Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Tuingrond verbeteren

De bodem rond een woning is vaak al lang voor de nieuwe eigenaar eraan komt mishandeld. Het kan zijn dat men de grond rond de fundering heeft aangedrukt om verzakking van het afgewerkte huis te voorkomen. Graafmachines of vrachtwagens kunnen de bodem verdicht hebben. Het is dus niet te verwonderen dat gras het moeilijk heeft in de dunne laag teelaarde die na de bouw teruggebracht wordt. Ook het jarenlange, gewone gebruik zorgt voor verdichting. Kinderen of volwassenen lopen kriskras over het gazon, ook als de bodem nat is. Het steeds afvoeren van het grasmaaisel te samen met chemische bemesting, zorgt voor een geleidelijk verlies van de humus in de bodem. Het gras kwijnt weg en mos krijgt al snel de overhand.

De gemakkelijkste en meest drastische manier voor het herstellen van om het even welke tuin is verbetering van de bodem. Inspanningen om uw bodem te verbeteren geven snel resultaat in uw tuin, maar bouwen tegelijk aan lange-termijnvoordelen. U wordt beloond met gezonde planten, die er beter uitzien en meer opbrengen, zelfs bij grillen van het weer, zoals droogte en koude.

Een ideale tuingrond

Wat is bodem ? Hoewel de aarde onder onze voeten behoorlijk vast lijkt, bestaat slechts de helft van de bodem uit vaste deeltjes. De andere helft is een combinatie van lucht en water. In goede grond is ongeveer de helft hiervan gevuld met water. In dat water zijn tal van chemische stoffen opgelost, waaronder de voedingsstoffen die essentieel zijn voor de groei van planten. De overblijvende ruimte of lucht is eveneens van belang : ze levert zuurstof aan plantenwortels en bodemorganismen.

Hoewel u het misschien niet beseft, krioelt het in de grond van de meest uiteenlopende levensvormen. De meeste bodemwezens zijn van microscopisch formaat ; grotere soorten zoals wormen en mieren zijn beter te zien. Planten (en tuiniers) zijn van de bodemorganismen afhankelijk voor het omzetten van voedingsstoffen in een vorm die ze kunnen opnemen en voor het recycleren van voedingsstoffen uit organisch materiaal. De verschillende levensvormen in de bodem vormen samen een complex ecosysteem. Een van de elementaire manieren om supergrond te krijgen is dit ecosysteem koesteren en beletten dat het uit evenwicht raakt.

Zand, leem of klei ?
Een van de belangrijkste eigenschappen van de bodem is de textuur. Textuur is niets anders dan de verhouding tussen bodemdeeltjes van verschillende formaten. Bodems bevatten een mengsel van verschillende deeltjesgrootte en worden genoemd naar de overheersende deeltjesgrootte hierin. Zanddeeltjes zijn 0.05 tot 2 mm groot, doorgaans groot genoeg om zichtbaar te zijn. Ze voelen tussen de vingers korrelig aan. Wat groter is dan zand, wordt grind genoemd. Leemdeeltjes daarentegen (0.002 tot 0.05 mm) zijn kleiner dan zand, en niet meer zichtbaar met het blote oog. De fijnste bodemdeeltjes (klei) zijn kleiner dan 0.002 mm. Pure kleideeltjes zijn glad en kleverig aan de vingers. De invloed van de textuur op de fysische bodemeigenschappen is groot. Tussen grotere deeltjes is bijvoorbeeld meer ruimte. Dat verklaart waarom zandige bodems sneller regenwater verliezen dan andere (goede drainage). Hoe kleiner de deeltjes, des te groter hun totale buitenoppervlakte waarmee ze water en voedingsstoffen kunnen vasthouden.

Daarom kunnen bodems met meer klei of leem ook meer voedingsstoffen en water vasthouden. Vanzelfsprekend zijn aan verschillende texturen voor- en nadelen verbonden. Te veel klei geeft een bodem met veel voedingsstoffen maar ook met problemen door slechte verluchting en trage drainage. Dergelijke bodems noemt men zwaar. Ook te veel leem kan drainageproblemen veroorzaken. Te veel zand betekent dat drainageproblemen zich nooit voordoen, maar dat u steeds weer moet bemesten omdat ook de voedingsstoffen wegspoelen. Dergelijke bodems noemt men licht. De beste bodemtextuur bestaat niet uit allemaal middelgrote deeltjes, maar uit een evenwichtige mix van zand, leem en klei. Algemeen geldt dat hoe noordelijker men zich in Vlaanderen bevindt, hoe zandiger de bodem is. Grote streken in midden-Vlaanderen bestaan uit een mengsel van zand en leem. Vooral in Brabant en Zuid-Limburg komen leembodems voor. Echte kleibodems vindt je slechts in de polders of in de onmiddellijke omgeving van sommige waterlopen.

