Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Cordyline 'Red Star'

Cordyline australis 'Red Star'

Foto: Cordyline 'Red Star'

Foto: Cordyline 'Red Star'
Foto: Cordyline 'Red Star'
Foto: Cordyline 'Red Star'

roodbladige soort goed drainerende grond
Hoogte : 300 cm

herkomst: rond 15 soorten. Een soort komt uit tropisch Amerika, enkele soorten uit het Pacifisch gebied; de sterkste en meest koudebestendige komen uit Australië en Nieuw Zeeland.
Beschrijving: Cordylines worden vaak aangezien voor palmen, maar daar hebben ze niets mee van doen. Cordylines lijken ook sterk op Dracaena's; deze zijn wel aan elkaar verwant. De bloempjes veschillen wel duidelijk: bij Cordyline zijn ze klein en stervormig en staan ze in grote pluimen. De vruchtjes zijn ook anders: kleine roze,zwarte of witachtige besjes. Bij potcultuur kan het zijn dat de ondergrondse kruipende rhizoom onder uit het afvoergat groeit. In de volle grond vormen ze vaak groepjes van stammetjes die alle uit dezelfde rhizoom ontspringen. Voor ons komt één soort het meest in aanmerking: Cordyline australis. Deze zeer indrukwekkende plant kan in gebieden met hooguit matige vorst wel 10m hoog worden. In koele gebieden vormt hij daarbij een dikke stam (in warmere gebieden blijft de stam vaak iets dunner). Ook in pot blijft de stam dun; het beste is om hem als vrij kleine plant al in de tuin te zetten. C.australis is de grootste soort. De zaailingen hebben zeer smalle, sierlijk gebogen bladeren. Ze blijven lange tijd klein, maar op gegeven moment worden de bladeren geleidelijk iets breder en de plant gaat ook sneller groeien. Grote planten kunnen bloeien met pluimen van ruim een meter lang. Een grote stamloze pol met bladeren van zo'n 80cm lang, voorjaar 2003 in mijn tuin geplant had eind september een 40cm lange stam gevormd, met bladeren van 1m lang. Van Cordyline australis bestaan ook gekleurde vormen, deze zijn vaak makkelijker te krijgen dan de groene soort (die ik veruit het mooist vind!). De populaire cultivar "Purpurea"heeft bronspaarse bladeren. Het lijkt wel of hij met een soort metaalfilm is overdekt. De cultivar "Albertii" heeft een ieler voorkomen, dunne stammetjes en in de lengte roomwit gestreept blad. De jonge uitlopers hebben een roze waas. Verder zijn er nog de vormen "Autumn Bronze" met rode bladeren met gouden randjes; "Pink Stripe" met lichtroze blad met groene randjes. Deze vormen zijn aanmerkelijk minder winterhard dan de groene soort; ze groeien ook langzamer. Cordyline "Red Fountain" is een kruising tussen C.pumilio en C.banksii. Deze plant heeft purper blad en vormt geen stam.
Winterhardheid: de groene vorm van Cordyline australis is de meest winterharde van het stel. In de volle grond heeft hij geen enkele moeite met 15 graden vorst (mits niet te lang en als het niet waait!). Wordt het kouder, of ziet het er naar uit dat de koudeperiode lang gaat duren, dan verdient het aanbeveling om de groeipunt te beschermen. Dit doet men door de bladeren van onder naar boven bij elkaar te pakken en op te binden met touw dat niet snijdt. Daar kan voor de zekerheid nog een oude lap omheen. De groeipunt is dan ingepakt en blijft bovendien droog. Zodra het warmer wordt dient dit weer verwijderd te worden, maar bij langdurige droge vorst kan het gedurende de gehele vorstperiode blijven zitten. Een eenvoudige maar doeltreffende winterbescherming (voor bijna alle planten) is het aanbrengen van een mulchlaag aan de voet van de stam. Als er een onvervalste elfstedenwinter komt, dan vriest de stam meestal tot de grond af. Geen nood, want in het voorjaar loopt de plant dan weer uit de grond uit. Het is natuurlijk wel zonde van de stam. Op hun natuurlijke groeiplaatsen gebeurt het ook af en toe dat in bijzonder koude periode oude exemplaren tot de grond afvriezen. Een late nachtvorst in het voorjaar kan wel eens de jonge bladeren nabij het centrum bevriezen, zeker als er water in het centrum staat. De plant zal dan bij schade op die plaats vertakken en meerstammig verder groeien. Ik heb drie exemplaren in de tuin staan, waarvan de oudste nu drie winters en de op een na oudste nu 2 winters heeft overleefd. De grootste is nu 3m hoog. Een van de drie was een klein, niet afgehard plantje dat in de koude sneeuwloze winter van 2002-2003 tot de grond afvroor. Inmiddels (januari 2006) is hij ruim 2m hoog en volledig winterhard. Voor alldrie de exemplaren in de tuin geldt dat de extreem koude nacht in maart 2005(-18ºC) nauwelijks enige schade heeft veroorzaakt. Wellicht zullen in de nabij toekomst Cordyline indivisa, C. kaspar en C. banksii ook kansrijk blijken in ons klimaat. C. indivisa echter moet zeer beschut in de schaduw staan: hij kan niet tegen langdurige zomerhitte. Globale regel voor Cordylines: groene vormen en de exemplaren met de smalste bladeren zijn het meest winterhard.
Extra selectie: zaailingen van Cordyline australis "Groenland" en C.a "Zuidland", beide afkomstig uit het koudste gebied van het zuidereiland van Nieuw Zeeland. De eerstgenoemde is een plant die reeds als zaailing groen is, de ander is als zaailing roodachtig getint (afwachten of dit nog verandert naarmate de plantjes groter worden). Deze planten moeten nog verder getest worden, maar dat ze veel koude kunnen hebben staat wel vast.
Verzorging: Minimaal enkele uren zon per dag, tenzij ze heel beschut staat, dan kan ze het met wat minder zon ook goed doen. Losse, goed drainerende, voedselrijke grond. Ze kan ook goed in kleigrond, als die maar verbeterd is met compost en zand. Mag niet met de voeten in het water staan! Regelmatig water geven in het groeiseizoen zolang ze nog niet aangeslagen zijn. Als ze goed gesetteld zijn kunnen ze goed tegen droogte en volle zon. Het wortelgestel is dan groot genoeg om zichzelf te voorzien van voldoende water. Cordylines hebben een hekel aan verstoring van de wortels, dus laat ze met rust als ze op hun definitieve plaats staan.  

Eigenschappen

Hoogte
20 - 300 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Matig
PH
Neutraal
Vochtigheid
Normaal
Licht
Zon
halfschaduw
Evergreen
Bladhoudend