Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Vleesetende planten

door Eddy Geers • Zondag 1 Maart 2015 Volg Eddy G.

Last van muggen of vliegen in huis? Vleesetende planten kunnen u helpen. Ze zijn de meeste insecten te snel of te slim af.   

 

clip

Vleesetende of insectenvangende planten zijn in staat om te overleven op een zeer voedselarme bodem. Dat is mogelijk, omdat ze insecten als voedingsbron gebruiken. Bijkomend voordeel hiervan is dat ze geen plantenvoeding nodig hebben. 

Elke soort gebruikt een andere manier van lokken, vangen en verteren van de prooi. Dionaea heeft bijvoorbeeld vangbladeren, die razendsnel dichtslaan. De Drosera-familie heeft weer bladeren met tentakels waar de insecten aan blijven kleven. De bladeren van Sarracenia hebben de vorm van een beker om insecten te vangen. Ook Nepenthes maakt gebruik van bekers, die aan de bladuiteinden hangen. Soortgelijke vangtechnieken zijn te vinden bij Cephalotus, Heliamphora en Darlingtonia.

De fascinerende levenswijze van vleesetende planten kan ook in de huiskamer worden gevolgd. Voor dit doel worden jaarlijks 1,5 miljoen planten in de Nederlandse kassen geteeld. In 1996 waren dat er nog 1 miljoen. De gemiddelde veilingprijs steeg in deze periode van 1,67 naar 1,98 euro, met name door de gestegen aanvoer van Nepenthes. Het gaat dus om een relatief kleine plantengroep, maar de vraag naar deze producten zit behoorlijk in de lift.

Spectaculair

Vleesetende planten worden voornamelijk gekocht vanwege de spectaculaire vormen en bladkleuren. De meeste planten kunnen wel bloeien, maar dit is voor de sierwaarde van ondergeschikt belang. Vernieuwing van het assortiment vindt vooral plaats bij Nepenthes. N. alata is de meest geteelde soort. Nieuwe soorten onderscheiden zich in afmetingen en kleuren. N. tobaice bijvoorbeeld is een minisoort met volledig groene bekers. N. maxima 'Miranda' onderscheidt zich weer door grote, bont gekleurde bekers. Helaas worden deze nieuwe cultivars nog niet op naam aangevoerd. 

Een belemmering voor de telers is het uitgangsmateriaal, dat afkomstig is van zaad of weefselkweek. De beperkte beschikbaarheid van zaad en weefselkweekplanten staat een snelle uitbreiding van nieuwe soorten en rassen in de weg. 

 

Verzorgingstips

Vleeseters kunnen jarenlang plezier geven als men rekening houdt met enkele belangrijke leefregels:

  1. Zet de plant op de zonnigste plek; zolang de planten over voldoende water beschikken is felle zon zelfs zeer welkom.
  2. Zet de plant in een wijde schotel met een laagje water of met vochtig grind. Hoe groter de pot, bak of schaal, hoe minder snel deze zal uitdrogen.
  3. Zet de planten eventueel in een minikasje.
  4. Laat de potgrond nooit uitdrogen. Geef geen water op de plant, maar in de schotel.
  5. Gebruik bij voorkeur regenwater of zacht leidingwater. De planten verdragen geen kalk.
  6. Geef nooit plantenvoeding!
  7. Verpot de vleeseters elke een of twee jaar in grove turf. De beste periode is het voorjaar.
  8. Gebruik geen normale potgrond. Vleesetende planten houden van zure potgrond.
  9. Verwijder afgestorven bruine blaadjes of kelken om schimmelgroei te voorkomen. 
  10. Aangezien vleesetende planten van ondermeer insecten leven en deze niet altijd voorkomen in de huiskamer kan je ze eventueel voeden met fruitvliegjes (composthoop) of maden die verkrijgbaar zijn in hengelsportzaken.

 

De meeste vleeseters kunnen het hele jaar door in de huiskamer worden gehouden. Uitzonderingen hierop zijn de bekende Venus vliegenval (Dionaea muscipula) en de trompetbekerplanten of Sarracenia’s. Deze houdt men het beste tot het einde van de zomer op hun plek. Daarna is het raadzaam om ze enkele maanden op een koele plek te zetten (5 tot 10°C) en de aarde iets vochtig, maar niet drijfnat te houden. De badkamer, de slaapkamer of de garage kunnen hiervoor geschikt zijn. Deze planten houden namelijk een rustperiode tijdens de winter. Begin lente mogen ze worden teruggeplaatst, nadat ze in verse aarde zijn opgepot en ze de eerste tekenen van leven hebben gegeven. Na een rustperiode zullen ze beter groeien en bloeien. 

Vele carnivoren groeien in het voorjaar en de zomer ook buiten goed. Verschillende Sarracenia’s en de Dioneae kunnen het hele jaar door aan de rand van een vijver worden gehouden, mits ze afgehard zijn en vochtig worden gehouden. Houdt echter rekening met te harde wind en regen.

Bron: BBH



Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Log in om een reactie te plaatsen