Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Heggenrank

Foto: Schoofs Danielle/Waarnemingen.be

https://nl.wikipedia.org/wiki/Heggenrank

http://wilde-planten.nl/heggenrank.htm

http://www.floravannederland.nl/planten/heggenrank/

http://annetanne.be/kruidenklets/2007/05/10/bryonia-dioica-heggerank/

http://www.drachtplanten.nl/PLD.Fotos/B/Bryonia/Bryonia.htm

http://waarnemingen.be/soort/photos/6490

http://waarneming.nl/soort/photos/6490

Deze plant is tweehuizig. Zij is ruw behaard met kleine, aan de voet verdikte haren. De wortel is knolvormig opgezwollen, vlezig, witachtig en riekt bij het opensnijden eigenaardig, doch niet onaangenaam. De stengels zijn zeer lang, dun, hoekig, kaal of kortbehaard en klimmen door spiraalvormig gewonden, meest enkelvoudige ranken, die tegenover de bladen staan. De bladen hebben een hartvormige voet, zijn handlobbig met 3-7 spitse, bochtig getande lobben.

De vrouwelijke bloemen staan in bijna zittende schermvormige pluimen, de mannelijke vormen ook dergelijke bloeiwijzen, die echter langgesteeld en groter zijn. De kelk van de vrouwelijke bloemen is half zo lang als de bloemkroon en heeft driehoekige slippen. De bloemkroon is geelachtig-wit, diep 5-delig. De stijlen zijn 3-spletig of -delig met ruw behaarde stempels. Bij de vrouwelijke plant zijn de bloemstelen en bloemkronen aan de rand verspreid kortbehaard.

De vrucht is een bes, zij is 5-8 mm in middellijn, kersrood, 3-hokkig, bolrond, glad, rechtopstaand, met een onaangenaam riekend sap en 4-6 elliptische zaden. 24-36 dm. Overblijvend. Juni-September.

De plant is giftig, zij bevat een zeer bittere, purgerende stof, de bryonine en is wel als geneesmiddel gebruikt.

Biologische bijzonderheden

De mannelijke bloemen zijn dubbel zo groot als de vrouwelijke en ontvangen dan ook gewoonlijk het eerst bezoek van insecten. In de bloemen wordt honing afgescheiden door den bodem van een naakte, vlezige nap, die door vergroeiing van de onderste delen van kelk en bloemkroon is ontstaan.

De vrouwelijke bloemen vallen door de groenachtige kleur wel niet zeer op, te meer niet, omdat zij vrij wel tussen de bladen verscholen zitten, maar door de, al is het vrij zwakke, geur weten de insecten ze toch wel te vinden. Trouwens is bij deze plant ook parthenogenesis, d. i. ontwikkeling van het eitje tot zaad, zonder inwerking van het stuifmeel, waargenomen. Volgens sommigen komen uit zulke zaden alleen mannelijke planten.

In de mannelijke bloemen buigen zich de meeldraden zo naar binnen, dat zij de nap geheel bedekken. Tussen de meeldraden lopen 3 smalle, behaarde spleten, die zijdelingse toegangskanalen naar de honing vormen en van boven is er een vierde spleet. De helmknopjes springen zijwaarts en van boven open, dus met een krom lopende spleet, zodat een insect, dat honing zuigt óf aan de onderzijde van zijn lichaam óf aan beide zijden van de kop stuifmeel ontvangt en dit bij het bezoek van een vrouwelijke bloem aan de stempels afgeeft, die in deze bloemen zo liggen, dat aanraking verzekerd is.

Als bezoeker wordt vooral genoemd de Heggenrankbij (Andrena florea), die bijna uitsluitend de bloemen van deze plant bezoekt.

De vruchten worden, evenals alle vlezige, door vogels verspreid (zie Rosaceae), ook gebeurt het wel, dat de overrijpe bij de geringste drukking openspringen en de kleverige zaden dan blijven hangen tussen de haren van voorbijlopende dieren en zij zo verspreid worden.

De plant klimt door middel van onvertakte ranken (zie Vicia). Merkwaardig is hier vooral het spiraalvormig oprollen van dat deel van de rank, tussen de plaats waar deze uit de plant komt en het steunsel, met het doel de plant meer naar het steunsel te trekken, dus steviger en toch elastisch te bevestigen. Dit gebeurt 1 à 2 dagen, nadat de punt van de rank een steunpunt heeft gevonden.

Natuurlijk kan dit spiraalvormig oprollen tussen de 2 vaste punten niet geschieden, tenzij er 2 tegengesteld gerichte spiraalwindingen ontstaan, zelfs neemt men wel meer dan 2 keerpunten waar. Ook ranken, die geen steunsel hebben gevonden, doen hetzelfde, doch dan is de spiraal slechts in een richting gewonden, dus zonder keerpunt.

Aangezien de ranken meest een steunsel pakken, dat wat hoger ligt dan de inplanting van de rank, wordt door die spiraalwinding de stengel ook wat opgetrokken.

Voorkomen in Europa en in Nederland

De plant komt in heggen en tussen kreupelhout in Midden- en Zuid-Europa voor. Bij ons is zij vrij algemeen. Het meest komt zij in de duinstreek en in Zuid-Limburg voor, doch ook op zand- en kleigrond zijn er enige gevonden. Vroeger werd zij als geneeskrachtige plant gekweekt (hierop wijzen ook enkele volksnamen) en waarschijnlijk zijn vele onzer exemplaren overblijfsels van vroegere cultuur.

Volksnamen

De namen heggerank en wilde wingerd zijn het meest in gebruik. In de Graafschap Zutphen spreekt men van kinkrank, roswortel, wrangwortel, vuurwortel (de laatste ook in Noord-Limburg), in Twente van reerank, in Zuid-Limburg van duivelskers en guèlkeswortel, op Zuid-Beveland van borstbes, in het Land van Hulst van vergifbezen.

Bryonia = van het Grieksche bruuonia, een naam voor klimplanten o. a. ook voor de hop, afgeleid van bruon: bloemkatje, hetgeen bij de hop slaat op de vrouwelijke bloeiwijze, maar eigenlijk niet geldt voor de heggerank.

dioica = tweehuizig.

Bron; blz. 295-297, deel 3 van de Flora van Nederland 1909-1911 (3 delen) door H. Heukels.

Eigenschappen

Hoogte
1 - 400 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Ja
PH
Kalkrijk
Neutraal
Vochtigheid
Droog
Normaal
Licht
Zon
halfschaduw
Evergreen
Bladverliezend