Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Veldsla 'Volhart'

Valerianella locusta 'Volhart'  • 

Foto: Veldsla 'Volhart'

Veldsla – Volhart 2. Voorjaars- en zomerteelt: begin april zaaien; herfst-, vroege winterteelt: augustus-september zaaien in de volle grond in regels of breedwerpig. Veldsla is bijzonder mals en leent zich uiteraard goed voor saladeschotels.

Zaaien in de volle grond - Tips And Tricks 
Wil je het beste resultaat uit de zaadjes halen? Lees dan deze gouden regels door:
1. De Grond: De ideale grond om de zaden in groot te brengen is luchtig en niet te vochtig. Zorg voor een goede afwatering door de grond 20 tot 35 cm diep om te spitten. Tegelijkertijd kan je de grond losser en / of rijker maken door kleigrond te mengen met tuin turf, en zandgrond te mengen met organische mest.
2. Zaaidiepte: Hoe groter de zaden, hoe dieper ze gezaaid moeten worden. Tuinbonen, bijvoorbeeld, zijn vrij groot en kunnen zeker 2 tot 3 centimeter diep worden gezaaid. Slazaadjes zijn klein en worden niet dieper dan een halve tot één centimeter gezaaid. Nog fijner zaad mag zelfs gewoon op de grond worden uitgestrooid. Tip! Gebruik hiervoor een pootstokje zodat je zeker weet dat je de zaadjes op de juiste diepte in de grond achterlaat. 
3. Het Uitzaaien, je kan op twee manieren zaaien, kijk op de verpakking welke manier wordt aangeraden:
In rijen zaaien
Om in rijen te zaaien worden geultjes getrokken, die na het zaaien weer worden dichtgemaakt. Trek zo’n geultje met een cultivator of door een lange steel van een stuk gereedschap met de voet in de grond te duwen.
Breedwerpig zaaien
Strooi het zaad over de grond uit en hark vervolgens in. Geschikt voor snelle groeiers. Zorg dat het zaad gelijkmatig over het oppervlak wordt verdeeld.
Tip! Voor een goede verdeling kan je een zaadstrooier aanschaffen, die instelbaar is op de grootte van de zaden.
4. Druk na het zaaien de grond goed aan en maak die vochtig. Gebruik daarvoor nooit een harde waterstraal, daarmee stromen de zaadjes weg. Gebruik bijvoorbeeld een gieter met een omgedraaide broeskop.
Let op! Bovenstaande tips gelden als leidraad, volg altijd de aanwijzingen op de verpakking op.

Een goede oogst en gezonde gewassen hangt dikwijls af van de juiste combinaties.
Sommige gewassen kunnen elkaar versterken door ziektes of aantasting van insecten te vermijden, terwijl andere combinaties juist een ongunstige werking hebben op elkaar. Zo is veldsla goed te combineren met witte ui en prei.

 

Veldsla is een heel interessante groente. Van oktober tot maart, een periode waarin er nauwelijks vers groen in de tuin staat, levert veldsla ons lekkere, zachte, wat knapperige blaadjes. Bovendien bevat dit plantje dat in de vorm van bladrozetten groeit, veel vitamines – vooral vitamine C – en ook veel ijzer. Het is een eenjarige plant en de enige groente die tot de valeriaanfamilie behoort - en dat kan je goed zien aan de bloemetjes. Veldsla is een van de weinige inheemse groenten, vandaar ook dat zij zo goed aangepast is aan ons klimaat. Gedurende herfst en winter, de seizoenen met de meest ongunstige groeiomstandigheden, staan de plantjes op het veld. Enkel bij strenge vorst (vanaf -7°C) hebben zij wat beschutting nodig.

1. Teeltwijzen

Veldsla kan je in de vollegrond zaaien, of ook onder koud glas.

Vollegrond
Doorgaans zaai je veldsla buiten in augustus en september, met de tweede helft van augustus als belangrijkste periode. Deze sla komt nog vóór de winter tot volle ontwikkeling, zodat je haar gedurende een groot stuk van de winter kan oogsten.
Veldsla die eind juli of begin augustus al gezaaid wordt, is wel vroeger oogstbaar, maar ook sneller versleten. En veldsla die na begin september de grond in gaat, groeit pas volledig uit na de winter. Dat mag ons niet verhinderen ook wat veldsla in september, en zelfs in oktober buiten te zaaien. Die veldsla overwintert als een klein plantje dat zeer goed vorst verdraagt. Je oogst dan, naargelang het precieze zaaitijdstip, van februari tot begin april. Op natte of laaggelegen grond is zo’n late zaaibeurt niet aan te bevelen.
Sommige tuiniers stelden vast dat laat gezaaide veldsla vanaf begin maart al begint door te schieten en een bittere smaak krijgt. Zij proberen liever in januari of februari, als het weer dat toelaat, nog eens veldsla uit te zaaien, om die dan jong te oogsten. Zo'n voorjaarszaaibeurt heeft echter betere kansen onder koud glas.

