Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Wilde weit

Melampyrum arvense

Foto: Wilde weit

Foto: Dirk Verbeelen/Waarnemingen.be

http://wilde-planten.nl/wilde%20weit.htm

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wilde_weit

http://waarnemingen.be/soort/photos/2623

http://waarneming.nl/soort/photos/2623

Deze plant is kort behaard. Uit den penwortel komt een stijf rechtopstaande, stompe, vierzijdige stengel, die meest rechtopstaande takken draagt en vaak roodachtig is aangeloopen. De bladen zijn lijn-lancet- tot lijnvormig, ruw, zittend, de bovenste zijn ingesneden met slippen aan den voet.

De bloemen staan in vrij lange, eenigszins ijle, aarvormige trossen. De schutbladen zijn eirond-Iancetvormig, vinspletig met borstelvormige zijslippen, de bovenste zijn gekleurd (lichtpurper, zelden wit) en van onderen met 2 rijen zwarte puntjes bezet. De kelk is kort behaard en draagt borstelvormige, toegespitste tanden, die even lang zijn als de buis der bloemkroon.

De bloemkroon is fraai rood gekleurd, met een witachtigen ring, geel aan het verhemelte, ruim 2 cm lang, met een lange, dunne, boven wijder wordende buis en korte slippen, waarvan de bovenste helmachtig gewelfd en aan den rand iets terug is geslagen, terwijl de onderlip bijna eirond is en aan den top 3 korte, stompe tanden draagt. De vrucht is omgekeerd eirond, 2-zadig, korter dan de kelk. Eenjarig. 1,5-3 dm. Juni-September.

De zaden geven, in het brood gebakken, daaraan een roodachtige tint en naar het schijnt ook een onaangenamen smaak.

Biologische bijzonderheden

Merkwaardig is bij deze soort de inrichting, waardoor de bloeiwijze meer in het oog valt, n.l. dat de schutbladen een sterk sprekende kleur hebben. Op deze wordt door extraflorale (buiten de bloem zittende) honingkliertjes een honingachtige stof afgescheiden, waarop mieren afkomen, die dan verder voor de plant dienstig zijn, doordat zij tevens kleine diertjes opvreten, die ook op de plant voorkomen.

De inrichting der bloemen met het oog op de bestuiving is als bij M. pratense, doch daar bij M. arvense de kroonbuis 21 à 22 mm lang is en daarvan het onderste deel, dat 8-9 mm lang is, rechtop staat en dan de buis verder schuin naar boven gaat en daarbij naar beneden gebogen is, is het voor hommels zoo gemakkelijk mogelijk om te zuigen. Verder is nog een verschil met M. pratense, dat hier zich de onderlip naar boven buigt en zich met hare randen los tegen de bovenlip legt, zoodat de toegang tot de buis bijna afgesloten is, waardoor het kleine insecten onmogelijk is, bij den honing te komen.

Blijft insectenbezoek uit, dan heeft er zelfbestuiving plaats op dezelfde wijze als bij M. pratense. Hommels met korte slurven rooven soms honing, door een gat aan de buitenzijde in de bloemkroon te bijten.

Voorkomen in Europa en in Nederland

De plant komt vooral in Midden-Europa voor op kalkhoudenden grond. Bij ons komt zij op bouwland op klei- en gemengden grond voor en wel zeer plaatselijk, doch daar dan ook algemeen.

Volksnamen

In Utrecht en aan den Veluwezoom heet de plant wilde weit, in Friesland paardebloemen, in Utrecht dolik, aan den Veluwezoom, in Utrecht en in Zuid-Limburg zwartkoren.

Melampyrum = van het Grieksche melas: zwart en pyros: koren. Zwart slaat op de kleur der zaden en koren op het groeien van M. arvense tusschen de tarwe.

arvénse = veld.

Bron; blz. 171-172, deel 3 van de Flora van Nederland 1909-1911 (3 delen) door H. Heukels.

Eigenschappen

Hoogte
1 - 50 cm
Kleur
  •   
  •   
Winterhard
Neen
PH
Kalkrijk
Vochtigheid
Normaal
Licht
Zon
Evergreen
Bladverliezend