormenbak proberen.

Een compostvat is het meest geschikt voor kleinere tuintjes tot 250 m2. In grotere tuinen blijkt een compostvat gauw te klein om al het groenafval te verwerken. Hier kies je best voor een compostbak. Een compostvat staat best in de zon. Daardoor kan het binnenin opwarmen, wat het composteringsproces ten goede komt. Compostvaten hebben bovendien een deksel waardoor ze minder snel uitdrogen. Compostbakken plaats je daarentegen best in de schaduw om uitdrogen te vermijden.

De bodem van een compostvat bestaat uit een geperforeerde plaat. Deze plaats je best op enkele losse trottoirstenen zodat het vat niet in de bodem kan zakken. Onderin het vat leg je een laagje van houtsnippers of ander los materiaal, om de vorming van een ondoordringbare laag te vermijden. Een vat dien je wekelijks te beluchten. Het meest gemakkelijk gaat dat met een beluchtingsstok waarmee je luchtkanalen in het materiaal draait. Een compostbak kan je zelf maken uit transportpaletten of tuinhout. Mooi afgewerkte bakken vind je ook in tuincentra. In een grote tuin plaats je meerdere bakken naast elkaar. Vers materiaal laat je in de eerste bak, na enkele maanden zet je het om naar een tweede bak, weer enkele maanden later naar een eventuele derde bak. Op die manier voorkom je dat vers materiaal in eenzelfde bak vermengd wordt met bijna uitgerijpte compost. Door het regelmatig verplaatsen van het materiaal zorg je bovendien voor een goede menging en beluchting van het materiaal.

Een composthoop tenslotte vraagt de minste uitrusting. Nadeel is wel dat een hoop meer plaats neemt dan een bak (je krijgt eenzelfde hoeveelheid materiaal minder hoog gestapeld). Het is ook moeilijker het vers materiaal te scheiden van de bijna gebruiksklare compost.


3. De basisregels.
Een goede thuiscomposteerder zorgt ervoor dat de compostbeestjes in zijn bak of vat steeds voorzien blijven van het nodige eten, lucht en water.

Boven in het compostvat is dat meestal geen probleem. Door het gewicht wordt het materiaal in diepere lagen wel vaak op elkaar geperst, waardoor er geen lucht meer bij kan. Het materiaal blijft dan nat en begint te rotten. De kunst van het composteren bestaat in een goede afwisseling van nat en droog, grof en fijn materiaal. Heel wat mensen maken de fout om enkel keukenresten, gras en ander nat materiaal in het vat of bak te gooien. Een dichte, onwelriekende koek is het gevolg. Wie voldoende droog en grof materiaal bij het composterend materiaal voegt, kan bijna niets meer fout doen. Geschikt zijn houtsnippers, takjes, droge bladeren, stro en zelfs golfkarton of kartonnen eierdoosjes. In heel veel gemeenten bestaat de mogelijkheid om op het containerpark houtsnippers mee te nemen. Ideaal als droog materiaal.

Een tweede tip voor succes is het regelmatige beluchten. Een compostvat wordt best wekelijks eenmaal belucht. Dan kan gemakkelijk als je vers materiaal toevoegt. Je steekt de beluchtingsstok in het vat, je draait en je trekt de stok terug. Op deze wijze maak je beluchtingsgangen in het vat, zodat eventueel verdichte lagen gebroken worden. In een bak of hoop kan je beluchten door met een riek het materiaal te keren. Hoe minder grof materiaal, hoe belangrijker het beluchten!

Ideaal is om de volledige inhoud van je compostvat of –dek minstens 1 keer volledig om te zetten waarbij je alle lagen met elkaar vermengd. Indien nodig voeg je water toe (te droog) of integendeel droog materiaal (te nat). Het omzetten geeft je de garantie op een goed composteringsproces en een kwaliteitsvol eindproduct.


4. Wat mag in de compostbak- of vat?
Alles wat levend is of was, kan door compostbeestjes worden omgevormd tot compost. Bladeren, takjes, vruchten, schillen, keukenrestjes, gras, …: het mag allemaal in het compostvat of –bak. Ook koffiefilters, thee en keukenpapier mogen zonder problemen bij het composteerbaar materiaal gevoegd worden. Takjes en ander houtig materiaal verklein je best wat, zodat de verdere afbraak ervan gemakkelijker verloopt.

