Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Hop 'Hallertau Mittelfrüh'

Humulus lupulus 'Hallertau Mittelfrüh'  • 

Foto: Hop 'Hallertau Mittelfrüh'

Hallertau Mittelfrüh

Algemene omschrijving:

Duitslands meest nobele hopsoort met een zeer fijn aroma en een lichte kruidigheid. Deze hopvariëteit is een “aromahop”, bij het bierbrouwen voornamelijk gebruik voor zijn aromatisch eigenschappen.

Deze hopsoort wordt veel gebruikt voor biersoorten die een specifieke en delicate fijnheid vereisen; voornamelijk Pilseners en Lagerbieren, maar ook wel Bockbieren en Tarwebieren.

De plant is vrij gevoelig voor schimmelziektes en de opbrengst is laag, waardoor deze hop steeds minder verbouwd wordt.

Eventueel te vervangen door Hallertauer Hersbrücker, Tradition, Mt. Hood of Crystal.

De hop werd vernoemd naar de regio Hallertau in Beieren. In de jaren 1970 en 1980 werd deze hopvariëteit op veel plaatsen - in het bijzonder in Hallertau - echter vervangen door de Hallertau Hersbrucker, omdat deze meer ziekteresistent is.

Hallertau Mittelfrüh: Kenmerken

Alfazuur: 3 – 6% (Alfazuurgehalte zijn sterk afhankelijk van de oogst.)
Bètazuur: 3 – 5%
Eigenschappen: licht hoppig met een grasachtige, kruidige toets

Planten:

Hop is bestand tegen kou en kan in het voorjaar geplant worden zodra de grond kan worden bewerkt. Hop wordt meestal opgekweekt van wortelstokken die verkrijgbaar zijn van maart tot mei, dus het planten kan gedurende deze tijd plaats vinden. Je kunt ze echter ook later in het seizoen nog planten, zelfs in de herfst, mits je ze kunt krijgen. In het eerste jaar zullen er waarschijnlijk nog geen bellen verschijnen en is voornamelijk bestemd om de kroon en de wortels te laten groeien.

Na aankoop dienen de wortelstokken koel vochtig te worden gehouden tot het moment waarop ze geplant worden. Plant er twee bij elkaar op één plek met de houtachtige delen naar boven onder een hoek van 45 graden met elkaar, ongeveer 5 cm onder de aarde. De bovenste knopen zullen de eenjarige ranken worden en de onderste zullen zich tot wortels ontwikkelen. Bedek ze met een leemachtige grond met daarover een laagje strooisel om alles vochtig te houden. Hou het goed onkruidvrij. Plaats er een paaltje bij om de locatie te markeren en om de klimdraden te verankeren.

Opbinden:

Zodra de scheuten een lengte hebben bereikt van 60 cm zoek je twee of drie van de sterkste uit en deze draai je om de klimdraad. Ik gebruik hier meestal een dikke plastic draad voor in plaats van een papieren of een jute draad omdat deze ongevoelig is voor rot als gevolg van vocht. Zorg ervoor dat de draad ruw is omdat de haren van de ranken iets moeten hebben om zich aan vast te houden. Doe het opbinden niet op een koude of een bewolkte dag omdat de ranken dan bros zijn en gemakkelijk breken als je ze teveel buigt. Gebeurt dat toch dan is dat niet zo erg want uit de volgende knoop ontwikkelt zich weer een nieuwe groeipunt Knip de kleine zijscheuten af dan ontwikkelt de overblijvende zich tot de nieuwe groeipunt. Beter is het om te wachten met opbinden tot het warm, zonnig weer is. Op zo’n dag, vooral in de middag, zijn de hopranken plooibaar en is het risico van afbreken gering. Het meest belangrijkste van het hele opbinden is dat je ze met de wijzers van de klok mee (dus rechtsom) om de klimdraad heen moet draaien.

Oogsten:

Let op of je hopbellen al tekenen van rijpheid geven. Knijp er af toe eens in en als ze licht en droog aanvoelen en weer terugveren na een kneepje dan zijn ze klaar om geplukt te worden. Wanneer de bellen daarentegen zacht en vochtig zijn en niet meer terugveren na een kneepje, dan is het nog niet zover. Als ze rijp zijn dan hebben de lupuline bolletjes binnen in de bel een geel-gouden kleur en wanneer je ze tussen je vingers wrijft ruik je een sterke geur en kleven je vingers. Enige voorbereiding maakt het plukken makkelijker. Allereerst wacht je tot een dag waarop de ranken soepel zijn en de bellen droog. Als je de ranken intact wil laten en de plant wil laten doorgroeien na het plukken, oogst dan niet op een vochtige, koude dag. Draag een shirt met lange mouwen om je te beschermen tegen de klimharen van de ranken, die op je huid inwerken als schuurpapier. Als je ze afsnijdt bij het plukken, begin en dan eerst bij voet van de plant en vervolgens een meter daarboven. Dit voorkomt beschadiging aan de kroon en de wortels door het eventuele trekken aan de ranken en spaart de onderste uitlopers die je kunt gebruiken om te kweken. Wees erg voorzichtig met je hopbellen, voorkom dat ze vies worden en dat de tere lupulinebolletjes beschadigen. Wanneer je de pluk doet vanaf een ladder, hou dan je beide handen vrij door de zak of emmer aan de ladder of aan jezelf vast te maken. Een gemiddelde hopplant geeft twee tot drie pond hop per seizoen.

Snoeien:

Knip de overige scheuten die uit de kroon opkomen af bij de grond. In plaats daarvan kunt je ze ook over grond leiden, afgedekt met een laagje grond en strooisel, zodat er wortels aan komen en deze zich kunnen ontwikkelen tot nieuwe wortelstokken. Die kun je dan gebruiken om je hoptuin te vergroten of om aan je brouwvrienden te geven. Naarmate het seizoen vordert ga je door met de ranken in goede banen te leiden, het afknippen van ongewenste scheuten en het aanbrengen van nieuw strooisel om het onkruid tegen te houden. Nadat de hopbloempjes zijn verschenen is het een goed idee om tot een hoogte van ongeveer een meter het gebladerte te verwijderen. Dit helpt om schimmel en andere ziekten te voorkomen door hun makkelijkste toegang (nl. die vanaf de basis van de plant omhoog) te verwijderen en om de luchtcirculatie te bevorderen.

Oude verwaarloosde planten kunnen in het voorjaar verjongd worden. Snoei alles tot 10-20 cm boven de grond weg.

Eigenschappen

Hoogte
1 - 700 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Ja
PH
Neutraal
Vochtigheid
Normaal
Licht
Zon
halfschaduw
Evergreen
Bladverliezend