Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Raapzaad 'Namenia'

In het voorjaar een van de eerste bladgroenten. Sterk ingesneden, mals blad met een heldergroene kleur dat geoogst wordt als het plantje 15-20 cm groot is.

Raapstelen of bladmoes is een groente waarvan het jonge blad en de bladstelen gegeten worden. Het is een snel groeiend gewas dat in het voorjaar gegeten wordt. Verschillende Brassica-soorten kunnen hiervoor gebruikt worden, zoals Brassica rapa (ras: Gewone groene), Brassica rapa subsp. campestris (ras: Namenia) en Brassica sinensis (ras: Gele Malse).
Bron: wikipedia.

De seizoenen

Raapstelen zijn de lentegroente bij uitstek. Juist hun vroege oogst maakt deze groente zo populair.  Alhoewel je ze ook nog in de zomer of het najaar kan telen, worden ze overwegend geoogst in de periode april-mei. Je ziet ze weinig geteeld in de zomer. De concurrentie van andere groenten is te groot en de meeste varianten van raapstelen zullen in de zomer te snel doorschieten. Bij zomerteelten zal de malsheid ook wel tekort schieten. 
Als herfstteelt kunnen raapstelen eigenlijk wel prima, maar dan is er de concurrentie van vele andere (kool)gewassen, waardoor ze ook dan minder geteeld worden dan in het voorjaar.

De indeling

1. Bladmoes of Namenia heeft helder groene, sterk ingesneden bladeren.  Een afwijkende teeltwijze van Namenia is de herfsteelt. Dan wordt er gezaaid in augustus en in de rij gedund op 25 centimeter. Zo lijkt de kweekwijze iets meer op deze van andijvie, maar de hoofdreden van deze ruime afstand is dat Namenia gevoelig is voor rot bij een te nauwe plantafstand in de vochtige herfst. Maar je ziet ook in de herfst wel Namenia met een dichtere plantafstand. Zij behoren allemaal tot de soort Brassica napus (koolzaad, koolraap). Net zoals de meer recente Mizuna is de smaak van deze groep het meest intens.

De teeltperiodes.

Je kan raapstelen al kweken als de temperatuur overdag 10°C bereikt. In de kas is dit al vanaf half januari. In de koude bak zal dit al in februari kunnen. Zonder bescherming wachten we toch best tot half maart. Later dan half april worden raapstelen niet gezaaid. Onder glas geteeld zijn de raapsteeltjes veel malser. Natuurlijk lenen raapsteeltjes zich ook uitstekend om allerlei vervroegingstechnieken toe te passen. Op GroentenInfo verscheen al een artikel over allerlei soorten afdekking met plastiekfolie en vliesdoek. Dat kan je perfect gebruiken om ideeën op te doen om dit voorjaar raapstelen te telen.

De grond

De grondsoort is niet zo belangrijk. Wel heeft de groente een voorkeur voor een stikstofrijke grond. In een droog voorjaar en een iets latere zaai is de vochthoudenheid van de grond ook een voordeel. Raapstelen doen het goed op een grond met “oude kracht”, een humusrijke grond dus die de jaren voordien steeds goed voorzien geweest is van compost of stalmest. Daar raapstelen een vroege groente zijn, zal een vroege grond een voordeel zijn. In dat opzicht, zijn de zwaarste gronden dan ook minder geschikt.

De zaai

Heb geduld tot de grond voldoende opgedroogd is. Zaaien in een natte grond is immers niet gemakkelijk en verstikkend voor het zaad. Als je denkt dat de grond nog iets aan de natte en koude kant is kan je beter kiezen voor breedwerpig zaaien en het zaad dan achteraf lichtjes inharken. In alle andere gevallen is het aan te raden om in rijtjes te zaaien. Laat tussen de rijen vijftien centimeter en zaai 0,5 tot 1 cm diep. Er wordt dicht opeen gezaaid, waardoor je toch zo’n 3 gram zaad per m² nodig hebt. Doordat ze dicht opeen staan zullen de bladstelen rekken en ontstaan er lange, witte tot bleekgroene bladstelen. Vandaar de naam raapstelen.

Tussenteelt, Voorteelt, Nateelt.

