Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Kerstomaat 'Yellow Debut'

Lycopersicum esculentum 'Yellow Debut'  • 

Foto: Kerstomaat 'Yellow Debut'

Algemene omschrijving

Yellow Debut (F1) is een extra vroege, hooggroeiende plant met attractieve gele tomaatjes met een goede vruchtzetting. Zoete tomaatjes, bijna als druiven, van 15 - 20 gram met en zeer gespreide oogst aan enkele en dubbele trossen. Wellicht één van de lekkerste aperitieftomaatjes met een hoog suikergehalte. Doet het goed in openlucht. Oogst ze zodra ze geel kleuren, daarna gaan ze snel barsten. Een ideale soort voor de versiering van koude schotels. Goed ziekteresistent.

Zaaien

We zaaien ongeveer 8 weken voor het uitplanten. De zaaigrond bestaat uit 4 delen potgrond en 1 deel mager zand. Dit wordt dan goed bevochtigd en opgewarmd tot een temperatuur van 20°C. Het zaaien gebeurt door het zaad bovenop te verspreiden en af te dekken met een dun laagje mager zand. Het geheel afdekken met een glasplaat. De glasplaat zorgt voor een voldoende hoge temperatuur en belet tevens dat het zaaisubstraat gaat uitdrogen. Zaai niet te dik. Hou er ook rekening mee dat maximum 70% van het zaad uitkomt.

Ideale temperaturen

  dagtemperatuur nachttemperatuur
om te kiemen 22-25°C 22-25°C
na de kieming tot het verspenen 23°C 20°C
na het verspenen tot het uitplanten 20°C 18°C
na het uitplanten tot de oogst 18°C 15°C

Verspenen

Het verspenen kan gebeuren wanneer het eerste blaadje te voorschijn komt. Dit is zo'n 14 dagen na het zaaien. Eventueel kun je wachten tot het tweede blaadje te voorschijn komt. Wees zeer streng bij de selectie van het te verspenen materiaal. Plantjes die duidelijk kleiner zijn dan de rest gebruik je niet. Ook als de kiemblaadjes wat misvormd zijn is het mogelijk dat dit slechte planten oplevert. Het verspenen gebeurt best in potten met een diameter van 12 cm, gevuld met universele potgrond. Op die manier kun je het uitplanten zo lang mogelijk uitstellen. Om voetziektes te vermijden zorg je ervoor dat de kiemblaadjes bij het verspenen altijd boven de potgrond uitkomen.

Afharden

Bij tomaten die in de kas uitgeplant worden, noemt men dit afkweken. U kunt de planten gewoon maken aan de ruimere plantafstand door ze eerst enkele dagen, in de pot naast de voorziene plantplaats te zetten. De watergift wordt wat beperkt, om steviger planten te hebben en de bloei te stimuleren.

Tomaten die buiten geplant worden, worden afgehard op de klassieke manier echter niet bij koud en regenachtig weer.

Planten

De planten zijn plantklaar als de eerste tros zichtbaar wordt. Tomaten vragen een warme, zonnige standplaats en verdragen eigenlijk geen schaduw. De grond is goed voorzien van voeding en bezit een doorlatende structuur. Je moet planten in een opgewarmde grond, dit betekent een minimale grondtemperatuur van 15°C. Houd je dit niet in acht dan stijgt de kans op wortel- en voetziekten. Streef naar een plantdichtheid van 2,5 planten per m2. Bijvoorbeeld 80 cm tussen de rijen en 50 cm in de rij. De potkluit moet bij het uitplanten goed vochtig zijn, want de plant moet de eerste dagen hieruit zijn reserves gaan putten.

We letten er op dat de bovenkant van de potkluit niet bedekt wordt met serregrond, daardoor stijgt alweer de kans op voetziektes. De kiemblaadjes mogen dus zeker niet onder de grond terechtkomen. Om het aanspoelen van de grond en de inworteling te bespoedigen gieten we aan met water van ongeveer 20°C.

onder koud glas

Onder koud glas planten we ten vroegste eind april bij zacht weer, anders wachten we best tot 1 mei.
 

buiten

In de vollegrond heeft planten voor 20 mei weinig zin. Plant niet te vroeg, want de koude kan veel meer kwaad doen dan een week later planten. Een week vroeger planten in een koude periode betekent helemaal niet dat je ook een week vroeger zult kunnen oogsten.

