Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Spinazie

Oude Chinese en Arabische geschriften verhalen al over spinazie. Afkomstig uit Midden-Azië kwam deze groente in de 12e eeuw via Spanje Europa binnen, waar ze sinds de 16e eeuw een vrij belangrijke plaats veroverde in het assortiment groenten. Het is een snelgroeiend gewas dat het vooral in de lente en in de herfst goed doet. In de zomer wordt spinazie veel minder geteeld, omdat het dan vrij snel in zaad schiet. Spinazie is een lekkere bladgroente die rijk is aan mineralen.

1. Plant

Spinazie is een eenjarige plant die 20 tot 40 cm hoog wordt. De weinig vertakte, dunne penwortel kan tot 140 cm diep gaan. De bladeren hebben een steeltje en zitten in een bladrozet, maar voor de rest kunnen ze erg verschillen: rond, langwerpig of spiesvormig, gaaf, ingesneden of getand, gebobbeld of – meestal – glad, licht- of donkergroen.
Spinazie bevat van nature een vrij hoog gehalte aan twee stoffen die bij grote opname schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid: oxaalzuur en nitraat. Oxaalzuur wordt als zout in heel kleine hoeveelheden in vele planten aangetroffen, o.a.  de geslachten Rumex (zuring) en Oxalis (klaverzuring), en dus ook in spinazie. In grote hoeveelheden is het bijtend en veroorzaakt het braken en diarree. Als we het kookwater weggooien, verwijderen we het grootste deel van het aanwezige oxaalzuur. Nitraat is een natuurlijk stofwisselingsproduct dat in elke plant aanwezig is. Spinazie heeft echter meer dan andere planten de eigenschap nitraat op te slaan. Vooral als de plant veel gemakkelijk opneembare stikstof krijgt aangeboden en in bepaalde klimaatsomstandigheden kan spinazie veel nitraat bevatten. Dat nitraat kan omgezet worden in nitriet, wat schadelijk is voor de gezondheid. Deze omzetting gebeurt veel sneller dan normaal als de spinazie gekookt is. Spinazie een dag laten staan en dan weer opwarmen is daarom uit den boze. Verder is het aan te raden de spinazie zo vers mogelijk te eten, of in ieder geval op een frisse plaats te bewaren.

2. Teeltwijzen

De Belgische en de Nederlandse manieren van spinazie telen verschillen nogal sterk van elkaar. In Nederland apprecieert men vooral het kleine, lichte, jonge spinazieblad. Er wordt zeer dicht gezaaid en niet uitgedund. De Belgen willen een groter donkergroen en breder blad, en zaaien daarom veel minder dicht en dunnen ook uit. Dit heeft als bijkomend voordeel dat de planten minder snel schieten. In Nederland is de gebruikte zaadhoeveelheid en het aantal planten per 10 m2 ongeveer 10 maal groter dan in België (zie tabel). De opbrengst is gelijk. Naast de lente- en herfstteelt die het populairst zijn, onderscheiden we nog de vroege teelt, de zomerteelt en de winterteelt.

Vroege teelt
De vroege teelt lukt enkel op vroege, lichte gronden die geen wateroverlast kennen. In januari zaai je alleen onder glas, in februari kan het ook op een beschut plekje buiten. Dat het in die periode nog flink kan vriezen, stoort de spinazie niet, ook niet na opkomst.
De opbrengstcijfers per 10 m2 zijn gebaseerd op de beroepsteelt waar men in één maal oogst. De amateur kan – vooral onder glas – regelmatig oogsten en een tot driemaal hogere opbrengst behalen.

Lente- en herfstteelt
Deze twee populaire teeltwijzen stellen meestal de minste problemen.

Zomerteelt
De zomerteelt verloopt moeilijker: spinazie houdt niet van grote hitte en schiet dan snel door. Een beschaduwd plekje kan dat proces wat vertragen (bv. tussen staakbonen of rijserwten). Goede -alternatieven voor de zomerspinazie zijn Nieuw-Zeelandse spinazie en ijskruid, die uitgerekend warm en droog weer verlangen en waarvan je vanaf juli gedurende enkele maanden regelmatig kan oogsten. Vanaf mei kan je spinazie ook vervangen door warmoes die je teelt voor het blad.

Winterteelt
De winterteelt, die het best op een beschut plekje gebeurt, kan bij een zachte herfst nog een oogstbeurt geven vóór de winter. Na de winter kan je al heel vroeg spinazie snijden. Tijdens de winter moet je de planten beschermen met wat mulch (stro, hooi,...).