COURANTE KENMERKEN VAN BODEMS MET VERSCHILLENDE TEXTUUR

Hoog zandgehalte

Hoog leemgehalte

Hoog kleigehalte

-Bewerkbaar wanneer vochtig of nat

-Enigszins stoffig in droge toestand

-Vormt geen kluiten

-Warmt in de lente snel op

-Weinig organisch materiaal

-Organisch materiaal breekt snel af

-Zuur of alkalisch karakter gemakkelijk te corrigeren, maar de correctie houdt niet lang stand

-Klein tot matig gevaar voor watererosie

-Voelt korrelig aan tussen de vingers

-Moeilijker te bewerken wanneer vochtig of nat

-Vaak zeer stoffig in  droge toestand

-Vormt zelden kluiten

-Warmt in de lente enigszins traag op

-Vrij veel tot veel organisch materiaal

-Organisch materiaal breekt enigszins snel  af

-Groot erosiegevaar  in winderig gebied

-Groot gevaar voor erosie door water

-Voelt zijdeachtig aan tussen de vingers

-Niet te bewerken wanneer vochtig en kleverig (groot gevaar voor verdichting)

-In droge toestand hard of cementachtig

-Warmt in de lente traag op

-Vrij veel organisch materiaal

-Organisch materiaal breekt langzaam af

-Gering erosiegevaar in winderig gebied

-Gering gevaar voor water-erosie indien de structuur goed is

-Groot gevaar voor water-erosie als de structuur slecht is

-Voelt glad aan tussen de vingers, kleverig indien vochtig

Textuurcorrectie
Er bestaat een eenvoudige remedie voor bodems met een niet zo ideale textuur : voeg organisch materiaal toe. Massa’s organisch materiaal (zoals compost) zorgen ervoor dat een bodem met om het even welke textuur zich gaat gedragen als de ideale tuingrond. Pure klei toevoegen aan zand verbetert de textuur, maar is in de praktijk nauwelijks haalbaar. Grof zand kopen om aan klei toe te voegen is al gemakkelijker, maar voldoende toevoegen om de drainage echt te verbeteren is een andere zaak.

Organisch materiaal is veel gemakkelijker toe te voegen – en doeltreffender. Dankzij grote hoeveelheden organisch materiaal kunnen zandige bodems beter vochtig blijven en voedingsstoffen vasthouden. Organisch materiaal verbetert magisch genoeg ook de verluchting en drainage van klei- en leembodems.

De bodemstructuur.
Structuur verwijst naar de samenhang van de bodem : hoeveel bodemdeeltjes klonteren samen tot kruimels of kluiten. Losse kruimels of kluiten zorgen voor veel poriënruimte, ongeacht de textuur. Daardoor kan een goede structuur een niet zo ideale textuur compenseren. Een bodem met een goede structuur absorbeert sneller meer regen. Overtollig water trekt ook sneller weg. Wortels en bodemorganismen dringen gemakkelijker in de bodem door en ook spitten gaat vlot. Een goede bodemstructuur geeft een goede tuin.

Organisch materiaal – in combinatie met bodemorganismen – is de belangrijkste factor achter een goede structuur. Het vergroot de poriënruimte in de bodem aanzienlijk. Aardwormen en micro-organismen breken organisch materiaal af tot gelatineuse stoffen die de bodemdeeltjes mooi bij elkaar houden. Plantenwortels en schimmels dragen daar ook toe bij, op twee manieren. Ze drukken bodemdeeltjes tegen elkaar aan wanneer ze zich een weg banen, maar ze produceren ook gomachtige stoffen die de deeltjes bij elkaar helpen houden.