Je kunt van in het begin tot het einde van de teelt tomatenhoezen gebruiken, deze moeten echter voorzien zijn van verluchtingsgaten of moeten bestaan uit vochtdoorlatend plastiek. Gebruik ze niet te lang, en eventueel alleen ´s nachts. Door een te vochtig klimaat stijgt de kans op schimmelziekten.

Bemesting

De jaarlijkse organische bemesting moet je blijven verzorgen. Als uit een grondontleding zou blijken dat het C% meer bedraagt dan 5% dan moeten we hierin niet meer overdrijven. Het koolstofpercentage is immers ongeveer het dubbel van het humusgehalte van de grond. Een koolstofpercentage van 5% is een humuspercentage van 2,5%. En dat is ruim voldoende. Een hoger percentage kan immers ook nadelen opleveren.

Om een goede zoutconcentratie te bekomen op een grond waarop sla gekweekt werd en die in de herfst doorgespoeld werd geven we best een goede voorraadbemesting met bijvoorbeeld 90 gram patentkali per m2 en 80 gram ammoniumnitraat (bevat 27% stikstof) per m2. (In Nederland wordt ammoniumnitraat ook dikwijls kalkammonsalpeter genoemd)

Opmerking: de meststof patentkali bevat 30% Kalium en ook 10% Magnesium. Het is een meststof die uit kalimijnen gedolven wordt en is dus niet chemisch vervaardigd. Vandaar dat de meststof ook in de biologische tuinbouw gebruikt wordt. Patentkali is een meststof die goed is voor alle vrucht- en wortelgroenten: de stevigheid en de kleur van de vrucht, de wortel of knol wordt erdoor bevorderd.

Ofwel kiezen we voor 150 gram blauwe korrel 12-12-17 + 4, hoewel de voorraad kalium in deze meststof eigenlijk te klein is. (12% stikstof, 12% fosfor, 17% kalium, 4% magnesium). Eventueel kunnen we dus ook kiezen voor een andere samengestelde meststof met een voldoende hoeveelheid kalium in aanwezig.

Om verbranding te vermijden moeten we deze meststoffen goed verdelen over een diepte van 30 cm. Als er in de herfst niet of weinig gespoeld werd strooien we best minder meststoffen dan hier aangegeven:

Stikstof : matig in het begin
Fosfor : belangrijk bij de jonge plant
Kalium : belangrijk voor de kwaliteit van plant en vrucht
Magnesium : belangrijk voor groen blijven van de oudste bladeren

Aanbinden en dieven

Het aanbinden gebeurt best met een losse lus zodat het de kans op het ingroeien van het touw vermindert. Om de week moeten we dieven en indraaien. Om te vermijden dat we de stengel breken bij het indraaien kunnen we ook de stengel aan het koord bevestigen met een clips. Bij groeizaam weer verschijnt er om de week een nieuwe tros op de plant, dit betekent automatisch dat er iedere week 3 bladeren bijgroeien, samen met 2 stengeldieven en één kopdief. Tussen het bloeien van de bloem en de eerste rijpe vruchten verloopt bij warm en groeizaam weer ongeveer zes weken.

Enkele weken na planten gaan we de eerste, vergeelde blaadjes verwijderen. Bij vleestomaten laten we maximaal 4-5 vruchten per tros uitgroeien. Op die manier bekomen we grotere vruchten. Ook bestaat anders het gevaar dat de groei van de plant stilvalt. Alleszins moeten we vruchten met bodemgaten of misvormde vruchten zo vlug mogelijk verwijderen, op die manier komt er energie vrij voor de productie van betere vruchten. Misvormde vruchten komen dikwijls voor bij een te weelderig tomatengewas, maar ook als de nachttemperatuur te laag is.

Bij een goede groei wordt rond 10 augustus getopt. Dan kunnen we onze laatste vruchten oogsten begin oktober. Het duurt ongeveer 6 (zomer) tot 8 (later op het seizoen) weken tussen de vruchtzetting en de rijping van de vrucht.
Als we een te weelderig gewas hebben, wat vooral in het begin van de teelt kan voorkomen, is het aan te raden om een tweetal bladeren te verwijderen, zodat de planten voldoende kunnen drogen en er nog voldoende voedsel naar de vruchten kan gevoerd worden. Vooral bij overmatig gebruik van stikstof kan het voorkomen dat onze tomatenplanten te veel en te groot blad produceren, met als gevolg een slechte vruchtzetting en kleine vruchten, die ook nog slecht kleuren.

