Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

  • bemesten

    • Van begin Juni tot eind September    • eenmalig

      Mais heeft een hoge behoefte aan voedingsstoffen. Bemest daarom altijd ruim met stalmest of kompost met koemestkorrel. Het is ook raadzaam om tijdens het seizoen nog een keer flink bij te mesten met een stikstofhoudende mest. Goede momenten zijn bijvoorbeeld het begin van het ontstaan van de mannelijke bloeiwijze aan de top van de plant, en kort na de bloei zelf. Met 'bloei' doel ik hier op het moment dat het stuifmeel bovenin los laat, en dat de draden die uit de kolf komen (stempels) plakkerig worden. Op deze momenten zorgt een ruime aanwezigheid van voedingsstoffen respectievelijk voor de aanleg van een grote kolf en een goede korrelontwikkeling. Of licht inwerken van dierlijk mest (of koemestkorrels) op een tijdig moment - bijvoorbeeld kort voor het verschijnen van de mannelijke bloeiwijze. Gebruik van de kunstmest niet meer dan zo'n 10 gram per plant. Een puur stikstofhoudende mest is prima (ureum of kalkammonsalpeter) maar een NPK meststof mag ook. Werk de kunstmest lichtjes in en geef er ruim water bij. 

  • oogsten

    • Van begin Augustus tot eind September    • eenmalig

      Het oogsttijdstip is een beetje moeilijk te bepalen bij suikermais - de korrels moeten goed gevuld zijn maar niet te rijp. Als de stempels (de 'haren' die buiten de kolf uit steken) droog en verdord zijn, is het tijd om eens te gluren bij een kolfje om te kijken hoe het er bij staat. De korrels moeten nog een beetje ingedrukt kunnen worden met een nagel en dan mag er ook nog wel wat wit spul uit komen. 
      Eenmaal geoogste kolven gaan na een paar dagen achteruit in smaak, consumeer ze dus kort na de oogst.
      Korrels van zoete mais kunnen we eventueel laten afrijpen en droog bewaren, om ze op een later tijdstip te laten wellen en te koken.

      Bron: http://www.moestuintips.nl/groenten/vruchtgroenten/suikermais/suikermais.php

  • planten

    • Van midden Mei tot eind Juni    • eenmalig

      Bij binnen voorzaaien, plant de mais half mei uit in de volle grond. Zorg in elk geval voor een plantverband van 15 cm in de rij en 50 cm tussen de rijen. Beter 2-3 korte rijen zetten dan 1 lange ivm bestuiving. 

  • preventief behandelen

    • Van begin Mei tot eind September    • eenmalig

      Ziekten en plagen
      Het valt wel mee met ziekten en plagen. Tijdens en na de kieming is het oppassen geblazen: vogels willen nog wel eens de geplante korrel op graven. Let bij rijpende kolven op dat de dekbladen niet aangevreten worden door insecten: als er water bij de korrels komt, gaan deze snel rotten. 
      De fritvlieg (Oscinella frit) kan het hart van jonge bladeren aantasten, waardoor de hoofdscheut afsterft en er veel uitlopers gevormd worden. kijk op wikipedia fritvlieg
      Mais is verder gevoelig voor gebreksziekten: misvormingen die zich voordoen door een gebrek aan een bepaald voedingselement. Fosforgebrek uit zich bijvoorbeeld door een paarse verkleuring van de uiteinden van de bladeren. 

      Gewasverzorging
      De meeste zorg is nodig tijdens de beginfase van het gewas - zorg voor een goede kieming en onkruidvrije opgroei. Verder moet er zorg worden besteed aan de bemesting.
      Mais is voornamelijk een kruisbestuiver (het stuifmeel aan een plant rijpt eerder dan de stempels), maar er treed ook 5% zelfbestuiving op. In elk geval moeten we altijd meerdere planten dicht bij elkaar zetten voor een goede bestuiving. 
       

  • zaaien

    • Van begin April tot midden Juni    • eenmalig

      Mais kan voorgezaai worden in potten om de oogst te vervroegen, en om zaad uit te sparen. De zaden hebben een temperatuur van minimaal 18 oC nodig om goed te kunnen kiemen. Zaai mais begin/half april binnen voor in afzonderlijke potten en plant half mei uit in de volle grond.

      In de volle grond zaaien doen we omstreeks 1 mei, wat eerder op zandgrond (warmt beter op), wat later op kleigrond. Laat het tijdstip echter ook van het weer afhangen; bij langdurig nat en koel weer is het beter de zaai met 1 à 2 weken uit te stellen.

      Bij zaai in de volle grond kunnen we er voor kiezen om één of twee zaden per plantgat te planten. Eén zaad planten geeft het risico dat er her en der lege plekken ontstaan. Twee zaden per gat (met later uitdunnen) verminderd dat risico maar kost meer zaad.

      Zorg in elk geval voor een plantverband van 15 cm in de rij en 50 cm tussen de rijen. Zaai de korrels tussen 3 en 5 cm diep, en zorg ervoor dat de grond niet uitdroogd tijdens de kiemfase. Dek het zaaisel eventueel af met vliesdoek om wat extra warmte en vocht bij het zaad te houden en ter bescherming tegen nachtvorst.