Structuurcorrectie.
Net als bij textuur is toevoeging van organisch materiaal (compost) de gemakkelijkste manier om de bodemstructuur te verbeteren. Organisch materiaal (en enkele maanden geduld) kunnen soms al volstaan om te losse bodem of grond met dikke harde kluiten te verbeteren. Een verdichte structuur, korstvorming aan de oppervlakte of een dichte laag onder de oppervlakte zijn een beproeving voor planten, die zich moeilijker kunnen fixeren. Regenwater en wortels kunnen niet makkelijk doordringen en spitten verloopt al even lastig. Organisch materiaal toevoegen is dan niet voldoende. U moet dan ook proberen twee steken diep te spitten of de grond los te maken met een woelvork.

Het belang van een goede structuur en textuur.
Een goede structuur werkt mee aan een goede drainage. Een bodem met een goede structuur bevat zowel kleine als grote poriën. De kleine poriën zorgen ervoor dat de bodem voldoende water achterhoudt voor de planten. Het overtollige water stroomt weg via de grote poriën. De grote poriën bevatten ook de nodige zuurstof voor de plantenwortels.  De textuur van een bodem kan positief of negatief werken. Hoe zandiger de textuur van de bodem, hoe meer grote poriën en hoe sneller het water uit de bodem wegtrekt. Hoe meer klei, hoe meer kleine poriën en hoe moeilijker de drainage. In goede tuinbodem is er een evenwicht tussen grote en kleine poriën in de bodem. Compost helpt drainageproblemen te corrigeren door de textuur in evenwicht te brengen en de structuur te verbeteren.

Leven in de bodem.
Een bodem waarin het krioelt van leven is een gezonde bodem. Van aardwormen tot microscopische bacteriën : het hoort allemaal bij een goede en vruchtbare grond.

Recycleren is hun vak.
Bodemorganismen zijn levensvormen die van nature recycleren. Naarmate bladeren en ander plantaardig materiaal afgebroken worden, komen de voedingsstoffen die in deplantencellen zaten vrij in de grond. Wortels nemen die stoffen op, zodat planten ze kunnen gebruiken om nieuwe bladeren, vruchten of zaden te maken.

Veel bodemdieren woelen de bodem om wanneer ze zich voortbewegen. Zo vermengen ze de bodem met organisch materiaal. Door kanaaltjes te graven en gomachtige stoffen af te scheiden die kruimels stabiliseren, verbeteren zij de structuur. Nog andere maken humus die voedingsstoffen vasthoudt en verlies ervan door erosie tegengaat.

In een gezonde bodem houden de verschillende bodemorganismen elkaar in evenwicht. Schadelijke organismen krijgen er niet de kans om grote ravages in de tuin aan te richten. De planten zijn er integendeel gezonder en beter bestand tegen ziekten. Het is pas als planten verzwakt zijn door slechte groeiomstandigheden of overmatig mestgebruik, dat plantenziekten er gemakkelijk vat op krijgen. In een minder gunstige bodem sterft ook het bodemleven af dat deze ziekten in toom kan houden.

De nuttigste soorten bodemleven verkiezen een gelijkmatig vochtige bodem die goed verlucht en dus ook goed gedraineerd is. Begin dus met het verbeteren van de bodemtextuur en structuur en zorg voor een goede drainage.

Compost : sleutel tot een goede tuingrond.
Met compost kan u van iedere bodem een vruchtbare tuingrond maken. Compost geeft uw tuingrond structuur waardoor de plantenwortels en het andere bodemleven veel actiever hun rol kunnen spelen. Uit onderzoek blijkt dat compost doeltreffender is dan andere vormen van organisch materiaal bij de bestrijding van plagen en ziekten.

Wat is compost?
Compost bestaat uit plantenresten die door micro-organismen bijna tot humus zijn afgebroken. Je kan het vergelijken met hetgeen in een bos gebeurt als afgevallen bladeren, twijgen en kruiden zich omvormen tot een donkerbruine laag bladgrond. Professionele compost wordt eveneens aangemaakt door grote hoeveelheden plantenmateriaal samen te leggen op hopen. Door de temperatuursstijging binnenin de hoop worden alle onkruidzaden en mogelijke ziektekiemen afgedood. Door regelmatig de hopen te keren en te verluchten ontstaat compost. Compost is het resultaat van een professioneel en nauwgezet gecontroleerd proces. Controles voor, tijdens en na de compostering garanderen u een kwaliteitsproduct. In Vlaanderen wordt de compostkwaliteit gecontroleerd door VLACO.

