Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Vriezeganzen en andere wintergasten

Zoals de eerste zwaluwen de lente aankondigen, luiden de eerste V-vluchten van vriezeganzen de winter in. Sinds mensenheugenis volgen deze wintergasten de vorstgrens die hen ’s winters bij ons doet belanden.

vriezeganzen

Overvliegende ganzen in lange V-formaties, melodieus roepend, om dan neer te strijken bij groepen van honderden soms duizenden soortgenoten die er al aanwezig zijn… Het is een boeiend en onvergetelijk spektakel dat niemand onberoerd laat.

 

ZE KOMEN UIT HET NOORDEN

Van oudsher zijn mensen gefascineerd geweest door de arctische ganzen. Elk jaar vanaf oktober strijken ze immers neer in de Oostkustpolder om dan vanaf januari – februari terug te vertrekken. Geen wonder dat de lokale bevolking hun de titel ‘vriezeganzen’ meegaf.

In onze contreien verwijzen vriezeganzen vooral naar kolganzen en kleine rietganzen die hier komen overwinteren. Maar ook andere soorten kunnen we hier (vooral in strenge winters) bewonderen, denken we aan brandganzen of rotganzen. Allen hebben een reis achter de rug van vele duizenden kilometers uit het hoge Noorden (Siberië, Spitsbergen,…). Hier vinden ze de nodige rust in uitgestrekte graslandencomplexen. En dit allemaal op hun geliefde temperatuur: juist boven het vriespunt om de winter goed door te komen.

EEN GANSE REIS

Wanneer de dagen bij ons terug langer worden in februari, begint het te kriebelen bij de ganzen. De lente komt er aan! De kleine rietgans is één van de eerste soorten die met de trek start, dit vaak reeds vanaf midden januari. Er wacht hen een lange reis naar Spitsbergen. Hoewel de broedgebieden van kolganzen in Noord-Rusland pas eind mei sneeuwvrij zijn, vertrekken ze wat later in februari.

Vanzelfsprekend gebeurt de trek nooit in één keer. Wetenschappers schatten dat de eigenlijke vliegtijd voor de kleine rietgans ‘slechts’ zo’n 5 tot 10 dagen per jaar vergt, de resterende weken gebruiken ze om bij te tanken op hun tussenstops. Voor de kleine rietganzen liggen die in Friesland, Denemarken en Noorwegen.

clip_image002(63).jpg

BROEDEN IN HET HOGE NOORDEN

Ganzen broeden niet voor niks in het hoge Noorden: op de toendra treffen ze een open landschap (zien ze van ver een vijand afkomen). Bovendien zijn er ten Noorden van de poolcirkel ’s zomers geen nachten, wonen er vrijwel geen mensen die hen kunnen storen… kunnen ze 24 op 24 op zoek gaan naar voedsel in de mosrijke toendra. Aangekomen in het broedgebied, beginnen ganzen met het maken van een nest op de eerste sneeuwvrije plekken. Zowel de kleine rietgans als de kolgans kiezen voor een ondiepe kom op de grond. Pas na het leggen van alle eieren begint het vrouwtje te broeden.

NA EEN RUIPERIODE VOLGT DE HERFSTTREK

Ganzen zijn nestvlieders: reeds een dag na het uitkomen verlaten de jongen het nest en volgen ze hun ouders. De kuikens komen meteen in een gevaarlijke wereld terecht: in het poolgebied liggen meeuwen, poolvossen en sneeuwuilen op de loer. Bovendien verliezen hun ouders al hun slagpennen (‘ruien’) waardoor ze enkele weken niet meer kunnen vliegen. Ze zoeken daarom open water op. Na half augustus begint de zon onder de horizon te duiken… de zomer is bijna voorbij, de donkere en  koude poolwinter komt er aan. Terwijl de slagpennen terug aangroeien tot maximale lengte bereiden de ganzen hun herfsttrek voor. Eens de jonge en oudere vogels vliegklaar zijn, start dan ook opnieuw de grote trek naar onze contreien. En zo is de cirkel terug rond.

DE OOSTKUSTPOLDER, EEN THUIS VOOR VRIEZEGANZEN

De Oostkustpolder heeft alles in huis als ideale overwinteringsstek voor vriezeganzen na een lange trekvlucht.

