Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Rood guichelheil

Anagallis arvensis subsp. arvensis

Foto: Rood guichelheil

Foto: Karin Thiers/Waarnemingen.be

https://nl.wikipedia.org/wiki/Rood_guichelheil

http://wilde-planten.nl/rood%20guichelheil.htm

http://waarnemingen.be/soort/photos/7683

http://waarneming.nl/soort/photos/7683

De plant is onbehaard. Uit den penwortel komt een vierkante, uitgespreid vertakte stengel. De bladen zijn tegenoverstaand, zelden in kransen van 3, zittend, eirond tot langwerpig-eirond, van onderen met zwarte puntjes, met 3-5 nerven. De bloemen staan alleen in de bladoksels, dus tegenover elkaar, op draadvormige stelen. Deze zijn omstreeks zoo lang als de bladen en ten slotte haakvormig teruggekromd. De kelkslippen zijn lancetvormig, toegespitst, vliezig gerand, iets korter dan de bloemkroon en de vrucht. De bloemkroon is menierood, soms vleeschkleurig (fl. carneis), vrij klein, stervormig, met 5-deeligen zoom, de slippen zijn fijn gekarteld of klierachtig behaard. De helmdraden zijn aan den voet aan de bloemkroon verbonden. De doosvrucht is bolrond, omstreeks zoo lang als de kelk en springt met een deksel open. Eén- en tweejarig. 7-15 cm. Mei-Herfst.

De variëteit coerulea Schreb. (A. coerulea Schreb.) heeft een hemelsblauwe, soms violette bloemkroon met getande, bijna klierlooze slippen. De geheele plant is dofgroen en de bladen zijn 2-3-nervig.

De soort is scherp vergiftig. De verwisseling met de in niet bloeienden toestand er veel op gelijkende Stellaria media, die veel als vogelvoeder wordt gebruikt, heeft reeds dikwerf nadeelige gevolgen gehad.

Voorkomen in Europa en in Nederland

De plant komt in geheel Europa op bouw- en moesland, langs wegen en op onbebouwde plaatsen voor. Zij is bij ons vrij algemeen, vooral veel op klei en löss gevonden, het minste op veengrond. De var. b. is bij ons zeldzaam.

Volksnamen

De namen guichelheil en roode muur worden het meest gebruikt. In het Oostelijk deel van Gelderland en Overijsel spreekt men van hanetreê, in Noord-Overijsel en in West-Friesland van murik, op Terschelling van wild kooltjevuur, op Goeree van heelal, op Overflakkee van Spaansch groen, op Schouwen van blommetjes van zeven kwartier, in Zeeuwsch-Vlaanderen van spikkelatiefjes en in het Land van Hulst van muurkruid. Over de namen guichelheil-manneken en -wijfken uit een vroegeren tijd voor de soort en hare variëteit, zie blz. 55, Deel II.

arvensis = veld, coerulea = blauw, azurea = azuurblauw.

Bron; blz. 27-28, deel 3 van de Flora van Nederland 1909-1911 (3 delen) door H. Heukels. 

Eigenschappen

Hoogte
1 - 20 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Neen
PH
Neutraal
Vochtigheid
Normaal
Licht
Zon
halfschaduw
Evergreen
Bladverliezend