Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Snijselder

Snijselder heeft een bossige groei, dus met vele stelen aan één plant (vandaar de naam bosselder). Snijselder heeft een sterk aroma, waardoor de plant volgens sommigen eerder bij de kruiden thuis hoort. Je mag er stengels afsnijden, de plant groeit weer aan. Vandaar de naam snijselder.
De afgesneden stengels zijn zelden in de handel en als ze toch in de winkel liggen, is dat bijeengebonden in een bosje.
Een aantal algemene teeltmaatregelen worden besproken bij Selder.

1. Teeltwijzen

Snijselder zaai je meestal in de vollegrond, vanaf april tot een heel eind in de zomer. De plantjes dun je uit tot op 15 cm.
Van eind juli af kan je er stelen van afsnijden of afplukken. Onder beschutting van glas of plastic kan je er de hele winter door van blijven snijden. Zonder beschutting overleeft hij de winter ook wel, maar dan stopt de groei na de eerste serieuze vorst en herbegint pas opnieuw vanaf begin april. Je kan natuurlijk ook te werk gaan zoals bij de groene selder met holle steel en vroeger zaaien onder glas, verspenen en ongeveer half mei uitplanten.

2. Rassen

Van snijselder zijn Gewone Snij (of Struik), Amsterdamse Fijne en Amsterdamse Donkergroene (of Fijnbladige of Tuin) de drie bekende rassen. De verschillen zitten in grofheid, bladkleur, bladinsnijding en groeikracht. Gewone Snij is vrij grof en licht van kleur en groeit in de winterperiode goed door. Amsterdamse Fijne is fijner, donkerder van kleur en heeft ingesneden blad. De groeikracht is traag. Amsterdamse Donkergroene ligt wat groeikracht, grofheid en kleur blad tussen de twee eerder genoemde typen in. De bladstelen zijn kort en het blad heeft een diepe insnijding (De Amateurtuinder nr. 2, 1992). Sporadisch kom je er nog enkele andere tegen: Gekrulde van Hoei, Snij- of Spruitselder van Dinant, Zwolse Krul.

3. Oogst en bewaring

Aangezien snijselder vooral als smaakmaker gebruikt wordt in allerlei gerechten, heb je er geen grote hoeveelheden van nodig. Daarom kan je van snijselder regelmatig stelen plukken naarmate je ze nodig hebt, tot de selder in april-mei doorschiet. In oktober kan je de plant ook in de serre overplanten. Zo heb je de hele winter verse snijselder. In de serre komt de plant ook makkelijker in bloei en is de zaadteelt makkelijker.
 

Uit: Handboek Ecologisch Tuinieren, Velt

Eigenschappen

Hoogte
1 - 50 cm