Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Uitgestorven Belgische plant nieuw leven ingeblazen

Een uitgestorven gewaande plantensoort, de Ardense dravik (Bromus bromoideus) is als het ware uit de dood herrezen. In de Nationale Plantentuin van België, in Meise, groeien enkele tere sprietjes van deze grassoort, net in het jaar waarin België zijn 175ste verjaardag viert. vanzelfsprekend dat de Belgische botanici in hun nopjes zijn, en ook Europese natuurbeschermingsinstanties zijn zeer tevreden.  

clip_image001(330).jpg

De grassoort kwam bovendien enkel voor op Belgische grondgebied, zo’n plant noemen we een endeem.  Het was trouwens de enige Belgische endeem.  Vroeger was de soort enkel te vinden in kalkgraslanden en speltakkers in de provincies Luik en Luxemburg. Ze kwam voor rond Rochefort en Beauraing maar vooral rondom het stadje Comblain-au-Pont, waar de soort in 1821 ontdekt werd.

Als enige unieke of endemische soort van België sierde een afbeelding van dit grasje verschillende covers van de Flora van België. In de tweede helft van de 19e eeuw werden de landbouwmethodes intensiever, de spelteelt verdween en de soort begon achteruit te gaan. De Belgische botanici waren meer gefascineerd door de Afrikaanse en Amerikaanse tropische plantengroei en verloren de plant uit het oog.

Gelukkig bleven enkele plantjes in cultuur in de Luikse plantentuin; in de afgelopen halve eeuw zijn steeds meer plantentuinen gesloten of tot een park omgezet. Hierbij gingen hun unieke collecties vaak verloren. Hetzelfde lot leek de Ardense dravik beschoren. Niet alleen het regenwoud herbergt zeldzame planten, ook in onze eigen plantengroei vinden we bedreigde soorten.

Als bij toeval stootte de Britse plantkundige, Dave Aplin, op het verhaal van de Ardense dravik. Momenteel is hij werkzaam in de Nationale Plantentuin te Meise. Hij bereidde zich voor op een bijeenkomst van ENSCONET, een Europese werkgroep rond het bewaren van zaden van inheemse planten (European Native Seed Conservation Network).

"Ik zocht naar voorbeelden van uitgestorven Belgische soorten. Eerst leek het dat er op enkele herbariumvellen na, niets restte van de Ardense dravik. Maar diep in de zaadbank van de Nationale Plantentuin van België ontdekte ik een staal zaadjes". Het was duidelijk dat D. Aplin, de laatste zaadjes van de Ardense dravik in handen had.

"We deden navraag bij verschillende plantkundigen in België, Frankrijk (waar de plant mogelijk ook voorkwam), we speurden het internet af om te weten te komen of er toch niet nog een privé verzamelaar te vinden was met zaden of planten van de Ardense dravik.  Deze mogelijkheid blijft natuurlijk nog altijd bestaan, maar lijkt vandaag toch erg onwaarschijnlijk.  Wat via het internet gevonden werd was een   Amerikaanse plantenkwekerij die de soort in hun catalogus vermeldde.  Achteraf bleek dat zij echter nooit zelf zaden noch planten in hun bezit gehad hebben.  Als ik hun catalogus tot het einde zou uitgelezen hebben, zou ik wellicht zelfs dodo-eieren kunnen besteld hebben”, grapt Dr. Aplin.

Tijdens zijn zoektocht stootte Dr. Aplin nog op een amateurverzamelaar ergens in Vlaanderen.  Helaas werden de zaden bij deze persoon meer dan 10 jaar op een zolderkamertje bewaard, wat de levensvatbaarheid niet ten goede kwam. “Een van de doelstellingen van ENSCONET

is precies het op punt stellen van technieken om zaden op lange termijn te bewaren.  Zaadbanken met moderne methodes en uitrusting zijn essentieel voor een goede bewaring van zaden voor meer dan 100 jaar, zoals het voorzichtig laten dalen van het vochtgehalte van de zaden en het stockeren bij temperaturen van –20°C”, zegt Simon Linington, het hoofd van de Millenium Seed Bank in Engeland, waar men probeert van zoveel mogelijk plantensoorten op aarde zaden te bewaren.

Voor deze grassoort kon de timing niet beter zijn; Dr. Aplin is momenteel de Belgische vertegenwoordiger bij ENSCONET en kon dus met zijn Europese collega’s, zeg maar het kruim van de biologen bezig met natuurbehoud, overleggen.  Verder kon hij gebruik maken van dit netwerk, gesubsidieerd door de EU, evenals van de Millenium Seed Bank van de Royal Botanic Gardens, Kew, in Engeland en in de rest van de wereld een toonaangevend instituut op het vlak van onderzoek naar plantenzaden.  Er werden onmiddellijk enkele zaden ter beschikking gesteld van de Millenium Seed Bank en zowel de Britten als de Belgen in de Nationale Plantentuin te Meise, wachtten met ingehouden adem af of ze deze uitgestorven soort nieuw leven konden inblazen.

Op 6 september kreeg Dr. Aplin vanuit Kew het bevrijdende telefoontje dat de zaden, met succes kiemden.  Uiteraard trokken de wetenschappers van de zaadbank uit dit succes conclusies over de bewaartechnieken van de overblijvende kostbare zaadjes. Onmiddellijk daarna bleken ook in België de zaden met succes te ontkiemen.

 “Toch wel een opluchting, te weten dat onze zaadbank zijn taak succesvol volbrengt en nogmaals een voorbeeld van het belang van botanische tuinen bij het bewaren van de meest kwetsbare plantensoorten op aarde”, benadrukt Thierry Vanderborght, de manager van de zaadbank van de Nationale Plantentuin te Meise.

Toch blijft de toekomst van de Ardense dravik onzeker. “Zolang het aantal kiemkrachtige zaden minder dan 10 000 is, blijft de soort op de lijst van ‘s werelds meest kwetsbare plantensoorten.  Van het totaal aantal zaden bleek slechts 35% kiemkrachtig, dus de soort was er werkelijk bijna geweest”, aldus Dr. Aplin. “Het beste scenario voor deze soort zou de herintroductie in de natuur zijn, maar dat moet wel uiterst zorgvuldig gebeuren zoniet herhaalt de geschiedenis zich gewoon.”

De zaailingen worden nu op een geheime plaats opgekweekt om zo opnieuw, jonge kiemkrachtige zaden te produceren om de verschillende Europese zaadbanken aan te vullen, zodat we het enige echte Belgische endeem toch nog voor uitsterven kunnen behoeden.

Voor meer info contacteer Koen Es
+32 02 260 09 69
Bron: www.br.fgov.be



Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Log in om een reactie te plaatsen