Wanneer compost gebruiken?
Tuinieren put vaak de bodem uit. Borders worden opgekuist, planten verwijderd, het gras gemaaid en het maaisel verwijderd, bladeren opgeharkt, groenten en fruit geoogst … Telkens worden voedingsstoffen en organisch materiaal van uw bodem weggenomen. Om uitputting en structuurverval te voorkomen dient u regelmatig uw tuingrond van extra organisch materiaal te voorzien. Een gezonde tuingrond bevat gauw 5 tot 10 % organische stof. Een jaarlijkse, flinke laag compost op de borders, rond de bomen, onder de haag en in de moestuin is geen overbodige luxe. Compost kan koudegevoelige planten een extra beschermingslaag bieden voor de winter. Wie graag de bloemenborders bedekt met een mooie zwarte laag wacht dan weer beter tot de lente om de compost aan te brengen. Op dat ogenblik biedt compost ook het voordeel van een onkruidwerende laag.

Het gazon krijgt best een fijn laagje compost, eventueel gemengd met wat zand, in de herfst. Door de herfst- en winterneerslag verdwijnt het zwarte laagje gauw tussen het gras en in de bodem waar het bodemleven dan het werk verder zet. Gazon waar jarenlang compost aan toegediend werd is minder vatbaar voor droogte en groeit gelijkmatiger.

Compost bij tuinaanleg.
De aanleg van een tuin is het belangrijkste ogenblik in de geschiedenis ervan. Op dat ogenblik krijgt u een kans om uw bodem onder handen te nemen, zoals u er later geen meer krijgt. Eenmaal het gazon er ligt, de haag geplant en de bomen op hun plaats, kan u de grond enkel van bovenuit nog wat trachten bij te werken. Voedingsstoffen, zoals stikstof, fosfor en kalium kunnen dan nog gemakkelijk toegevoegd worden. Maar voor een grondige gezondsheidskuur is het dan te laat. Problemen met de drainage en de bodemstructuur kunnen nog moeilijk aangepakt worden.

Reden te meer om een grondige bodemverbetering niet over te slaan. Bij een bodemverbetering worden 750 à 1500 kg compost (of 1 tot 2 m3) per are in de bovenste bodemlagen ingewerkt. De tuingrond krijgt hiermee een basis aan organische stof waardoor een goede structuur voor twintig jaar verzekerd is. Eventuele drainage- of droogteproblemen worden door de bodemverbetering opgelost. Zowel de zand-, leem- als kleigronden krijgen de nodige organische stof en humus ingewerkt waarmee ze een ideale bodemstructuur en waterhuishouding kunnen ontwikkelen.

Meestal wordt de compost met een vrachtwagen thuis geleverd. Voor een kleinere tuin kan je de compost ook zelf met aanhangwagen halen. Met een kruiwagen verdeel je de compost in hoopjes over de aan te leggen tuin. Met een hark kan je tenslotte de hoopjes over het ganse tuinoppervlak uitspreiden vooraleer ze in te werken.

Aanleg van een gazon
De belangrijkste stap in de aanleg van een gazon is de voorafgaande bodemverbetering (zie ook voorgaande pagina’s). Per vierkante meter mengt u hiervoor 7,5 à 15 kg compost in de tuinbodem. Bij een geslaagde bodemverbetering bekomt u een kruimelige grond, waarbij de bodem en de compost intens door elkaar werden gemengd. Met een hark kan u eventuele grotere kluiten nog verkleinen. Verwijder zeker ook alle onkruiden en onkruidwortels. Door in kleine pasjes stevig over de grond te lopen, kan je de bodem extra aandrukken en eventuele luchtzakken verwijderen. Bij grotere terreinen werk je best met een rol. Voor een ideaal zaaibed herhaal je het harken en stappen (of rollen) enkele malen in verschillende looprichtingen. Als afwerking kan je het zaaibed een laatste keer licht harken. Het terrein is nu klaar voor het zaaien. Gras zaai je best in de lente of in de vroege herfst (september-oktober).

Het is van groot belang een zaadmengsel te gebruiken dat aangepast is aan de grondsoort en aan het toekomstig gebruik van het gazon. Er zijn speciale zaadmengsels voor schaduwtuinen of voor tuinen met een intensief gebruik. Een mengsel met twee of drie soorten, of ten minste twee of drie variëteiten van hetzelfde gras, verhoogt de tolerantie van uw gazon voor hitte, droogte en plagen. De mengsels met raaigras leveren over het algemeen sterk gras. De mengsel zonder raaigras zijn meer geschikt voor decoratieve gazons, maar zijn ook veel kwetsbaarder. Een recente, interessante ontwikkeling zijn de grasmengsels met traaggroeiende grassoorten. Hierdoor kan u flink op het aantal maaibeurten besparen. Deze grassen vragen eveneens minder bemesting en verminderen de berg grasmaaisel op uw composthoop (of in uw afvalcontainer).

