Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

#Bonsai- Kenmerken van een goede bonsai

Kenmerken van een goede bonsai


Om het kaf van het koren te scheiden geven we hier de voornaamste kenmerken van een goede bonsai. Regelmatig worden er in België door erkende verenigingen keuringen georganiseerd. De bomen worden dan in hun geheel bekeken. De algemene compositie, het evenwicht, de harmonie, de keuze van pot, de oppervlakte begroeïing  worden grondig bestudeerd en via een puntensysteem beoordeelt. Zo kan een boom fiks in waarde (financieel) stijgen naargelang de keuringen én de behaalde punten.  De boom moet één geheel zijn van kracht, karakter en persoonlijkheid. Alle elementen moeten bekeken worden.

Zo moet bv. de pot echt in overeenstemming zijn met de boom. Een knalblauwe geëmailleerde pot kan, maar moet dan in eenheid zijn met de blauwe bloeiwijze van de plant (bv. Wisteria chinensis of japonica met blauwe bloemen). Zelfs het mos dat groeit op het oppervlak moet in verhouding zijn met de bedoelde compositie. Een heel klein plantje in een piepklein potje met daarin langharig, ruw mos tesamen met een plantje-bloemetje kan dus echt niet. 

Bonsaikeuringen zijn niet bedoeld voor de prille beginners, maar voor gevorderde bonsailiefhebbers een leidraad tot verdere verfijning via tips voor hun boom én een bekroning bij goed resultaat van jarenlange groene, creatieve vingers. Per onderdeel worden punten gegeven. Zo zijn er verschillende niveaus van keuringen. De bedoeling is niet een wedstrijdje te organiseren, maar kritisch te evalueren voor de toekomst. Hierover bestaat gedetailleerde lectuur.

1. De wortels:

De wortels vormen de fundamenten van de boom. Ze moeten duidelijk zichtbaar zijn. Anders staat de bonsai als een buis in de grond, zonder duidelijke verankering of steunpunten en weinig stabiel. Verweerde en knoestige wortels, mooi radiaal verdeeld en min of meer op dezelfde hoogte ontspringend, geven de boom een stabiel, maar bovendien ouder karakter. Te dunne wortels worden gemaskeerd met bedekkende potgrond, want ze geven geen stabiele indruk.

Natuurlijk heeft ook de stijl een invloed op de wortelaanzet. Leunt de boom bv. naar rechts, dan worden de dikste wortels geacht aan de linkerkant te zitten om als het ware de boom te verankeren. De wortels moeten zichtbaar in de grond kruipen om steeds de indruk van stevige verankering te geven.

Bomen met slechte wortels kunnen eventueel gemarcotteerd worden. Dit is een oude techniek om planten te vermeerderen, waarbij nieuwe wortels op een uitgekozen plaats gekweekt worden. Luchtafleggers is een beter Nederlandstalige uitdrukking. Goede wortels zijn cruciaal voor een goede bonsai. Het is de solide basis voor een mooie boom. Het is als het ware het verankeringspunt.

2. De stam:

Het belangrijkste bij de stam is dat hij taps verloopt. Dit wil zeggen dat de boom aan de stambasis breed en dik is en geleidelijk versmalt richting top. Als de stam aan die voorwaarden niet voldoet en overal even breed blijft, lijkt dit onnatuurlijk. Er is dan geen evenwicht.

Na enkele jaren is de schors verweerd en zal de expressie van ouderdom nog toenemen. De stamcurve bepaalt natuurlijk mee de stijl. De stam mag bochtig of hoekig zijn, deels ontschorst of hol, naargelang de gekozen stijl. Snoeiwonden moeten verzorgd worden, maar worden ook regelmatig versluierd door de groenmassa. Toch moet men proberen een goed inzicht in de stamcurve te vormen. Niet de gehele boom mag verstopt zijn in de loofpartijen. De stam dient ook regelmatig eens opgeborsteld  te worden, kwestie van de groene mosaanzettingen te verwijderen. De stam moet iets naar voor hellen, richting kijker toe. Anders krijgt de toeschouwer de indruk dat de boom van hem weg deint en als het ware achteruit deinst. Hoe ouder de stam, hoe meer de ‘markeringen’, een verruwde bast, een echt samenspel van realisme tussen de ruwheid van de bast en de loofmassa en het dode hout.

3. Takken:

De gesteltakken bepalen samen met de stam het algemene skelet van de boom. Is de stamcurve scherp en bochtig, vertaalt dit zich in de vormgeving van deze takken. De lijnen van deze takken versterken a.h.w. de lijnen in de curve van de stam. Het is normaal dat de onderste en oudste takken de dikste zijn. Dit is in de natuur ook zo. Omdat dit nu eenmaal de oudste takken zijn.  De plaatsing van deze takken kan men min of meer vergelijken met de plaatsing van de wortels. Ook de takken dienen voor een goed evenwicht te zorgen, in harmonie met de rest van de boom.

