Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Boerenkool

Brassica oleracea var. acephala subvar. laciniata  • 

Foto: Boerenkool

Foto: Boerenkool
Foto: Boerenkool
Foto: Boerenkool

Boerenkool of krulkool wordt soms ook groene bladerkool genoemd. Deze kool staat van alle koolsoorten het dichtst bij de wilde kool, samen met de aanverwante voederkolen voor veevoeding. Boerenkool is al 2.000 jaar bekend en momenteel in Nederland een alom gekende wintergroente. In België is de belangstelling gering. Nochtans past boerenkool volledig in het kraam van de ecologische tuinier: het is een gemakkelijke teelt, die niet gauw ziek wordt en bovendien zeer winterhard is. Ze verdraagt tot -15°C en levert verse groenten in volle winterperiode. Men eet het blad, al dan niet met de bladsteel, in stamppot en andere winterse bereidingen. De smaak is het best zodra er wat vorst over de kolen is gegaan. Wat mineralen en vitaminen betreft, is het een zeer voedzame groente, waar ook kippen en konijnen dol op zijn.

1. Plant

De gewone of struikboerenkool bestaat uit een dikke stam met grote, sterk ingesneden bladeren. Het blad is dik en vlezig, heeft een dikke waslaag en een typisch gekroesde bladrand. De jonge bladeren zijn minder gekroesd. Bovenaan staan de bladeren dichter bijeen in een rozet. Van een gesloten kop is geen sprake. De bladeren worden, van onderaan te beginnen, afzonderlijk geplukt. Er zijn hoge soorten (90-150 cm) die het best tegen de vorst kunnen. Met halfhoge soorten worden planten tussen 40 en 80 cm bedoeld.
Een minder gekende soort is de lage, maai- of dwergboerenkool. Die vormt geen stam, maar vlak bij de grond een rozet van opstaande bladeren. Die worden afgemaaid vlak boven het hart. Dat kan, anders dan bij hoge boerenkool, machinaal gebeuren.

2. Teeltwijzen

Bij de herfstteelt valt de oogst vóór de winter. Echte herfstrassen kunnen immers maar enkele graden vorst verdragen. De plantafstanden zijn iets ruimer dan voor de winterteelt.
De winterteelt wordt het meest beoefend. Je zaait in juni op een zaaibed en plant uit tot uiterlijk half augustus. De planten hernemen gemakkelijk hun groei. Hoe later er gezaaid wordt, hoe kleiner de opbrengst uitvalt. Winterrassen verdragen vorst tot ongeveer -15°C. Bij zeer strenge vorst, vooral zonder sneeuw, kunnen de bladeren toch nog geel of bruin worden. De hoogste en grofst gekroesde rassen kunnen het best tegen de vorst.
Boerenkool kan je ook ter plaatse zaaien met 6-7 zaden per lopende meter. Later dun je uit.
Dwergboerenkool zaai je in juni op 25 x 20 cm en oogst je van september tot november.
Als teeltzorgen hoeft er niets anders te gebeuren dan schoffelen.

3. Rassen

Voor de herfstteelt is er Westlandse Herfst, voor de winterteelt Westlandse Winter als basisras
Een aantal andere zaadvaste rassen zijn moeilijker te klasseren, omdat men er zelden bij vermeldt of ze geschikt zijn voor herfst- en/of winterteelt. Halfhoge Groen Gekrulde is geschikt voor herfst en winter. Onthoud echter dit: een echt winterras is donkerder groen dan een herfstras, is in de herfst minder gekroesd en begint pas na de herfst echt goed te kroezen. Echte winterrassen zijn meestal hoog.
Hybride Winterbor is geschikt voor winterteelt. Redbor is een rode boerenkool.
Van dwergboerenkool is Lage Groene Fijngekrulde het bekendste ras.

4. Standplaats

Boerenkool stelt op alle vlakken heel wat minder eisen aan de grond dan de andere koolsoorten. Ze groeit ook op lichte grond en kan een iets lagere pH verdragen. De voedingsbehoefte van boerenkool ligt iets lager dan bij de doorsnee koolsoort. De bemesting zou eventueel iets lager mogen liggen dan voor de andere kolen. Op gronden die in de winter erg nat zijn, plant je het best op bedden. Boerenkool komt meestal als nateelt na spinazie, vroege aardappelen of vroege wortelen.

5. Oogst en bewaring

Je breekt het volgroeide blad van de stam, te beginnen met het onderste blad dat immers het snelst verslijt. Zo pluk je verder naar behoefte. Op de plaatsen waar het blad van de stam geplukt is, groeien nieuwe, kleinere blaadjes die ook te oogsten zijn. Op het einde van het seizoen oogst men ook de kop. Als de planten na de winter doorschieten, worden de bladeren bitter.
Boerenkool bewaar je ter plaatse op het land.

Uit: Handboek Ecologisch Tuinieren, Velt

Eigenschappen

Hoogte
1 - 50 cm
Winterhard
Ja
Licht
Zon