Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Watermeloen

Foto: Watermeloen
Foto: Watermeloen

Watermeloen (Citrullus lanatus) is een plant die tot de familie van de komkommerachtigen behoort. Net zoals meloenen, courgettes, pompoenen, augurken en komkommers. Toch zien de diep ingesneden, sierlijke, grijsgroene bladeren van watermeloen er helemaal niet uit zoals die van veel andere komkommerachtigen. Het is een teelt die enkel mogelijk is in de kas. Zaai en opkweek is gelijk aan die van meloenen. Wat betreft onderhoud zijn er wel een aantal verschillen. Voor wie beschikt over een ruime kas valt deze teelt zeer goed mee.

De zaden van watermeloen zijn vrij groot en donkerbruin van kleur. In ieder potje wordt een zaadje ongeveer 1-1,5 cm diep gelegd en afgedekt.

Zaaien in setjes of bloempotjes is aan te raden, zoals allekomkommerachtigen laat watermeloen zich niet graag verspenen. De laatste dagen van maart tot de eerste tien dagen van april is de beste zaaiperiode.

Veel speelruimte is er niet, na half april zaaien geeft u dikwijls pas watermeloenen in september, en dat is toch een beetje vijgen na pasen. Vroeger zaaien zadelt u op met grote planten die je niet kan planten omdat het nog te koud is in de kas.
Meloenen en watermeloenen plant je best pas na 10 mei in de kas. Ze hebben dan ook warmte nodig, meer dan tomaten alleszins. 

Maak na het zaaien het substraat vochtig en plaats dit op de warmste plaats die je hebt. In dit geval het donkere lokaaltje van de centrale verwarming. Dek af met plastiekfolie. Deze behoudt de warmte én het vocht. Als het daar zo’n 25°C is, dan is er bij veel komkommerachtigen na enkele dagen al kieming. Komkommers zijn er al na 2-3 dagen, meloenen één of twee dagen later. Watermeloenen komen nog iets later.  Eén nadeel om te laten kiemen in zo’n donkere ruimte: de bloempotjes moeten er weg nog voor de zaden boven staan. Dit is ten laatste als je een klein barstje in de potgrond van één van de potjes ziet. Controleer twee keer per dag.
Het belangrijkste is eigenlijk dat in deze warme ruimte de kieming heel snel en zeer gelijkmatig op gang komt. Enkele dagen verblijf in deze warme ruimte is dan ook voldoende voor komkommerachtigen.  

Vlak voor de plantjes boven de grond komen, ze onmiddellijk zo licht mogelijk zetten. Maar een beetje rek naar het licht is onvermijdelijk, voor wie binnenshuis opkweek zonder belichting. Zet de plantjes nog eens in een minikasje indien mogelijk. Zeker als de zon er aan kan in de namiddag spaar je op die manier veel warmte die aanwezig blijft tot een stuk in de nacht.

Overpotten; Het klassieke verspenen, zoals bij tomaten wordt bij komkommerachtigen beter niet gedaan. Het is zaak de wortels van de jonge plantjes zo weinig mogelijk te beroeren. Je zou direct in een grote pot kunnen zaaien. Maar dan heb van in het begin veel meer ruimte nodig die licht en warm is.

De plantjes worden voorzichtig losgemaakt uit de potjes/trays en in de bloempot gezet. De plantjes zijn soms nogal lang. Geen nood, je mag ze diep in de pot zetten. Het enige waar op gelet moet worden is dat de kiemblaadjes boven de grond blijven. Het deel boven de kiemblaadjes is in dit stadium van jonge plant zeer gevoelig voor rotten.

Planten: Soms gebeurt het dat de kas niet op tijd vrij is. Of dat het nog te koud is daar. Om deze periode te overbruggen kan er geplant worden in een grote pot van 10 liter met veel draingaten onderaan. Het heeft daarna weinig zin om deze planten uit de pot te halen om te planten in de grond.
De reden dat deze watermeloenplanten in pot staan is omdat er in dezelfde kas ook meloenen geplant werden. En omdat dit daar de eerste keer niet was, was het gevaar op fusarium bij de meloenen groot.
In grote potten uitplanten in de kas, vertraagt de indringing van bodemschimmels waar de grond al verschillende jaren intensief beteeld werd. Het is dus een tip om bodemmoeheid te temperen, zoals kurkwortelbij tomaat of verwelkingziekte bij aubergine)

Plantschema: Er wordt vrijwel altijd op de grond geteeld. In een ver verleden kweekte ik wel eens aan touw, maar het ophouden van de vrij zware vruchten aan de tengere plant viel niet mee (tips welkom).
Voorzie voor iedere plant zo’n anderhalve m² ruimte. Plant de planten daarbij langs één kant van de voorziene ruimte en gebruikt de aansluitende ruimte om de ranken uit te leggen. 

Bemesting: Watermeloen stelt geen speciale eisen aan de bemesting, gebruik een samengestelde, organische of samengestelde, minerale meststof voor vruchtgroenten. Deze bevat in verhouding meer kalium. Aparte bemesting hoeft niet, gebruik dezelfde hoeveelheden en soorten als voor de tomaten of komkommers die je in dezelfde kas teelt.

Groei: De generatieve, beheerste groei van watermeloen is op deze foto duidelijk te zien. Er is wel een flinke hoeveelheid bladeren, maar dat komt omdat de stengels, als ze buiten het voorziene stukje grond kwamen terug geleid werden. Maar wat vooral opvalt is dat je dwars door het gewas heen kunt kijken. Zonder snoei zou dit bij gewone meloenen al snel een ondoordringbaar bladerdek geworden zijn.

Als onderhoud moeten, de ranken die ontstaan wat verdeeld worden over de beschikbare oppervlakte. Dus eventueel een draai geven zodat ze terug groeien van waar ze gekomen zijn.

Wat wel even hard nodig is als bij meloenen is de bestuiving en bevruchting. Merk je geen insecten in de nabijheid, voer dan manueel bestuiving uit. De mannelijke bloemen zien er hetzelfde uit als de vrouwelijke bloemen, maar er is geen vruchtbeginsel aanwezig.
De bloemen staan op een steeltje van enkele centimter lang. Mannelijke bloemen komen in veel groter getal op de plant voor dan vrouwelijke.

Vruchtzetting: Na enkele dagen zal de vrucht al zwellen. Is dit niet het geval na enkele dagen, dan zal het ook niet meer gebeuren.

Spint: Er worden zelden problemen ondervonden bij de teelt van watermeloenen. Bij deze teelt was er wel een lichte aantasting van spint. Deze aantasting was te merken aan de gele puntjes op de bladeren, die later overgaan in gele vlekjes. Gele vlekjes, niet zo typisch natuurlijk, ook gebreksziekten kunnen daar de oorzaak van zijn. De spint die je, best met een loep, kan zien aan de onderkant van de bladeren bevestigt dan, al dan niet, de diagnose.

Oogsten: Als het weer wat meezit kan oogsten ten vroegste vanaf half augustus.  De vruchten zijn oogstbaar als de bleke kleur van het gedeelte van de vrucht die op de grond ligt geel verkleurt en als u bij het kloppen op de vrucht een dof en hol geluid hoort.
Ook is de doffer wordende groene kleur van de vrucht een aanwijzing.

Eigenschappen

Kleur
  •