  • ganzen zijn echte vegetariërs en leven voornamelijk van gras, maar ook van oogstrestanten op aardappel- en bietenvelden. (Uit onderzoek blijkt dat ganzen tot 8 uur per dag doorbrengen op de voedselterreinen waarbij ze 80% van de tijd grazen).
  • bovendien zorgt het weidse open polderlandschap met zijn vele slootjes en grachtjes van de polders ervoor dat ganzen al van ver hun vijanden zien naderen waardoor ze op tijd kunnen wegvliegen.
  • daarnaast zijn onze winters vrij zacht, vriezeganzen leven immers bij een relatief constante temperatuur: iets boven het vriespunt. Wanneer het echt langdurig gaat vriezen, komen ganzen wel in de problemen (met elfstedentochtweer bij onze buren zullen veel van ‘hun’ vriezeganzen’ doorvliegen naar ons, maar uitzonderlijk zelfs ook tot in Frankrijk).
     

HIER WAAK IK

Ganzen leven ’s winters in groepen met een familiale en sociale structuur. Ouders, jonge dieren,… ze blijven allemaal bij elkaar! In zo’n groep is er altijd wel één waakzame vogel met opgerichte kop die de omgeving in de gaten houdt: de wachter.

clip_image003(52).jpg

Bij dreigend gevaar (honden, vliegtuigen, een roofvogel maar ook mensen komen over als ‘gevaar’) slaakt zo’n wachter een waarschuwingskreet. Spoedig richten nog meer vogels de kop op. Als het gevaar aanhoudt begint de hele troep te lopen of op te vliegen.

Blijf bij het bekijken van vogels dus op afstand: niet alleen verstoor je hen bij het eten, opvliegen kost veel energie (die ze nodig zullen hebben om de winter door te komen).

WILDE GANZEN, FASCINERENDE VOGELS

Ganzen vormen een onmiskenbaar deel van ons historisch en natuurlijk erfgoed. Grauwe ganzen werden reeds ten tijde van de Egyptenaren gedomesticeerd, ze werden niet enkel gekweekt voor hun vlees maar ze werden ook gebruikt als bewaker (van bvb. het Capitool in het oude Rome). Vriezeganzen vormen tevens één van de weinige ‘oernatuurfenomenen’ in Vlaanderen, waar in de 21 ste eeuw ongerepte natuurgebieden al lang niet meer bestaan. Jaarlijks lokt de aanwezigheid van vriezeganzen dan ook vele ‘toeristen’ naar de Oostkustpolder. Langs de andere kant hielpen mensen in de loop der jaren ook vaak de vriezeganzen toen landbouwers en monniken eeuwen terug de slikken en schorren inpolderden tot weilanden (dit ging dan wel ten koste van echte kustgebonden vogels).

Toch is de relatie tussen mensen en vriezeganzen niet zo onbesproken. Over de hele route werd er eeuwenlang op ganzen gejaagd. Zo’n halve eeuw terug dreigde dit helemaal mis te lopen en gingen diverse soorten hard achteruit. Daarom nam de overheid in 1981, op aandringen van natuurbeschermers, het wijze besluit om de ganzen te beschermen en de jacht te sluiten. Ook elders in Europa werd de ganzenjacht beperkt. Hierdoor konden de meeste ganzensoorten zich weer herstellen tot het niveau van het begin van de twintigste eeuw. Maar niet iedereen was hiermee even gelukkig: vooraal landbouwers hebben vragen over eventuele ganzenschade op akkers.

ZEG NOOIT ‘EEN GANS IS EEN GANS’

Een ander discussiepunt zijn de verwilderde ganzen. Het gaat veelal om halftamme ganzen (bvb. kruisingen van tamme ganzen en wilde grauwe ganzen) of ontsnapte exemplaren van soorten die gehouden werden als siervogel (nijlgans, canadagans…). Deze ‘exoten’ vertonen veelal geen trekgedrag meer en komen hier ook in toenemende mate tot broeden. Dit zorgt niet enkel voor wrevel met landbouwers, ook natuur-beschermers zijn niet altijd opgetogen over deze ‘zomerganzen’. Broedende canadaganzen en nijlganzen dulden bijvoorbeeld geen buren en verjagen dan elke vogel die ook maar probeert om in hun buurt te broeden.

clip_image004(26).jpg

MEER INFO 

Meer info: www.natuurpunt.be

Bron: Vriezeganzen en andere wintergasten. Brochure uitgegeven door Natuurpunt vzw



Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Log in om een reactie te plaatsen