Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Aardappel 'Linzer delicatesse'

Solanum tuberosum 'Linzer delicatesse'

Foto: Aardappel 'Linzer delicatesse'

grondsoort

Aardappelen kan je in principe verbouwen op alle grondsoorten, van zware klei tot zandgronden. Vermijd wel hele natte grond, de aardappel kan daar niet goed tegen.

 
bemesting

Zorg voor een goede bemesting. De aardappel gedijt goed op vruchtbare grond.   Gebruik als mest zeer goed verteerde kompost of stalmest. Je hebt  ongeveer 0,4 m3  (ongeveer 6 kruiwagens) stalmest of compost per 100 m2 nodig. Aardappelen hebben veel kalium nodig. Een bemesting met patentkali, zo’n 40 gram per verkante meter is aan te raden. In plaats van patentkali kun je ook houtas gebruiken (ca. 80 gram per vierkante meter).

 
Vruchtwisseling

Zorg voor een ruime vruchtwisseling zodat de aardappels 1 x in de 4 jaar op dezelfde plek staat. Hiermee voorkom je aardappelmoeheid, een ziekte veroorzaakt door nematoden, het aardappelcystenaaltje

 
Voorkiemen


Je kunt het pootgoed laten voorkiemen, hiermee geef je de aardappel een voorsprong. Vooral voor vroege aardappels is dit handig, je oogst immers wat eerder je eerste aardappels! Leg de aardappels 3 weken voor het poten in een bakje op een lichte en vorstvrije plaats. Je kunt de bakjes prima buiten neerzetten maar haal ze wel naar binnen als er vorst dreigt.
Na een paar weken heeft de knol korte, stevige kiemen gevormd en is het tijd om te poten


Het poten


Poot de aardappel 5—8 cm diep in rijen. Na het poten kun je de rij aanaarden zodat er een rug van grond ontstaat. Herhaal dit als de aardappelplant een cm of 10 hoog is. Door aan te aarden bescherm je de plant tegen (nacht)vorst, bestrijd je het onkruid en bevorder je de ondergrondse stengelgroei. Ook het oogsten van de aardappel is een stuk eenvoudiger.


Pootafstanden


Vroege aardappelen 35—40 cm in de rij en 60 cm afstand tussen de rijen
Late aardappelen 45—50 cm in de rij en 60—70 cm tussen de rijen.

 
Tijdstip


Er zijn vroege, halfvroege, halflate en late aardappelrassen. Vroege aardappels zijn al na 3 maanden klaar om te worden geoogst, de late doen er wat langer over. Vroege aardappels kun je extra vroeg poten om nog wat eerder te kunnen genieten van je eigen oogst. In dit geval is bescherming tegen vorst met vliesdoek noodzakelijk.
 
Vroege rassen: poten van half maart tot half april (de vroegste poters beschermen met vliesdoek)
Halfvroeg/halflate rassen: poten van eind maart tot eind april
Late rassen: poten van begin april tot half mei
 

 

Onderhoud

Regelmatig onkruid schoffelen en zo nodig aanaarden.

 

Oogsten

Aardappelen geven de hoogste opbrengst als je ze rooit wanneer het loof geel begint te worden. Voor vroege aardappelen is dit vanaf begin juni, afhankelijk van de pootdatum en het voorkiemen. De middelvroege worden eind augustus tot eind oktober gerooid en de late aardappelen van begin oktober tot eind november.

 

Opbrengst

30—40 kg per 10 m²

 

Opslag

Bewaar je aardappelen vorstvrij op een koele, droge en donkere plek.

Eigenschappen

Deze plant heeft nog geen eigenschappen