Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Druif (algemeen)

De druivenplant is een klimplant en behoort tot de botanische familie der Vitaceae of wijnstokachtigen. De bekendste soort is de vitis vinifera waarvan de besvruchten druiven heten. De naam is afgeleid van het Latijnse vinum, wijn en ferens, dragend. Een wijndragende plant dus.

De rijpe bessen zijn eetbaar. Ze worden soms gedroogd tot krenten of rozijnen, maar meestal verwerkt men de druiven tot alcoholhoudende dranken (wijn, aperitiefwijnen zoals sherry, vermout en port of gedistilleerd tot brandewijn).

De soorten

Van de wijnstok of de vitis vinifera, die instaat voor negentig procent van de wijnproductie in de wereld, bestaan er momenteel meer dan 4000 gekweekte variëteiten. Ongeveer 80 procent zijn blauwe druivensoorten en maar 20 procent witte. In de spreektaal heeft men het over witte of blauwe druiven en soms zegt men ook witte en rode druiven, uiteraard verwijzend naar de wijn.


De tinten verschillen echter van soort tot soort. Wanneer de bessen rijp zijn, kunnen ze een witgele, lichtgele, strogele, geelgroene, groene, grijze, roze, rode, blauwe, donkerblauwe, paarse of zelfs zwarte kleur hebben.


De Europese vitis vinifera groeide duizenden jaren op zijn eigen onderstam of wortelstok. In het midden van de negentiende eeuw kregen de Franse wijngaarden evenwel af te rekenen met oïdium (schimmelziekte) en rond 1870 vernietigde de druifluisplaag (phylloxera vastatrix) nagenoeg alle Europese wijngaarden.
De oïdiumplaag werd bestreden met een mengsel van kopersulfaat en kalk (Bordelese pap). Voor de druifluisplaag kwam de oplossing uit de Nieuwe Wereld, want de wortels van de Amerikaanse onderstam bleken wel bestand tegen het hardnekkige insect. De Europese rassen werden op deze Amerikaanse onderstammen geënt. De smaak van de druif wordt niet beïnvloed door de onderstam. Een wijnstok begint na vier jaar vruchten te dragen, maar een kwaliteitsbewuste wijnbouwer zal pas vanaf het zevende jaar oogsten voor zijn beste wijn. Tussen twintig en veertig jaar is de wijnstok op zijn best. Hoewel hij ouder kan worden, neemt na veertig jaar de opbrengst af.

 

Snoeien

Het snoeien van druivelaars maar ook van andere fruitsoorten is een zeer belangrijke ingreep op de gewassen teneinde de oogst veilig te stellen.
Bij druiven wordt er zowel in de winter (wintersnoei) als in de zomer (zomersnoei) gesnoeid.
In de winter wanneer de druivelaar in rust is snoeien wij houtachtige takken in.
In de zomer wanneer hij in volle groei is, zijn het eerder de jonge kruidachtige scheuten (ranken) die we innijpen of insnoeien.
Beide snoeien zijn even belangrijk om zowel hetzelfde jaar maar ook de toekomstige vruchtzetting te verzekeren. De snoei die ik hier summier wil bespreken geldt hier vooral voor druiven die in openlucht gekweekt worden maar kunnen eveneens van toepassing zijn voor kasdruiven zij het dat deze eerder(december) gesnoeid dienen te worden. Het is vooral de vruchthoutsnoei die ik hier nader wil toelichten.

Wintersnoei
De wintersnoei van de druivelaar gebeurt het best in januari - februari.
Te vroege snoei geeft een voortijdig uitlopen van de knoppen die bij vroege nachtvorst de jonge scheuten of botten fataal kunnen zijn, dus geen aanrader.
Te late snoei heeft doodbloeden van de druif tot gevolg en weerom geen aanrader. Grote wonden kunnen perfect herstellen – enkel toebranden - zodoende ontsnapt er geen sap en is de druivelaar gered, dit is wel enkel een s.o.s.-middel, dus: beter voorkomen dan genezen is hier de boodschap.
Wintersnoei is vooral nodig om de plant een vorm te geven (vormsnoei), maar ook om een weelderijke oogst aan vruchten te bekomen (vruchthoutsnoei).
Wat vooral belangrijk is, is de jaarlijkse onderhoud- of vruchthoutsnoei.

Beginnen met snoeien doen we best onderaan de gesteltakken en zo tot bovenaan de druivelaar tot op zijn definitieve hoogte.

Elke zijscheut op de gesteltak wordt ingesnoeid op 2 à 4 ogen.
Afhankelijk van de soort (Boskoop Glory: 2- en Witte Van der Laan: 4 ogen). Uit deze ogen ontstaan in de loop van het groeiseizoen nieuwe ranken waarop eventueel trossen komen.

Te oude en slecht geplaatste takken snijden we weg tot op een stomp. Zieke of dode takken snijden we weg zodat deze geen bron kunnen vormen van latere ziekten. Wanneer we op een stomp snijden kunnen er echter via minuscule en in rust zijnde ogen of « slapende ogen » nieuwe ranken of takken ontstaan, wat verjonging van de druivelaar teweeg brengt! Wanneer de druivelaar goed gesnoeid is zijn de gesteltakken met de kleine zijtakjes duidelijk zichtbaar

Zomersnoei is nodig om:

de druivelaar compact te houden (ranken van 4 m zijn geen uitzondering).
de trossen kunnen hierdoor optimaal ontwikkelen
de druiven kunnen door de juiste lichtinval beter rijpen
doordat de druivelaar luchtig is kunnen er minder schimmelziekten optreden (witziekte)

Snoeiwijze:
Tijdens de ontwikkeling van de ranken snoeit men deze in op 2 bladeren voorbij de tros. Het is mogelijk dat er op 1 rank meerdere trossen komen. Men behoudt slechts de tros die dichtst tegen de gesteltak staat. Ranken waarop geen tros aanwezig is, snoeit men in op 40 cm. Uit de okselscheuten van de 2 bovenste bladeren ontstaan nu nieuwe scheuten die men steeds insnoeit op 1 blad. Alleen de verlenging van de jonge nog te vormen gesteltak wordt met rust gelaten.

Uit de oksels van de twee bladeren komen opnieuw scheuten die men op hun beurt inkort tot op het eerste blad.

Zomersnoei dient om de week à veertien dagen te gebeuren om de groei en bloei en oogst onder controle te houden!

Eigenschappen

Hoogte
100 - 230 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Ja
Neen
PH
Kalkrijk
Vochtigheid
Normaal
Licht
Zon
halfschaduw
Evergreen
Bladverliezend

 

Bekijk alle variëteiten

41 varieteiten van deze plant

Deze plant is te koop bij