Koud glas
Een goede periode om onder koud glas te zaaien is van begin september tot half oktober. In principe is die veldsla oogstbaar vóór de jaarwisseling. November en zeker december zijn minder geschikte maanden om te zaaien. In januari en februari kan je opnieuw zaaien, om dan te oogsten in april. Sommige beroepstelers zaaien nog tot begin april, om tot in mei veldsla te kunnen verkopen. In mei schiet alle na nieuwjaar gezaaide veldsla steevast door. Veldsla onder glas moet overdag altijd ruim gelucht worden, behalve als het vriest.

2. Rassen

We onderscheiden twee types veldsla: de grootbladige en de kleinbladige.

Grootbladige
Grootbladige of breedbladige veldsla vormt brede, lange bladeren, heeft dikker zaad, groeit sneller en is veel populairder dan het kleinbladige type. Het belangrijkste ras is Grote Noordhollandse, ook (Noord)hollands Breedblad genoemd. Macholong is een selectie van dit ras. Elan heeft een grote weerstand tegen meeldauw.

Kleinbladige
Kleinbladige rassen hebben kortere, meer ronde blaadjes die in een dicht roosje bijeen zitten (vandaar de naam Rozekens) en daardoor een meer gevuld hart hebben. Rassen van dit type hebben over het algemeen een wat lagere opbrengst. Wel hebben ze het voordeel nog winterharder te zijn dan de grootbladige. In de beroepsteelt worden ze niet erg veel meer gebruikt, behalve dan in het Brusselse, waar de Rozekens erg gewild zijn en een merkelijk hogere prijs halen dan de andere veldsla.
Van dit type zijn er verschillende, min of meer belangrijke rassen: Groen Volhart, Groene van Cambrai en Groene van Etampes. Coquilles de Louviers heeft een middelllang, breed en rondachtig blad.

3. Bodem en bemesting

Veldsla doet het op alle gronden, met een lichte voorkeur voor kalkrijke, wat droge gronden. Dit is het best te begrijpen als je bedenkt dat veldsla in de tuin staat gedurende een natte, koude periode en de kalkrijke gronden goed waterdoorlatend zijn. Op zware, natte gronden is er een verhoogde kans op rot. Deze teelt vraagt geen diepe grondbewerking. Het loswerken van de bovenste laag is voldoende. Wel moet je het perceeltje grondig onkruidvrij maken want veldsla laat zich gemakkelijk door onkruid overgroeien.
Veldsla is niet veeleisend wat de bemesting betreft. Dit gewas heeft ruimschoots voldoende met de bemesting die de vorige teelt heeft gehad. Veldsla is wel zoutgevoelig. Onder koud glas, waar veel zwaarbemeste teelten zoals tomaten en komkommers staan, kan je daar problemen mee hebben.

4. Standplaats

Veldsla is een typische nateelt, die op het perceel van de bladgewassen komt. Daar het de enige vertegenwoordiger van de valeriaanfamilie is, en bovendien een weinig ziektegevoelig gewas, zijn er nauwelijks vruchtwisselingsproblemen te verwachten.

5. Zaaien

Veldsla wordt meestal in rijen gezaaid met 10-15 cm tussenafstand. Soms wordt ook wel eens breedwerpig gezaaid, maar dat bemoeilijkt zowel het wieden als de oogst. Overjarig zaad kiemt beter dan zaad dat hetzelfde jaar gewonnen is. Als je dus zelf zaad wint, hou je dat het best een jaar bij voor je het gebruikt. Eén gram zaad bevat ongeveer 1000 zaden. Verrassend veel, als je ziet dat het toch vrij grote zaden zijn. Maar toch ook niet zo verwonderlijk, als je weet dat deze zaden eigenlijk de vruchtjes zijn, die elk drie hokjes bevatten. Daarvan zijn er twee leeg en zit er slechts in één hokje een zaadje.
Veldsla moet je dun zaaien (ongeveer 1 zaadje om de 0,5-1 cm). Te dik zaaien is een fout die veel amateurs maken. Plantjes die zo dicht opeen staan, kunnen onmogelijk goede zijloten vormen. Zaai niet in te losse grond, laat het zaaibed eerst enkele dagen bezakken. Doordat veldsla in nogal droge periodes de grond in moet, kan het kiemen soms moeilijkheden opleveren. Bevochtig het zaaibed goed en maak eventueel gebruik van vochtige jutezakken die je over het perceel uitspreidt. Veldsla is een trage kiemer. Voorweken en voorkiemen kunnen een slechte opkomst voorkomen en de opkomst vervroegen. Druk de grond goed aan na het zaaien. Vlak na de opkomst stuiven sommige tuinders heel lichtjes met kalk. Vooral onder glas zou dit nuttig zijn om het gewas gezond te houden.