Raapstelen lenen zich uitstekend als tussenteelt. Hierbij kan in het voorjaar vooral gedacht worden aan halfhoge en hoge erwten en sluimerwten maar ook aan tuinbonen. Verder kan je ook gemakkelijk een rijtje raapstelen zaaien tussen allerlei vroege koolgewassen (denk aan spitskool, bloemkool, broccoli). Deze laatste keuze heeft dan als bijkomend voordeel dat de raapsteeltjes onmiddellijk op het juiste perceel (vruchtwisseling) terecht komen. Ook in de kas werd de teelt al eens gecombineerd met bloemkool. Vroege serrebloemkool wordt immers ook veelal in januari uitgeplant (plantgoed afkomstig van de weeuwenteelt)

Je kan raapstelen ook gebruiken als voorteelt. Heb je een plaatsje gereserveerd voor de vruchtgroenten (tomaten, pompoenen) dan kan je daar eerst nog raapstelen kweken. Tegen half mei is de oogst al gebeurd. En zo kan je raapstelen ook in augustus zaaien op perceeltjes waar vroeg op het seizoen al plaats vrijkomt. Een nateelt dus.

De belagers.

Een typische aantasting bij raapstelen is de schade door aardvlooien. Vooral in een droog voorjaar kan de schade nogal groot zijn. De schade van aardvlooien is te herkennen aan de vele kleine gaatjes in de bladeren. Soms lijkt het wel een zeef. Er wordt gesproken van aardvlooien, maar eigenlijk zijn het kleine, blinkende kevertjes. Terwijl de schade aan de blaadjes het meest opvallend is, is de schade veroorzaakt door de larven van de aardvlooien minder gekend. Zij vreten namelijk ook aan de wortels. In droge periodes de grond bevochtigen en voldoende vroeg zaaien kan de plaagdruk al wat verminderen.

Vooral bij de teelt in de kas moet men tegen de oogst aan voorzichtig zijn met water geven. Als het gewas niet snel genoeg kan opdrogen kan er in de vochtige en warme kasomstandigheden gemakkelijk smeul ontstaan. Het is hoe dan ook aangewezen om bij de serreteelt de serre iedere dag ruim te luchten om kiemplantenschimmels en later in de teelt botrytisschimmel te voorkomen

De serre (kas)

Wie ook in november, december raapstelen wil oogsten zal vanaf half september tot de eerste dagen van oktober in de kas zaaien. Net zoals bij de teelt van veldsla heeft het geen zin tijdens de maanden november en december te zaaien. Te weinig licht zorgt ervoor dat de teelt echt niet aan de groei raakt. Dat in combinatie met de hoge luchtvochtigheid in de herfstperiode maakt het vlot verloop van  de teelt haast onmogelijk. In een vochtige, koude omgeving rotten raapstelen gemakkelijk weg. In die zin zijn raapstelen niet zo goed bestand tegen de koude als veldsla. Ze zijn ook veel minder bestand tegen aanhoudende vorst. Raapstelen zijn dan ook niet geschikt als overwinteringsteelt in de kas, in tegenstelling tot veldsla en peterselie.

Vanaf januari neemt de lichtsterkte opnieuw toe en telen we als het ware met de ontluikende natuur mee. Zaaien doe je dan in een vorstvrije periode. Gaat het dan nadien alsnog vriezen in de kas, bescherm de plantjes dan met vliesdoek, of tijdens de nacht met krantenpapier. Folie is niet aan te raden om rechtstreeks op de plantjes te leggen. Je maakt dan beter een koepeltje binnen de kas.
Je kan natuurlijk ook nog in februari en maart raapsteeltjes zaaien in de serre.

De teeltduur

De tijd tussen zaaien en oogst schommelt tussen 10 weken (vroege v9oorjaarsteelt of late najaarsteelt) en 4 weken (als je zaait in mei). Maar voor de meest voorkomende teeltwijzen zal dit ongeveer 6-8 we9ken zijn.

De oogst

Soms worden raapstelen met wortel opgetrokken, soms worden de blaadjes tot tegen de grond afgesneden. De raapstelen van de groep “Gewone Groene” worden voor de handel traditioneel met wortel geoogst. Het zijn immers keukenraapjes! De groepen “Bladmoes”, “Gele Malse”   “Snijmoes” worden tegen de grond afgesneden. Als je het hart van de plant met rust laat, kan dan soms nog eens een tweede oogst gedaan worden, net zoals bij spinazie. Er wordt geoogst als het gewas zo’n 10 tot 25 cm lang is. Toch moet de voorkeur gegeven worden aan een gewaslengte van zo’n 15 centimeter, dan zijn er de meest malse blaadjes. Met als nadeel een lagere productie.  Bij een goede gewasontwikkeling mag je rekenen op een opbrengst van zo’n 2 kg blaadjes per m².

Het niet gekookte blad van raapstelen kan in een stamppot verwerkt worden. Je kan de raapstelen ook koken. Of ze verwerken in een lentesalade. Hier vind je meer dan honderd recepten met raapstelen. (http://www.smulweb.nl/recepten?query=raapstelen)

Eigenschappen

Hoogte
20 - 30 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Neen