Sommige materialen worden minder gemakkelijk afgebroken, zodat je de hoeveelheden ervan beter beperkt: eierschalen, conifeer, perzikpitten, notenschalen. Vette of olie-achtige materialen hou je uit het compostvat. Deze zijn erg moeilijk afbreekbaar en bemoeilijken de beluchting in het vat. Vlees en visresten zijn weliswaar composteerbaar, maar trekken vliegen en ander ongedierte aan. Niet composteren dus.


5. Help, het loopt mis.
Heel veel kan niet mislopen bij het thuiscomposteren. Gebeurt het toch, dan betreft het vaak volgende problemen:

Eén: mijn compostvat ruikt, het materiaal is slijmerig en nat, alles is aan elkaar vastgekoekt.

Dit eerste euvel is het meest voorkomende. Meestal is dit het gevolg van een overwicht aan nat materiaal in het vat. De compostbeestjes krijgen geen lucht meer waardoor composteren verandert in rotten. Een tweede mogelijke oorzaak is een verdichte laag dieper in of onder het vat, waardoor het water niet meer wegkan. In beide gevallen bestaat de beste oplossing erin om het materiaal uit het vat te nemen en te mengen met een grote dosis houtsnippers of ander droog materiaal. Nadat het materiaal wat is opgedroogd, kan het weer in het vat of de bak. Kijk goed na of overtollig water voldoende kan wegvloeien. Door je vat op enkele stenen te plaatsen en onderin een dikke laag snippers te voorzien, vermijd je nieuwe “wateroverlast”.

Twee: er gebeurt helemaal niets. Het materiaal ligt al weken onveranderd te wachten in de compostbak of –vat.

In dit geval is het materiaal wellicht te droog. De oorzaak hiervan is de toevoeging van teveel droog materiaal, of uitdroging van de hoop door de buitenlucht. Reactiveren van het materiaal kan door de toevoeging van voldoende natter materiaal (bv grasmaaisel), door de hoop of bak (regelmatig) te bevochtigen of door de bak af te schermen van de zon (via een dakje of doek). Een andere mogelijke verklaring voor het euvel is de afwezigheid van voldoende compostdiertjes, vooral wormen. Staat de compostbak of vat wel opgesteld boven een strook grond? Compostvaten die volledig op een stenen terrasvloer staan opgesteld kunnen geen wormen aantrekken. Een moeilijk opstartend vat kan ook voortgeholpen worden door er een greep halfverteerde compost met wormen van een ander vat of bak in over te plaatsen. 


6. Kan je gras composteren?
Natuurlijk kan je gras composteren. Probleem is wel dat grasmaaisel een zeer nat en fijn materiaal is waardoor de beluchting in vat of bak erg moeilijk wordt. Ofwel meng je je gras dus op met even grote hoeveelheden grof en droog materiaal (houtsnippers, droge bladeren, takjes, …); ofwel dien je dus de hoeveelheid grasmaaisel sterk te beperken. Te veel grasmaaisel zonder bijmenging van grof materiaal zorgt binnen de kortste keren voor hoge temperaturen en rotting. Het gras vormt dikke, zure klodden die je nog maar moeilijk uit elkaar krijgt.

Tenzij je over voldoende grof materiaal beschikt, zal je dus een andere oplossing moeten vinden voor het grasmaaisel. Gras kan gemakkelijk gebruikt wordt als onkruidwerend laagje onder hagen, struiken of zelfs in de moestuin (als het niet in zaad staat!). Je kan iets langer gras bij goed weer ook laten drogen waardoor je het kunt gebruiken als hooi (hetgeen opnieuw composteerbaar is). Bij aankoop van een nieuwe grasmaaier kan je opteren voor een mulchmaaier die het gras versnippert in plaats van op te vangen. Bij aanleg van een nieuwe grasmat kies je best voor traaggroeiend gras dat je veel minder hoeft te maaien. Minder meststoffen strooien betekent eveneens minder maaiwerk.