6. Teeltzorgen

Veldslaplantjes komen het best op een onderlinge afstand van 3-5 cm. Vandaar dat uitdunnen aangewezen is, hoewel je natuurlijk ook al oogstend kan uitdunnen. Beroepstelers dunnen veldsla nooit uit. Veldsla wordt ook nooit verplant. Het belangrijkste onderhoud is het onkruidvrij houden van het perceel. Veldsla heeft immers een geringe concurrentiekracht tegen onkruiden. Door de kleine rijenafstand zal er meestal met de hand gewied moeten worden. Veldsla kan aardig wat vorst verdragen, hoewel er dan wel wat van het buitenste blad kan verloren gaan. Bij strenge vorst (vanaf -7°C) is een bedekking met wat stro of droge bladeren aan te raden. Jonge plantjes zijn beter bestand tegen de vorst dan volgroeide planten.

7. Oogst en bewaring

Van zodra de plantjes 8 tot 10 cm groot zijn, kan je oogsten. Eventueel oogst je de grootste plantjes eerst, om de andere de ruimte te geven zich beter te ontwikkelen. Meestal worden de rozetjes in hun geheel geoogst door ze tegen de grond af te snijden, maar niets belet je om enkel de grootste blaadjes af te plukken en de rest van de plant rustig te laten verdergroeien. Bewaarproblemen stellen zich niet bij veldsla gezien het gewas op het veld overwintert. Geoogste veldsla kan in de koelkast zowat 1 week bewaard worden.

8. Zaadteelt

Bij veldsla gebeurt de bestuiving door insecten. Het spreekt vanzelf dat je voor zaadteelt die planten uitkiest die de wintervorst zeer goed doorstaan hebben. Je dunt dan uit tot op een onderlinge afstand van 20 tot 30 cm. De plantjes worden dan 25 tot 30 cm hoog. In mei bloeien de planten met fijne, lichtblauwe bloemen die sterk op die van vergeet-mij-nietjes lijken. De zaden rijpen af in juni. Ze zitten elk in een plat, lichtbruin omhulsel, dat gemakkelijk afvalt en openspringt. In lichte grond kan zaadwinning gebeuren door een laagje grond onder de planten weg te nemen en uit te zeven. In zware grond is het moeilijker alle kruimels grond door de mazen van de zeef te scheiden. Je kan de planten op tijd oogsten en in een luchtige plaats ophangen.

9. Ziekten en plagen

Veldsla is een sterk gewas – daarvan getuigt de grote vorstresistentie – en is weinig gevoelig voor ziekten en plagen. Dierlijke belagers zijn er nauwelijks, behalve dan slak of aardrups.
Enkel smeul, een schimmelziekte veroorzaakt door Botrytis en andere schimmels (zie ook bij de composietfamilie), kunnen al eens voor problemen kunnen zorgen. Deze ziekte uit zich door aantasting van de voet, die wegrot. Dit kan voorkomen worden door het gewas zoveel mogelijk de kans te geven om snel op te drogen: keuze van een vrij droog perceeltje, een ruim plantverband, een onkruidvrij gewas.
Na veel regen en vorst verkleuren of rotten de buitenste blaadjes (die tegen de grond liggen) van het gewas. Dit is eerder sleet dan wel een echte schimmelziekte.

Phoma valerianellae is een schimmel die voor flinke aantastingen kan zorgen in de beroepsteelt, en die soms ook door amateur-tuiniers opgemerkt wordt. De jonge plantjes worden bruin en verdrogen. Vervolgens vallen de kiemplantjes om. Ook dwerggroei is mogelijk. Soms vertonen de stengels en bladstelen verticale wijnrode strepen. Phoma veroorzaakt ronde vlekken midden op de bladschijf. In de vlekken zijn concentrische bandjes zichtbaar.
De schimmel is algemeen aanwezig op veldslazaden. Op deze wijze aangetaste plantjes worden herkend en vernietigd. Secundaire besmetting vanuit de bodem is ook mogelijk. Op deze manier kunnen ook oudere planten aangetast worden.

Uit: Handboek Ecologisch Tuinieren, Velt

Eigenschappen

Hoogte
1 cm