Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Lampenpoetser (algemeen)

Callistemon  • 

Foto: Lampenpoetser (algemeen)

-Naam: Van de Griekse woorden kalos en stemon, die achtereen volgens schoonheid (of mooi) en meeldraad betekenen.

-Herkomst: Dit geslacht kent zo'n 25 soorten, die alle afkomstig zijn uit Australië en Tasmanië.

-Beschrijving: In Australië worden deze groenblijvende struiken of kleine bomen een tot drie meter hoog. Als pot- of kuipplant bereiken ze ongeveer een derde van deze hoogte. Het blad is stijf en leerachtig, vaak met een stekende top en opvallende nervatuur, groen en lancetvormig.
In de zomer bloeien ze met prachtige, 5-10 cm lange bloeiaren. Wat we zien zijn de scharlaken, soms gele helmdraden die in cilindervormige bloeiwijzen aan het eind van de takken staan.

Ze doen denken aan de borstels waarmee vroeger de glazen van petroleumlampen schoongepoetst werden. In feite zijn het spiralen van bloemen die, zodra de knoppen open gingen, hun kelk- en kroonbladen verloren. Na twee maanden laten deze vlammende toortsen ook hun meeldraden vallen. Uit de vruchtbeginsels ontwikkelen zich harde, verhoute,grijze, drie- tot vierhoekige vruchtjes die vlak tegen de tak aan zitten gedrukt. Voorbij de bloeiwijze groeit de tak door en vormt weer blaadjes.

-Standplaats: Het is vanouds een bekende plant in koude kassen en oranjerieën. Maar als u een lichte kamer en een balkon heeft lukt het ook. Laat de plant bij 6-8 °C overwinteren op een lichte plaats. 's Zomers buiten op een zonnige plaats. Anders zo licht en luchtig mogelijk in de kamer. Een zonnig plaatsje en buitenlucht zijn voorwaarden voor de bloei en een goede ontwikkeling.

-Verzorging: Om een bossige groei te krijgen of de planten weer in model te brengen kunnen we in het voorjaar, voor de hergroei, maar liever na de bloei in de zomer, de plant terugsnijden. U moet er tijdens de snoei rekening mee houden dat de bloemen verschijnen op stengels die een jaar eerder gevormd zijn.

-Water: We gieten altijd met onthard water. 's Winters weinig. Vanaf het voorjaar de potkluit vochtig houden. Ook als hij 's zomers buiten staat regelmatig gieten.
Als de plant knoppen draagt, moet u opletten dat het huis niet te warm wordt, of regelmatig nevelen zodat de luchtvochtigheid op peil blijft, anders verdrogen ze.

-Voeding: Van april tot begin augustus iedere 14 dagen bijmesten met een kalkvrije voedingsoplossing.

-Verpotten: Jonge planten om de 2-3 jaar, oudere eens per 5-6 jaar. In maart in humusrijke bosgrond, bijvoorbeeld naaldenbosgrond.

-Vermeerdering: Van augustus tot maart kunt u 5 cm lange stek les snijden en bij een bodemwarmte van 18-20°C in zand laten bewortelen.
Afdekken met glas of plastic. Na een week of vijf is de beworteling een feit en kunnen ze opgepot worden.
Ze verdragen geen kalk; neem een mengsel van bladaarde of naalden bosgrond met turfmolm en zand.
Houd ze voorlopig bij 15°C onder glas.
Het tweede jaar mogen ze naar buiten.
Regelmatig toppen en voldoende licht, water en voedsel toedienen.

Callistémon citrinus: De enige soort die al op jonge leeftijd bloemen voortbrengt en daarom de meest geteelde soort. Heette vroeger Callistémon lanceolátus, naar de lancetvormige blaadjes, die bij kneuzen naar citroen geuren.

Eigenschappen

Hoogte
1 - 100 cm
Kleur
  •