Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Hoenderbeet

Foto: Hilde Fontier-Waarnemingen.be

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoenderbeet

http://wilde-planten.nl/hoenderbeet.htm

http://waarnemingen.be/soort/photos/6943

http://waarneming.nl/soort/view/6943

Deze plant heeft een penwortel en een dunnen, meest aan den voet sterk vertakten stengel, die ver onder de bloemen geen bladen draagt. De takken zijn opstijgend, beneden kaal, boven kort behaard. De bladen zijn kort behaard, de onderste zijn klein, gesteeld, rondachtig-hartvormig, gekarteld, die, welke de bijschermen in hunne oksels dragen, zijn zittend, half stengelomvattend, niervormig, gekarteld ingesneden.

De bloemen zijn vrij groot en staan in 2-3 vrij ver uiteenstaande schijnkransen, die bestaan uit twee 6-10-bloemige bijschermen, zonder schutblaadjes. De kelk is sterk grijs behaard , boven klokvormig verwijd, de kelktanden zijn gewimperd, na den bloei rechtopstaand of iets samenneigend, iets korter dan de buis. De bloemkroon is ongeveer 15 mm lang, donkerpurper, zeer zelden wit, de buis is dun, recht, 4 maal zoolang als de kelk of zeer kort, van binnen zonder haarring, de bovenlip is fijn behaard, ongedeeld, de onderlip heeft een tweedeelige middenlob en kleine zijlobben met meest een tand. De meeldraden zitten onder de bovenlip en hebben gebaarde helmknopjes. De vruchtjes zijn driekant, glad, afgeknot. 1,5-3 dm. Een- en tweejarig. April-Herfst.

Bij de variëteit b. fallax Junger zijn de onderste (zelden ook de hoogere) schutbladen der halve kransen gesteeld.

Biologische bijzonderheden

Vooral aan planten, die laat in den herfst tot bloei komen of ook aan die, welke uit kiemplanten zijn ontstaan, welke zich eerst vrij laat uit het zaad ontwikkelden, daarna den winter overbleven en eerst vroeg in het volgend voorjaar bloeien, zijn kleistogame bloemen waargenomen. De bloemkronen blijven hier klein en meest in den kelk verborgen. Toch treden er stuifmeelbuizen uit de stuifmeelkorrels, die zich door den wand der helmhokjes breken, naar de stempels groeien en daar bestuiving teweegbrengen. Het lijkt dan vaak, alsof de helmknopjes en de stempels onderling vergroeid zijn.

Waarschijnlijk zal het de invloed der kortere dagen en der lagere temperatuur zijn, die de bloemknoppen anders dan gewoonlijk doet ontwikkelen. Oppervlakkig gezien maakt het den indruk, alsof de plant geen open bloemen ontwikkelt in den tijd, als er toch geen insecten vliegen.

De bloemen, die zich openen, zijn met het oog op de bestuiving bijna zoo ingericht als bij L. album, doch zij zijn soms zwak protrandrisch en in de kroonbuis zit geen haarring.

Voorkomen in Europa en in Nederland

De plant komt op bouwland en in moestuinen in geheel Europa voor en is bij ons vrij algemeen, het meest op rivierklei, bijna niet op veengrond. De var. is bij den Haag gevonden.

Volksnamen

In Utrecht heet de plant hoenderbeet, in Friesland hinnebijt.

Lamium = van het Grieksche laimos: muil, naar de grijnzende bloemkroon.

amplexicaule = stengelomvattend, fallax = bedriegelijk.

Bron; blz. 221-222, deel 3 van de Flora van Nederland 1909-1911 (3 delen) door H. Heukels.

Eigenschappen

Hoogte
1 - 30 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Neen
PH
Neutraal
Vochtigheid
Normaal
Licht
halfschaduw
Evergreen
Bladverliezend