Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Andijvie

Een minder verspreide, maar niettemin heel interessante teelt is die van andijvie. Andijvie is sterk verwant met witloof en wordt gekweekt voor het blad, dat zowel rauw als gestoofd wordt gegeten. Het blad is dikker en harder dan dat van kropsla en de smaak is bitterder. De groeiwijze kan je wel vergelijken met die van kropsla. Beide planten vormen een krop, maar bij andijvie is die nooit zo vol en zo vast als bij sla.

1. Plant

Andijvie is een eenjarige plant die uit Zuid-Europa afkomstig is. Dat kan je trouwens heel goed merken aan de teeltwijze: het gewas heeft – vooral tijdens de opkweekperiode – veel warmte nodig.
Er zijn twee belangrijke groepen andijvie: de breedbladige of ongekrulde (die ook scarole genoemd wordt) en de gekrulde of kroesbladige, die simpelweg krulandijvie wordt genoemd. Krulandijvie heeft een heel diep ingesneden blad, de groente ziet er dan ook sierlijk uit. Ze wordt vooral rauw gegeten en wordt veel gebruikt om schotels te versieren. Breedbladige andijvie wordt zowel gestoofd als rauw gegeten. Bij de krulandijvie is er nog een buitenbeentje, de snijandijvie, die geen krop vormt en gekweekt wordt als snijsla.

2. Teeltwijzen

Zowel bij de breedbladige als bij de krulandijvie onderscheiden we 3 teeltwijzen: de lente-, de zomer- en de herfstteelt. Toch is voor de liefhebber de herfstteelt veruit de belangrijkste, want het is de enige teelt waarvoor hij geen glas nodig heeft. Andijvie moet warm (15-20°C) opgekweekt worden, anders schieten de planten snel door. Bovendien is andijvie een langedagplant, wat betekent dat de kans op bloemvorming groter wordt als de dagen lang zijn. Lente- en zomerteelt zijn dus niet zo populair omdat de kans op doorschieten te groot is. De herfstteelt kent dat probleem nauwelijks. Enkel snijandijvie kan zonder schietproblemen ook in het voorjaar gezaaid worden.
Voor de lenteteelt zaai je op een verwarmde plaats voor in potjes, perspotjes of bakjes. Als je in bakjes zaait, moet je na 1-2 weken onder warm glas verspenen. Uitplanten onder volle plastic of onder gaatjesfolie.
Voor de zomerteelt zaai je ook voor in potjes of bakjes, of op een zaaibedje.
Voor de herfstteelt wordt meestal op een zaaibedje gezaaid, hoewel sommige amateurs liever rechtstreeks ter plaatse zaaien. Het kan nuttig zijn om twee zaaibeurten te hebben om de oogst meer te spreiden.
Snijandijvie wordt altijd ter plaatse gezaaid, maar dan op rijen die maar 20 cm uit elkaar liggen. Snijandijvie mag je wel dikker zaaien – vanaf maart ¬onder koud glas, vanaf april in volle grond
Zaaibeurten die bij droog weer uitgevoerd zijn, worden met natte jutezakken afgedekt om uitdrogen te voorkomen. De zakken moeten na een zevental dagen worden verwijderd.

3. Rassen

Breedbladige

Er zijn twee belangrijke types.
• Nummer 5 wordt vooral voor lente- en zomerteelt en in mindere mate voor herfstteelt gebruikt. Het is een breedbladig type met een goed gevuld hart en zachte smaak. Enkele zaadhuizen houden er van dit ras een eigen selectie op na. Het minder gekende ras Géante Maraîchère (bv. de selectie Bossa) is van hetzelfde type.
• Breedblad Volhart Winter komt vooral voor de herfstteelt in aanmerking. Het blad is donkerder, smaller, stugger en taaier dan dat van Nummer 5, ook iets minder smakelijk, maar beter bestand tegen koude en vochtig weer.

Krulandijvie

Bij krulandijvie is er een grote verscheidenheid aan rassen: van Louviers, van Meaux, Fijne Krul Groen en Wallonne Frisan of Wallone Despa zijn de belangrijkste. Om als snijandijvie te telen is er Fijne Krul Geel of Altijd Witte.

4. Bodem en bemesting

Andijvie is tevreden met alle grondsoorten zolang ze goed vochthoudend en voedzaam zijn. Voor de lente- en zomerteelt wordt wel de voorkeur gegeven aan lichtere gronden, omdat die sneller opwarmen. Het is belangrijk om de grond goed te bewerken en los te maken. Andijvie wordt bij voorkeur bemest met een flinke dosis goedverteerde compost.