Als je met je gras echt geen blijf weet, kan je het uiteraard ook nog in de GFT-bak of op het containerpark. In professionele installaties wordt er dan professionele kwaliteitscompost mee geproduceerd.


7. Ongewenst bezoek?
In een compostbak of –vat leven miljoenen compostbeestjes dicht op elkaar. Het stimuleren van het bodemleven is precies één van de positieve effecten van het gebruik van compost nadien. Toch is er vaak sprake van ongewenst bezoek. Hier gaan we na hoe we dit kunnen vermijden.

Eerst toch eens overlopen welke beestjes in de composthoop perfect normaal zijn en geen kwaad kunnen. De miljoenen bacteriën en schimmels kunnen we niet zien, maar wees gerust: ze zijn er. Daarnaast huizen er in de compost ook mijten, miljoenpoten, duizenpoten, nematoden,  …. Af en toe zal ook je ook slak tussen het materiaal treffen. Bovenal zijn er veel wormen. Het gaat niet om regenwormen, wel om compostwormen gespecialiseerd in de afbraak van materiaal. Gewone regenwormen tref je niet aan in een composthoop, omgekeerd zullen de compostwormen in gewone grond gauw verdwijnen.

De meeste overlast rond compostbakken of –vaten wordt gevormd door vliegen. Fruitvliegjes zijn erg kleine vliegjes die hun eitjes op rotte stukjes fruit of fruitschillen leggen. Kwaad kunnen ze niet, maar ze zijn wel erg hinderlijk. Fruitvliegjes kan je grotendeels vermijden door alle fruitresten in het compostvat onmiddellijk te bedekken, hetzij met reeds verteerd afval, hetzij door een krant.

Dikkere vliegen komen normaal niet voor in compost, tenzij je natuurlijk vleesresten mee verwerkt. Het composteren van vleesresten is om gezondheidsredenen sowieso af te raden.


8. Onkruid en zieke planten bij de compost?
Indien je onkruid in zaad of zieke planten in het compostvat of –bak doet, bestaat de kans dat het onkruid of de ziekten zich nadien verspreiden. Voorzichtigheid is dus geboden.

Bij een perfecte compostering is er nochtans geen probleem. Als je veel materiaal tegelijk composteert, zal door de grote activiteit van de compostbeestjes de temperatuur binnenin de compost sterk beginnen stijgen. Onkruidzaden en ziektekiemen worden hierdoor afgedood, ook de omvorming tot compost verloopt veel sneller. Eén dag composteren aan ongeveer 60 °C volstaat om het merendeel van de zaden en kiemen te neutraliseren.

In grote composteringsinstallaties waar ingezameld GFT-afval of groenafval verwerkt wordt, wordt deze temperatuurspiek nauwkeurig opgevolgd en is er dus volledige garantie van “hygiënisatie”.

Thuis is dit minder zeker. Wie dus niet zeker is dat zijn compostbak of –vat in de tuin voldoende opwarmt, houdt best onkruid in zaad en zieke plantendelen apart. Ze kunnen terecht bij het groen- of GFT-afval voor de ophaling, of eventueel bij het restafval.


9. Gebruik van compost.
Na drie maanden tot een jaar is het composteringsproces afgerond. Groen- en GFT-afval werden  omgezet tot humus klaar voor gebruik. Je kan de gebruiksklare compost met een riek uit de compostbak scheppen of via het luikje uit het vat. Voor het compostvat is het nog gemakkelijker als je het hele vat optilt en de inhoud ervan op een plastic zeil legt (bv opengesneden potgrond-zak). Het onverteerde materiaal kan nadien opnieuw het compostvat in.

Compost is in de tuin vooral geschikt als bodemverbeteraar. Bodemverbeteraars verhogen het humusgehalte van de bodem, waardoor planten beter bestand zijn tegen langdurige droogtes. Compostgebruik stimuleert ook het bodemleven waardoor de bodem luchtiger wordt (bv strooisellaag van gazons) en plantenziektes moeilijker de bovenhand krijgen.

