Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Koolraap (algemeen)

Brassica napobrassica  • 

Foto: Koolraap (algemeen)

Foto: Koolraap (algemeen)

Kenmerken:  De koolrap is lid van de brassicaceaefamilie of kruisbloemfamilie, net als broccoli en vele andere kolen, en is een grote knol die een beetje uit de aandacht is verdwenen.
Wat vroeger als voeding ten tijde van oorlog en armoede doorging, is nu een knol die door weinig huishoudens gekend en bemind is. Hoewel je deze makkelijk in de winkel vindt en heerlijk kunt klaarmaken. Koolraap is één van de meest winterharde gewassen. 

De koolraap is niet te verwisselen met de koolrabi en ook niet met rapen. Koolrapen worden groter en zwaarder dan rapen en verdragen meer vorst. De koolraap is een verdikte wortel die half onder de grond zit, hierdoor onderscheidt die zich van de bleke koolrabi (raapkool).

Koolraap is beschikbaar van oktober tot maart, hoofdzakelijk van Belgische of Nederlandse bodem.

Bewaren: Op een koele, donkere plaats kunnen de knollen enkele weken bewaard worden. Je kunt deze knollen ook ter plaatse in de tuin bewaren of inkuilen/inkisten.
 
Bereiden: De koolraap kun je rauw verwerken in salades, stoven, stomen, pureren en zelf frituren. Lekker in combinatie met verse kruiden, als tijm, dragon, oregano maar ook met curry. De harde, houterige bovenkant van de knol, snijd je weg. 
De koolraap is rijk aan vitamine C, kalium en ijzer. Gekookte koolraap bevat bètacaroteen, de voorloper van vitamine A. 

Koolraap is een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Een koolraap is de wortel van deze plant. Het jonge blad wordt 'snijmoes' of 'snijkool' genoemd en wordt eveneens gegeten. Koolraap werd vroeger in het Friese kleigebied, de Bommelerwaard, Gelderland, Noord-Limburg en Noord-Brabant verbouwd voor zowel dierlijke (veevoer) als menselijke consumptie. Tegenwoordig wordt het weinig meer gegeten en is het een van de zogenoemde vergeten groenten.

Koolraap is waarschijnlijk ontstaan uit een kruising tussen kool (Brassica oleracea) en knolraap (Brassica rapa) (ook meiraap of meiknolletje genoemd) en wordt vaak met de laatste verward. Dit komt niet alleen doordat de koolraap vaak knolraap genoémd wordt (ook Van Dale erkent dit woordgebruik) maar ook doordat sommige rassen knol- of meiraap erg op koolraap lijken. Om de verwarring nog groter te maken worden beide soorten ook wel kortweg raap genoemd.

Typische verschillen:

  • gewicht - de koolraap haalt per stuk makkelijk een kilo, terwijl knol- of meirapen meestal veel kleiner zijn;
  • kleur - de als groente verkochte koolraap is oranjegeel van binnen, waar de meeste meirapen wit zijn, hoewel ook het omgekeerde voorkomt;
  • groei - de knol van de koolraap vormt zich bovenin de penwortel, en is daarmee een wortelknol, terwijl bij de meiraap ook de aansluitende stengelbasis verdikt is;
  • seizoen - de koolraap kan goed tegen kou en warmte en is een typische wintergroente, wat voor de meiraap - zoals de naam al zegt - niet geldt.

Teelt:  Koolraap wordt ter plaatse gezaaid en uitgeplant, en kan op alle grondsoorten worden geteeld. Maar het beste gedijt hij op lichte kleigrond. Koolrapen worden in de regel begin juni gezaaid omdat eerder zaaien vezelige, houtige knollen geeft. De zaai- en plantafstand is 50 x 40 cm. Voor uitplanten wordt eind mei/begin juni buiten op zaaibed gezaaid en 6 tot 8 weken later uitgeplant. Te diep planten geeft een minder mooie knolvorm. In oktober/november worden de 1,5 kg zware knollen geoogst. De knollen kunnen bij 1 °C tot zes maanden bewaard worden. De knollen worden geschild en in staafjes gesneden, gekookt gegeten. Ze hebben een zoetige smaak. Rauw zijn ze niet bijzonder smakelijk.

Koolrapen hebben veel boor nodig. Boorgebrek uit zich door glazige vlekken, een ruw, kurkachtig knoloppervlak en holle koppen. Te veel stikstof geeft een minder goede smaak. De kunstmeststof Chilisalpeter bevat ook boor.

Rassen:  Er zijn geelvlezige en witvlezige rassen, waarbij de witvlezige alleen door de verwerkende industrie werden gebruikt.

Geelvlezige:  'Friese gele selectie Runia' werd in het Noorden van Nederland veel geteeld, omdat dit ras een mooie, ronde vorm heeft met weinig halsvorming en weinig gevoelig is voor barsten, inwendig bruin en holle koppen. Daarnaast zijn er rassen met verschillend gekleurde kop zoals 'Hollandse roodkop', de 'Friese Paarskop' en de 'Gele Groenkop', waarmee verwezen wordt naar het bovenste deel van de raap, de kop die boven de grond uitgroeit en daardoor verkleurt.

Witvlezige:  'Heerma's Witte en 'Hoffman's Witte' zijn witvlezige, hoog opbrengende rassen.

Eigenschappen

Hoogte
1 cm
Kleur
  •