Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Gele maskerbloem

Mimulus guttatus  • 

Foto: Gele maskerbloem

Foto: Gele maskerbloem
Foto: Gele maskerbloem
Foto: Gele maskerbloem

Algemene omschrijving

De Gele maskerbloem (Mimulus guttatus) behoort tot de Helmkruidfamilie (Scrophulariaceae). De plant komt van oorsprong uit westelijk Noord-Amerikaans gebied (Rocky Mountains) en Chili. Begin 19e eeuw (1814) maakte Schotland vanuit Noord-Amerika voor het eerst kennis met de plant als sierplant, m.a.g. verwildering en verspreiding van de plant over delen van Europa en setteling in Noord- en West Europa.

In Nederland en Belgie komt deze overblijvende plant, maar niet wintergroene plant in het wild soms voor aan sloten, vijvers, droogvallende uiterwaarden en rivieroevers, ondiep stilstaand water, moerassig gebied.

De Gele maskerbloem is in Nederland zeer zeldzaam en is soms als verwilderde variant in tuinen te vinden. Ondanks zijn zeldzaamheid kan hij -eenmaal goed aangeslagen op voedselrijke grond- zich sterk uitbreiden, daarmee inheemse vegetatie verdringend en mogelijk een bedreiging vormend in het natuurgebied waar de plant zich gevestigd heeft. Het is daarom raadzaam niet zomaar de plant ergens in de vrije natuur uit te zetten.

De plant wordt tussen de 20 tot soms wel 90 cm hoog en bloeit van juni tot september.

De tweelippige, 3-4 cm lange, heldergele bloemen staan solitair in de bladoksels. De bloemstelen zijn langer dan de lengte van de bladeren van deze bladoksels. De tweelobbige bovenlip staat opgericht, de onderste lip heeft drie lobben, waarvan de middelste vaak rode spikkels draagt. Binnenin de kelk is de bloem behaard. De plant heeft beklierde bloeistengels. 

De bladstengels zijn lichtgroen tot groen, hol, kaal of bovenaan behaard. Jonge, korte bladstengels kunnen een rossig-paars zweem hebben. Ze zijn rechtopstaand, maar neigen wat naar voren wanneer de plant groter en voller wordt.

Het tegenoverstaande blad is groen tot donkergroen, soms met iets rossig-paarse kleuring rondom de bladnerven, glad, glanzend, duidelijk generfd, eirond tot langwerpig of soms liervormig. De bladrand is onregelmatig getand. De onderste bladeren zijn gesteeld, de bladeren naar boven toe ongesteeld (zittend) of halfstengelomvattend.

De Gele maskerbloem lijkt enigszins op het Muskusplantje (Mimulus mischatus), maar terwijl de eerstgenoemde een (vrijwel)rechtopstaande stengel heeft en kaal tot behaard is, heeft de laatstgenoemde kleverige klierharen en een liggende- tot opstijgende stengel.

Vereisten

De Gele maskerbloem heeft niet veel verzorging nodig, maar houdt van zon en kan ook in de lichte schaduw, zon heeft echter de voorkeur. De plant gedijt het best op een vochtige tot natte voedselrijke grond, maar wordt ook wel aangetroffen op voedselarme gronden in Europa, dus kan ook op wat minder rijke grond staan. Bodem tussen twee gietbeurten niet laten uitdrogen. pH-waarde bodem: met name neutraal, maar kan ook op lichtzure-, of zure grond groeien.

Onderhoud

De Gele maskerbloem vermeerdert zichzelf d.m.v. zaad of vegetatief. De plant is geen flinke woekeraar. Bij te grote hoeveelheden planten is verwijdering niet moeilijk, maar door zaadvorming kan er wel weer een nieuwe generatie opkomen.

Planten in potten, kuipen, waterbassins etc. beschermen tegen tegen (strenge)vorst door goed af te dekken of binnen te zetten, b.v. in schuur of garage.

Gebruik

De plant is zowel solitair (b.v. in bloempot) en als groepje in de tuin geschikt. Rondom- of in een ondiep gedeelte van de vijver doet de plant het ook goed, mits er voldoende licht is. Ook geschikt voor het beplanten van een drijvend planteneiland, samen met b.v. gele lis, grote kattenstaart, dwergrus, genadekruid, moeraswederik, watermunt etc. Kan ook groeien in een vijvertuintje, b.v. in een bak of kuip met natte grond en water. 

Lange bloeier.

De zaadhulsjes drogen aan de plant, waarna men de zaadjes kan verzamelen. Zaaien in april onder glas, in april-mei in de volle grond. Plantafstand ca. 30 cm. Voor beplanting in de tuin gebruikt men ca. 5-9 planten per vierkante meter.

De plant is niet eetbaar. 

Hommelplant.

Eigenschappen

Hoogte
20 - 90 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Ja
PH
Neutraal
Vochtigheid
Vochtig
Licht
Zon
halfschaduw
Evergreen
Bladverliezend