Je kan compost gebruiken in de moestuin (grote hoeveelheden), in plantenborders, in het gazon (fijn laagje), in bloembakken (tot één derde) en bij het planten van bomen en struiken. Zeer grote hoeveelheden compost heb je nodig bij het (her)aanleggen van de tuin of het gazon. Daarvoor kan je uiteraard best terecht bij de compostproducent uit je buurt (zie ook www.tuingrond.be)

10. Slot: andere manieren voor afvalvoorkoming.
Thuiscomposteren is slechts één manier om afval in de tuin te voorkomen. Naast thuiscomposteren zijn er nog vele andere manieren om de hoeveelheid tuinafval flink te beperken.

Minder bemesten is een eerste belangrijke tip. In tegenstelling tot de moestuin is het helemaal de bedoeling niet om de planten uit de siertuin zo groot als mogelijk te laten worden. We willen vooral gezonde en mooie planten. Een slim alternatief voor meststoffen zijn bodemverbeteraars: zij brengen humus aan en maken de bodem gezonder, zonder te veel voedingsstoffen aan te brengen. Niets brengt meer afval teweeg in de tuin als een gazon. Het maaien van een gazon is bovendien een snel terugkerende, soms vervelende klus. Je wint er als tuinliefhebber bij door gedeelten van je gazon om te vormen tot (struiken)border of bloemenperk. Dat geeft niet alleen meer kleur, maar ook minder werk. Van belang is dat je planten kiest die de bodem goed bedekken. Het onkruid krijgt geen kans en je hoeft niet om de haverklap te wieden.Snelgroeiende planten bieden het voordeel dat je tuin snel “gevuld” is. De keerzijde van de medaille is dat je deze planten in de jaren daarna permanent met veel snoeiwerk in bedwang zal moeten houden. Een goed evenwicht tussen traag- en snelgroeiende soorten is dus van belang. Mulchen is een techniek waarbij je de bodem beschermt door er een laagje materiaal op te leggen. Dat materiaal kan zowel schors, houtsnippers, compost of grasmaaisel zijn. Belangrijk voordeel is dat je hiermee vermijdt dat er teveel onkruid groeit. Daarnaast bescherm je ook de bodem tegen hagel of regenbuien. Met compost en grasmaaisel stimuleer je ook het bodemleven. Bomen, struiken en vaste planten leiden onvermijdelijk tot snoeiwerk en tot takken en houtige stengels. Hiermee kan je alle kanten uit. Een deel kan na versnipperen (met schaar of hakselaar) terecht in de composthoop. Houtsnippers kan je ook gebruiken als mulching-materiaal. Stevige takken kunnen gebruikt worden in de moestuin of het “kamp” van de kinderen. Met wat overblijft kan je een houtwal maken: je legt alle takken, stengels, snippers, … tussen twee stroken omheining en je stapelt maar. De houtwal vormt een natuurlijke scheiding in je tuin. Al snel zullen vogels, nuttige insecten of egels er een ideale schuilplaats in vinden. Een ander idee is de houtwal te laten overgroeien door bloeiende klimplant. Kippen zijn de alles-opruimers in je tuin. Ze zijn vooral dol op wormen, slakken en ander ongedierte, maar ook voor groen- of keukenresten trekken ze hun neus (of bek) niet op. Zorg zeker voor een droge en tochtvrije slaapplaats. Geef niet meer groen- en keukenresten dan de kippen in één dag kunnen oppeuzelen. Het vervoederen van vleesresten is om sanitaire redenen niet aangewezen. Waar je zit en wandelt in de tuin, hoort zeker een kortgeschoren gazon dat aangenaam en gemakkelijk te betreden is. Het is een goed idee om kortgeschoren gazon af te wisselen met plekken waar je het gras langer laat groeien (b.v. onder bomen, naast hagen, achterin de tuin, in de boomgaard). In de stroken met langer gras, kan je bloembollen aanplanten (krokussen, hyacinten, …) die in de lente voor een prachtig effect zullen zorgen en zich jaar na jaar zullen vermenigvuldigen. Een andere mogelijkheid zijn wilde bloemen, die van nature voorkomen in oudere bloemenweides.

Bron: www.vlaco.be