Het gras moet gelijkmatig (35-70 gram per m2) worden gezaaid in de ondiepe voortjes die door de hark zijn achtergelaten. Als u te weinig zaad gebruikt, zult u een te dun gazon krijgen. Bent u te verkwistend met het zaad, dan zullen de zaailingen elkaar verstikken. Bereken de oppervlakte van het hele zaaibed en weeg dan de benodigde hoeveelheid zaad af. Verdeel vervolgens het zaad in twee gelijke porties en zaai de ene helft in door in de lengterichting over het zaaibed te lopen en de andere helft in de breedte. U kunt natuurlijk ook het terrein met behulp van paaltjes en touwen in gelijke stukken verdelen en in elk deel de juiste hoeveelheid zaad zaaien. Beide methoden zijn geschikt om gelijkmatig te zaaien.

Hark het zaad vervolgens licht in de bovenste grondlaag. Na 7 à 10 dagen zal het zaad ontkiemen en zal u de zaailingen zien opschieten. Om te verhinderen dat kleine kiemplantjes de grond oplichten, mag je nu voorzichten gaan “walsen” met een lichte tuinwals en bij voorkeur bij droog weer. Je moet wel wachten tot de gekiemde grasplantjes minstens 5 cm groot zijn.

Het gras wordt voor de eerste maal gemaaid wanneer het ongeveer 7 cm hoog staat. Gebruik hiervoor een scherpe maaier en stel die zo in dat ongeveer 2,5 cm van het gras wordt afgemaaid. Dit zal de graszaailingen doen uitstoelen (dwz dat ze aan de grond zijloten gaan krijgen). Ook nadien maait u het gras best niet korter dan 4 cm. Indien u het gras korter maait, zal de zon gemakkelijker doordringen tot op de bodem. De bodem zal gemakkelijker uitdrogen en verharden, waardoor ook de grasplantjes het bij droogte sneller moeilijk zullen krijgen.

Begin niet met gieten als u geen kans ziet om die gietbeurten vol te houden. Vaak weinig water geven maakt gras alleen vatbaarder voor droogte doordat het de vorming van korte wortels stimuleert. Als het toch een tijdje droog blijft, geeft u beter een maal grondig water dan vele keren een klein beetje. Begiet daarom het gras (of laat daarom een sproeier werken)  tot het water begint weg te stromen. Wacht vervolgens een uur om het water diep te laten doordringen en herbegin met gieten tot opnieuw het water begint weg te stromen.

Als de grond in de tuin heel vruchtbaar is, dan is het haast onvermijdelijk dat er samen met het gras ook onkruidsoorten zullen verschijnen. Vooraf is het daarom van heel groot belang dat alle wortels van hardnekkige onkruidsoorten goed verwijderd worden. U kan ook het nog niet ingezaaide, maar al wel voorbereide perceel enkele weken braak laten liggen zodat de onkruidzaden kunnen ontkiemen. Laat dit onkruid zeker niet tot bloei komen, maar verwijder het met de hand of schoffel.

Is het gras eenmaal aangeslagen, dan mag u geen onkruidverdelgers meer gebruiken. Bepaalde onkruiden, zoals paardenbloemen en madeliefjes, zullen ongetwijfeld blijven opkomen. U kan de aantallen beperkt houden door ze regelmatig met een mes uit te snijden of door keukenzout te strooien op de bladrozetten.

Tips bij gazononderhoud.
Gras in een verdichte bodem met weinig organisch materiaal vormt strooisel omdat er weinig aardwormen en andere organismen zijn om het af te breken. Zodra de strooisellaag meer dan 2 cm dik wordt, sluit ze de luchttoevoer naar de bodem af en belet ze water insijpeling.

Gazons op verdichte bodems zijn gevoeliger voor plagen. Door die symptomen te behandelen in plaats van de eigenlijke oorzaak (ongezonde bodem), kan men het probleem nog erger maken. Pesticiden doden immers ook bodemorganismen en daardoor gaat de bodemgezondheid nog achteruit, zodat het gras nog vatbaarder wordt voor insecten en ziekten.