Enkele weken na planten kunt u de onderste 4 blaadjes verwijderen. Het is heel belangrijk dat de vruchten niet constant door felle, rechtstreekse zonnestralen beschenen worden. De vruchttemperatuur loopt hierdoor zeer sterk op met als gevolg dat delen van de vrucht bij het rijpen groen blijven. Dat de bladeren weg moeten om de vruchten beter te doen rijpen is niet helemaal waar. Niet zozeer licht, maar wel temperatuur doet vruchten rijpen. Pas vanaf september heeft het zin de trossen bloot te maken om de extra zonnewarmte te benutten. U kunt wel steeds blad verwijderen tot onder de op dat ogenblik rijpende tros. Op die manier is er tussen het gewas een luchtiger klimaat. Bij zeer sterke groei, als door het vele blad de vruchten niet meer zichtbaar zijn kunt u tussenin enkele bladeren wegsnijden.

Water geven

Als de planten regelmatig nat worden zijn de vruchten ruwer zijn en is de kans op schimmelziektes groter. Geef dus water onderaan, per plant of per rij, niet over de volledige grondoppervlakte. Zo vermijdt u een te vochtig klimaat.
Bedenk dat de hoeveelheid water de productie van de plant beïnvloedt, maar ook de kwaliteit, hardheid en de smaak van de vrucht. Droger telen leidt naar kleinere maar smaakvollere vruchten. Te natte grond is schadelijker dan droge grond. Pas de watergift aan volgens de weersomstandigheden en wees spaarzaam met water in frissere en regenachtige perioden.

Bestuiving

Tomaten zijn zelfbestuivend. Het stuifmeel dat loskomt van de meeldraden blijft kleven aan de stamper van dezelfde bloem. Stuifmeel losmaken kan kan door te tikken tegen de bloemtros rond de middag. ´s Morgens is het stuifmeel nog te vochtig en komt het niet los van de meeldraden. Op een warme dag in de namiddag zal het stuifmeel wel loskomen, maar blijft niet kleven aan de stamper van de bloem omdat die ondertussen te droog geworden is. Om de andere dag trillen is voldoende.

Bij tomaten verloopt de vruchtzetting soms minder goed. De hoofdoorzaken zijn voornamelijk te vinden in de vorming van minder goede bloemen, het stuifmeel dat niet kan vrijkomen en het stuifmeel dat niet kan kiemen. Het niet goed vrijkomen van het stuifmeel is vooral een gevolg van een te hoge luchtvochtigheid in de naaste omgeving van het stuifmeel. Om tot een betere bestuiving te komen kunnen we ingrijpen door o.a te trillen, te tikken, te blazen of te plumen.

Lees hierover meer op http://www.tuinkrant.com/modules.php?name=News&file=article&sid=9322

Oogsten

Rood oogsten geeft de best smakende tomaten. Wacht je te lang dan wordt de kans op barsten en rotten groter. De vruchten moeten beschermd worden tegen felle zoninstraling om slechte kleuring en barsten te vermijden. Oogst de tomaten door met de duim de verdikking tussen tomaat en tros in te drukken. Zo blijft het kroontje aan de vrucht. Bewaar op een koele en goed verluchte plaats is nodig. De optimale temperatuur ligt tussen 12° C en 16° C. Zo komt de smaak volledig tot zijn recht.

Onrijpe groene tomaten bevatten kleine hoeveelheden solanine, een giftige stof. Het gehalte hieraan daalt naarmate de tomaat rijper wordt. Rijpe tomaten bevatten geen solanine. Mogelijke verschijnselen na het eten van meerdere groene tomaten zijn onder andere braken, hoofdpijn en diarree. Groene of onrijpe tomaten worden wel veel gebruikt voor het maken van jam en chutney. Deze gerechten bevatten dan weliswaar nog wat solanine, maar wanneer ze in kleine hoeveelheden worden gebruikt leveren ze geen gevaar op voor vergiftiging.

Eigenschappen

Deze plant heeft nog geen eigenschappen