Teelt onder koud glas
Spinazie kan je in de winter goed onder koud glas zaaien. Half oktober gezaaid kan de spinazie nog voor nieuwjaar klaar zijn. Later gezaaid wordt de teeltduur langer, tot 14 weken zelfs. Luchten kan zolang het niet vriest. Zorg ervoor dat er binnen geen regen valt.

3. Rassen

Er bestaan zeer veel spinazierassen, die echter allemaal in 2 groepen onder te verdelen zijn:
• De scherpzadige rassen waarbij op het zaad scherpe stekels aanwezig zijn (Epinard d’Angleterre). Het zijn snelle groeiers die ook snel in zaad schieten.
• De rondzadige rassen zonder stekels, waartoe de meeste rassen behoren. Het zijn tragere groeiers die, naarmate ze trager groeien minder gevoelig zijn voor doorschieten.
Een belangrijke raseigenschap is verder de resistentie tegen valse meeldauw of wolf. Deze schimmelziekte heeft 7 verschijningsvormen of fysio’s. De oude rassen zijn gevoelig voor alle fysio’s.

Nieuwe rassen zijn resistent tegen de fysio’s 1 tot 4, maar resistenties worden voortdurend gebroken en nieuwe fysio ’s steken de kop op.

Vroege teelt
Hiervoor zijn enkele snelgroeiende scherpzadige rassen beschikbaar, met Breedblad Scherpzaad als bekendste. Ook Winterreuzen is bruikbaar, zij het dan om later te oogsten. Vroeg Reuzenblad en Amsterdams Reuzenblad zijn geschikt voor de vroege teelt.

Lente- en herfstteelt
Hiervoor neem je rondzadige rassen die tamelijk snel groeien en dus ook vrij schietgevoelig zijn. Bekend zijn (Reuzen van) Viroflay, Resistoflay (selectie Securo en Polka). Monoppa is een wat apart Duits ras dat wat minder oxaalzuur bevat en ook geschikt is voor winterteelt.
Daarnaast kan je voor lente- en herfstteelt ook de zomerrassen gebruiken. Die groeien wel wat trager.

Zomerteelt
Wie zich aan een zomerteelt wil wagen, kiest de traagste groeiers uit. Viking en Noorman worden door vele biotuiniers sterk geapprecieerd, hoewel het oudere, wolfgevoelige rassen zijn. Verder vind je ook Norvak, Butterfly, Nobel en Nores.

Winterteelt
Voor de winterteelt is Winterreuzen het klassieke ras. Daarnaast zijn er Monoppa en Virkade F1.

Teelt onder koud glas
In oktober kunnen we nog een herfstras nemen om later op rassen voor de winter en de vroege teelt over te schakelen.

4. Bodem

Spinazie is een gulzig gewas dat hoge eisen stelt aan de bodem, zowel wat de structuur als wat de voedingstoestand betreft. De ideale bodem is goed doorlaatbaar en luchtig, maar anderzijds ook voldoende vochthoudend want spinazie heeft veel water nodig. Te luchtige, pas bewerkte grond is uit den boze, maar omgekeerd zijn ook dichtgeslempte bodems niet goed. Zware kleigronden, en lichte, snel uitdrogende gronden zijn dus ongeschikt. Ze zullen een gewas geven dat weinig blad vormt en snel in zaad schiet. Veel beter zijn zandleem- of leembodems met een hoog humusgehalte. Voor de vroegste teelt is een lichtere grond beter. Spinazie heeft een pH-waarde van minstens 6,5 absoluut nodig.

5. Bemesting

Als bemesting geven we een stevige dosis verteerde compost, die oppervlakkig wordt ingewerkt. Spinazie verdraagt ook wel halfverteerde of jonge compost. De plant stelt vooral hoge eisen aan de stikstof- en kaliumvoorziening. Je kan eventueel bijmesten met samengestelde, organische meststoffen, maar bedenk dan wel dat spinazie heel gemakkelijk nitraten opslaat. Overdrijf dus niet. Herfst-, winter- en vroege teelt zijn met het oog op het nitraatgehalte ongunstiger dan lente- en zomerteelt.

6. Standplaats

Spinazie hoort thuis bij de bladgewassen. Een vruchtwisseling van 1 op 3 is hoe dan ook aan te raden. Vroege spinazie is vaak een voorteelt (bv. voor kolen), herfstspinazie kan als nateelt de grond in, maar liefst niet na aardappelen want dan is de grond te los en is er een groter risico voor stengelaaltjes, en ook niet na erwten en labbonen om dezelfde reden.