5. Standplaats

Andijvie als hoofdteelt komt op het perceel van de bladgewassen. Meestal is andijvie een nateelt na bijvoorbeeld vroege wortelen, spinazie of erwten. Alleen als andijvie werd gezaaid in de lente, vormt ze een hoofdteelt. Een vruchtwisseling van 1 op 3 is een minimum.

6. Planten

Vier tot vijf weken na het zaaien kan andijvie uitgeplant worden. Kies enkel de grootste plantjes uit en probeer ze te verplanten met een kluitje grond. Planten doe je liefst bij vochtig, overtrokken weer. Plant andijvie niet te diep. Het hart van de plant moet vrij blijven en er mag niet teveel contact zijn tussen de buitenste bladeren en de grond. Bij de herfstteelt en in mindere mate bij de zomerteelt zijn de plantafstanden wat groter dan bij de lenteteelt, omdat er zwaardere kroppen gevormd worden.

7. Teeltzorgen

Andijvie die ter plaatse gezaaid is, wordt uitgedund tot op 35 cm in de rij. Het uitdunsel kan je eventueel elders uitplanten. Wieden hoort er altijd bij. Door de snelle groei van andijvie volstaat het één maal te hakken of schoffelen vóór de rijen zich sluiten. Andijvie vraagt nogal wat water. Bij droog weer giet je regelmatig. Mulchen kan de vochtvoorziening verbeteren, maar heeft wel het nadeel dat slakken en schimmelziekten meer kans krijgen om het blad aan te tasten.
Andijvie wordt vaak gebleekt om het binnenste van de krop malser en minder bitter te maken. Een veel gebruikte bleekmethode is de planten dichtbinden door het blad bijeen te vouwen en er een touwtje of elastiekje omheen te spannen (zie tekening p. 406). Doe dit alleen als het gewas goed droog is. Let er op dat de plant volledig dichtgebonden is en er dus langs boven geen water binnen kan, anders gaat de plant rotten. Andere methodes zijn: omgekeerde bloempotten plaatsen waarvan het gaatje dichtgestopt is, of – voor krulandijvie – platte schaaltjes op het hart van de plant leggen. Voor al deze methodes is een tweetal weken bleken voldoende. Hou er wel rekening mee dat gebleekte andijvie veel minder goed bewaart en minder vitamine C bevat.

8. Oogst en bewaring

Andijvie wordt in 1 keer geoogst door de krop vlak boven de grond af te snijden. Snijandijvie wordt afgesneden op 2-3 cm boven de grond waarna hij weer aangroeit. Andijvie van de lente- of de zomerteelt wordt het best vrij jong geoogst om de kans op schieten te verminderen. Herfstandijvie mag volledig uitgroeien. Andijvie kan een tijdje ter plaatse blijven staan, tenminste als het niet te hard vriest. Het gewas kan immers best wat nachtvorst verdragen, maar breedbladige andijvie is wel sterker dan krulandijvie. Een beschutting met plastic, rieten matten of stro vanaf half november is voldoende zolang het niet echt hard vriest. Als streng winterweer dreigt, moet je de andijvie rooien. Ofwel plant je hem met een kluit onder koud glas ofwel leg je de kroppen omgekeerd op een stenen of betonnen vloer. Op die manier kan je de andijvie nog enkele weken bewaren. Invriezen van breedbladige andijvie gaat natuurlijk ook.

9. Zaadteelt

Andijvie is een kruisbestuiver; kweek dus niet tegelijkertijd zaad van breedbladige andijvie en krulandijvie want je zou bastaardzaad krijgen. Voor de zaadteelt kies je enkele planten van de laatste zaaibeurt uit die je onder koud glas laat overwinteren. In april-mei plant je ze uit op 50 tot 60 cm afstand. De bloemstengel top je op 60 cm en ook de vertakkingen kort je in. Het zaad is rijp in augustus en valt dan gemakkelijk af. Het is dus belangrijk om niet te lang te wachten vooraleer de zaaddrager af te snijden en op een luchtige plaats te laten nadrogen.
 

Uit: Handboek Ecologisch Tuinieren, Velt

Eigenschappen

Hoogte
1 - 40 cm
Kleur
  •   
Vochtigheid
Vochtig
Licht
Zon

 

1 varieteit van deze plant

In onze shop