Men kan stellen dat de onderste tak op ongeveer een derde van de hoogte van de boom ontspringt. Dit is meestal ook de voornaamste dikste, oudste én langste tak. Om licht te zoeken groeide hij het verste uit. De tweede voornaamste tak volgt het algemene profiel van de boom en staat iets hoger geplaatst. Ook achteraan wordt een tak behouden die tussen de twee andere staat. Deze tak zorgt voor diepte in de compositie.

Deze beweging van takken herhaalt zich tot in de top van de dunner wordende boom. De afstand tussen de verschillende takken wordt wel kleiner naargelang men hoger in de boom kijkt. Het is niet de bedoeling heel de boom vol te laten groeien. Lege ruimten zijn evenzeer belangrijk. Deze geven de boom meer driedimensionale diepgang en meer aantrekkingskracht. Men vermijdt takken die aan de binnenkant van een curve staan.

Dit komt onnatuurlijk en gekunsteld over. Takken aan de buitenkant van een curve krijgen trouwens veel meer vocht en groeikracht.

4. Kruin en fijnere vertakking:

Het algemene uitzicht van de kruin van de meeste bonsai is een driehoekig silhouet. De driehoek is ongelijkmatig. De omvang van de kruin moet in overeenstemming zijn met de stamdikte van de boom. Geen potlooddik boompje met een enorme groene kruin. Alles moet in verhouding zijn. Het algemene silhouet moet in evenwicht zijn. Men mag niet de indruk krijgen dat de boom uit de pot dreigt te vallen.

Een boom in de natuur heeft duizenden takjes. Het is onmogelijk een bonsai te kweken met evenveel twijgjes als zijn soortgenoten in volle natuur. Daarom moet er gestreefd worden naar een goede compositie met slechts enkele takjes, die de indruk wekken van vele. Het komt er dus op aan van een uitgelezen selectie te maken van het aanbod.

Het formaat van de bladeren, vruchten en bloemen moet in overeenstemming zijn met het formaat van de boom. Daarom wordt er bij gevorderde bomen regelmatig bladsnoei gedaan. Dit is een hele ingreep voor onze boom. Eenmaal het eerste blad uitgegroeid is, worden rigoureus alle bladeren van de boom afgeknipt. Daardoor worden slapende knoppen actief. Het gevolg is dat de boom, nog hetzelfde seizoen, nieuwe veel kleinere blaadjes gaat aanmaken. Aan elk van die blaadjes ontstaan dan weer zijtwijgjes die voor verder verfijning zorgen.

Deze nieuwe frisse blaadjes zijn veel kleiner dan de vorige. Bij sommige boomsoorten is het zelfs mogelijk tweemaal per seizoen een dergelijke bladsnoei te doen. Deze ingreep maakt het realiseerbaar met onmogelijke boomsoorten te experimenteren. Het is bv.zéér moeilijk om een geloofwaardige bonsai binnen een redelijk formaat te maken van kastanjelaar. Door die bladsnoei is het mogelijk het blad dermate te verkleinen, dat een blaadje nog maar een 5 cm groot wordt. Natuurlijk wordt een dergelijke ingrijpende techniek enkel gedaan bij gezonde bomen, die al wat jaartjes ouderdom hebben en niet bij éénjarige plantjes. Daar wordt eerst aan de belangrijkste gesteltakken gewerkt.

5. De pot:

In totale harmonie wordt een potkeuze gemaakt. Deze pot is meestal gemaakt van zéér hoog gebakken klei omwille van de stevigheid. Werkelijk honderden verschillende modellen zijn beschikbaar. (zie internet) Vrijwel alle potten staan op sierlijke pootjes, omwille van de elegantie, en om het geheel visueel los te maken van het grondvlak. Composities en bossen worden dikwijls op ruw gebakken schijven klei geplaatst of op grote platte leistenen. Dit komt natuurlijk de geloofwaardigheid ten goede.

Voor bloeiende bomen worden meestal iets vrolijker kleuren in harmonie met de bloeikleur gekozen, maar meestal zijn zelfs die geglazuurde potten eerder vrij  neutraal van kleur. Loofbomen komen meestal in geglazuurde schalen te staan, terwijl coniferen en dennen in diepbruine, niet geglazuurde schalen staan. Steeds wordt ervan uitgegaan dat de boom en niet de pot de aandacht moet trekken. Na jaren training kan de boom in een definitieve schaal geplaatst worden. Al is het een plezier de boom jaar na jaar in een betere schaal te kunnen plaatsen.  Van houten bakje, tot piepschuimen kist, tot plastiek bonsaipot (veel te groot) naar de uiteindelijke harmonieuze schaal.