Bestrooien met organisch materiaal is de beste methode om een strooisellaag in gazons tegen te gaan. De bacteriënpopulaties en hun activiteit gaat erop vooruit omdat ze het voedsel krijgen dat ze nodig hebben. Grote bacteriënpopulaties verbeteren niet alleen de bodemgezondheid, maar breken strooisel ook snel en constant af, zodat een geleidelijke opbouw voorkomen wordt. Compost is het beste materiaal voor bestrooiing, maar om het even welk fijn materiaal is geschikt b.v. gedroogde mest (maar geen turf).

Als de strooisellaag meer dan 2 cm dik is, hark dan het gazon eerst om ze te verwijderen. Bent u van plan om het gazon te verluchten, doe dat dan voor het bestrooien, zodat een gedeelte van het gestrooide materiaal insijpelt via de gaatjes die de verluchter maakt.

Bestrooien gebeurt ongeveer zoals het verspreiden van meststof of kalk, maar u gebruikt veel meer. Streef naar een laag van een halve centimeter. Aangezien het materiaal niet veel en bovendien langzaam vrijkomende voedingsstoffen bevat, hoeft u zich geen zorgen te maken over een strepenpatroon. Bestrooiing kan ten allen tijde, maar lente en herfst zijn optimaal. Vooral de herfst is ideaal als u het dun geworden gazon opnieuw gaat inzaaien met een verbeterd zaaimengsel. Zaai eerst en bedek dan het zaaisel om de kieming te verbeteren.

Tot slot:
Wie toe is aan een nieuwe grasmachine moet zeker ook de aanschaf van een mulchmaaier overwegen. Bij deze grasmachines wordt het afgemaaide gras niet afgevoerd, maar terug in het gazon versnipperd. Voedingsstoffen en organische materiaal worden op deze wijze onmiddellijk aan de grasmat teruggegeven. Doordat je het maaien niet steeds moet onderbreken om het gras af te voeren, verloopt mulchmaaien veel sneller. Voor een optimaal resultaat dien je het gazon wel wekelijks te maaien.

Tips bij het aanplanten van bomen en struiken.
Bij tuinaanleg investeert u vaak in duurdere planten die niet meer verplaatst kunnen worden zodra ze volwassen zijn. U kunt ze dus beter maar meteen goed behandelen. Problemen met drainage of een slechte bodemstructuur dient u vooraf op te lossen door een grondige bodemverbetering met compost. Vergeet ook niet dat de bodemverbetering over een aanzienlijke oppervlakte moet gebeuren. Als de grond alleen in het plantgat verbeterd wordt, zullen de verwende wortels geen zin meer hebben om de onverbeterde grond erbuiten op te zoeken. Om ze daartoe aan te moedigen maakt u het plantgat bovenaan breder dan onderaan en ruwt u de wanden ervan op.

De meeste bomen, heesters en klimplanten zijn niet gulzig: jaarlijks bestrooien met compost maakt ze al gelukkig. Bomen in gazons eten automatisch mee als u het gazon bestrooit of bemest. Nieuwe planten kunnen de eerste jaren mogelijk wat bemesting gebruiken tot hun wortelgestel groot genoeg is om zelf op zoek te gaan naar voeding. Bloeiende sierheesters en bomen kunnen gulziger zijn, vooral dan hybriden en overvloedig of langdurig bloeiende rassen. Geef bladverliezende soorten zoals rozen en clematis voedsel wanneer ze in de lente opnieuw uitlopen. Als ze van het herbloeiende type zijn, voedt u opnieuw wanneer een bloei eindigt om nog meer bloemen te bevorderen (maar niet later dan halverwege de zomer). Bloeiende, groenblijvende planten zoals azalea, camellia en rododendron bemest u onmiddellijk na de bloei en opnieuw hartje zomer en in de nazomer. Als u een goede bodem hebt ontwikkeld en u deze struiken jaarlijks compost geeft, zult u minder (of zelfs geen) meststof nodig hebben dan men aanbeveelt.

Bron: Deze tekst maakt deel uit van de brochure “Tuingrond verbeteren met compost”. De brochure kan gratis aangevraagd worden via de VLACO-website  www.vlaco.be. In de brochure is ook een gratis kortingsbon voor het compleet handboek “Tuingrond verbeteren” van de hand van Elisabeth Stell (uitgeverij Deltas).

Bron: www.vlaco.be



Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Log in om een reactie te plaatsen