7. Zaaien

Spinazie zaai je altijd ter plaatse, breedwerpig of in rijen. Je kan het zaad voorweken (gedurende 24 uur) en voorkiemen (gedurende 2 dagen). Na breedwerpig zaaien, moet je het zaad wat inharken en aandrukken. Deze methode, die uitsluitend voor de vroege teelt wordt toegepast, heeft wel enkele nadelen: het is niet zo gemakkelijk om het zaad gelijkmatig te verdelen en een ¬onregelmatige stand van het gewas kan daar een gevolg van zijn. Bovendien zijn vogels dol op spinaziezaad, dat bij breedwerpig zaaien onvermijdelijk hier en daar aan de oppervlakte komt. Het is dus beter op rijen te zaaien met een tussenafstand van 8 tot 10 cm voor de vroege teelt en 10 tot 20 cm voor de andere teelten. Bij droog of warm weer maak je de geultjes nat vóór het zaaien of bedek je het zaaibed met vochtige jutezakken.
Onder koud glas is het altijd aangewezen de grond vóór het zaaien goed nat te maken. Spinazie kiemt niet bij temperaturen hoger dan 22°C. Spreid de oogst door regelmatig kleine hoeveelheden te zaaien.
Wat de zaaiafstand in de rij betreft, bestaat er een groot verschil tussen Nederland en België.

8. Teeltzorgen

Door de grote groeisnelheid is wieden meestal overbodig. In België is het gebruikelijk uit te dunnen tot op 5-10 cm in de rij, om een groter blad te krijgen. Sommige liefhebbers van zeer grote, stevige spinaziebladeren dunnen zelfs tot op 15-20 cm uit. Tijdens droge periodes kan het nuttig zijn om het gewas een flinke dosis water te geven. Gieten voor een vorstperiode voorkomt uitdroging van de planten. Giet onder glas altijd ‘s morgens en bij droog weer zodat het gewas goed kan opdrogen.

9. Oogst

Spinazie kan je snijden of plukken. Dicht gezaaide spinazie zoals in Nederland, moet je jong snijden. Spinazie gezaaid op de Belgische manier, dus dunner gezaaide, kan je later oogsten, ofwel snijdend, ofwel plukkend. Wanneer het gewas oogstrijp is, mag je niet langer wachten om te oogsten. Het blad vergeelt dan sneller, slaat nitraat op en op het dode blad verschijnen schimmelziektes. In ieder geval moet je de planten volledig oogsten wanneer de hoofdstengel zich begint te strekken, want dat is het sein dat de plant aan de bloemvorming gaat beginnen.
Snijden doe je met een scherp aardappelmes, soms ook met een speciaal spinaziemes, op enkele cm boven de grond. Snij niet te laag, want dan heb je het hart weggenomen en zal er geen tweede oogst meer zijn.
Plukken gebeurt door regelmatig de buitenste bladeren van elke plant af te trekken. Het hart van de plant groeit dan rustig verder. Je krijgt dus een meer constante oogst.

10. Bewaring

Spinazie is een product dat snel bederft. Nat maken voor het oogsten verlengt de bewaartijd en geeft minder nitrietvorming. Verder is het goed om weten dat bewaring bij relatief hoge temperaturen de omzetting van nitraat in nitriet bevordert.

11. Zaadteelt

Spinazie is tweehuizig, dat wil zeggen dat er zowel mannelijke als vrouwelijke planten voorkomen. Kruisbestuiving gebeurt door de wind, er is dus een reëel gevaar voor verbastering als je buur of overbuur ook bloeiende spinazie heeft staan.

Voor de zaadteelt kies je die planten uit die veel en groot blad vormen, die geen schimmelaantasting vertonen en die, en dat is heel belangrijk, slechts laat in zaad schieten. Je mag je dus niet laten verleiden om die planten die het eerst in zaad schieten als zaaddragers te gebruiken. Mannelijke planten schieten het eerst op. Daarna worden ze geel en sterven af. Die planten verwijder je dan en de vrouwelijke planten, die enkel bloemen dragen in de oksels van de bladeren geef je een steun. Vogels worden aangetrokken door het rijpende zaad, bescherm het rijpende zaad dus met gaas of een vogelnet. Als ook de vrouwelijke plant begint te vergelen en de onderste zaadkorrels donker verkleuren, is het zaad rijp. Snij de zaaddragers af en hang ze te drogen in een droge, goed verluchte ruimte. Enkele maanden later kan je het zaad van de stengels wrijven
 

Uit: Handboek Ecologisch Tuinieren, Velt

Eigenschappen

Hoogte
1 - 40 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Neen
Vochtigheid
Vochtig
Licht
Zon
halfschaduw

 

2 varieteiten van deze plant

In onze shop