Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Ui (algemeen)

Foto: Ui (algemeen)
Foto: Ui (algemeen)
Foto: Ui (algemeen)

De naam ui (Allium cepa) (ook wel ajuin of juin genoemd in Zuid-Nederland en Vlaanderen, en siepel in Noord-Nederland) wordt meestal gebruikt voor Allium cepa, ook de tuinui genoemd. Het is een plant uit de lookfamilie (Alliaceae).
Uien hebben een sterke smaak en geur, die verminderen bij verhitting. Ze hebben in het algemeen een papierachtig buitenste vel over een gelaagde kern. Ze worden wereldwijd gebruikt in de keuken, en bestaan in allerlei vormen en kleuren.


Ondergrond voor uienteelt
Alle grondsoorten zijn bruikbaar voor de uienteelt. Als je groentetuin op een zure grond of zandgrond ligt, dan moet je wel eerst nog kalk toedienen.

Als je uien in je eigen tuin wil telen, zorg je ook best voor een goed bemeste ondergrond. Gebruik geen stalmest, want deze trekt de uienvlieg aan. Geef liever de voorkeur aan gedroogde organische mest of kunstmest. Ideaal is het als je organische mest onderspit voor het groeiseizoen en kunstmest gebruikt als bijbemesting tijdens de teelt zelf.

Bij de teelt van uien raadt men aan om vruchtwisseling toe te passen. Dat betekent dat je maximaal eens in de 6 jaar op hetzelfde stukje grond uien zaait of plant. Op die manier heb je minder last van ziektes en plagen.

Plantuien telen
Als je kiest voor plantuien, dan moet je weten dat de teelt uit 2 delen bestaat: enerzijds die van de eerstejaars uien, anderzijds die van de tweedejaars uien. Met andere woorden: het 1ste jaar kweek je de ajuien op: je zaait ze en laat ze groeien tot het tijdstip van planten aangebroken is, het 2de jaar plant je ze.

Hoe ga je te werk?

Zaai de eerstejaars tussen eind maart en begin april in geultjes van een paar centimeter diep en met een onderlinge plantafstand van 1 à 1,5 centimeter. Laat 20 centimeter vrij tussen de geulen.
Als de uien beginnen te groeien, hoef je ze niet uit te dunnen.
Oogst de bolletjes met een gemiddelde doorsnede van 10 à 20 millimeter tijdens de 2de helft van de maand juni. Trek de hele uitjes daarbij uit de grond.
Laat de uitjes drogen opdat het loof van de uitjes afsterft.
Is het loof afgestorven, dan snij je het vlak boven het uibolletje af, zo voorkom je rotten.
Sla de bolletjes tussen augustus en maart op. Zorg voor de juiste bewaartemperatuur, die is afhankelijk van het ras.
In maart plant je vervolgens deze tweedejaars uien: idealiter zorg je voor rijen waarbij je een onderlinge afstand van 30 centimeter aanhoudt, tussen de uien laat je 10 centimeter vrij.
Druk de bolletjes aan in de losgemaakte grond en bedek ze met een fijn laagje aarde.
Houd het groentebed van de uien de volgende maanden onkruidvrij.
Eventueel kan je een arme ondergrond bijmesten met kunstmest.
De uien oogsten kan vanaf begin juli: het zijn dan licht gekleurde bollen met groen loof.
Later oogsten behoort ook tot de mogelijkheden: je oogst de uien dan vanaf half augustus, nadat het loof afgestorven is.

Plantuien bewaren
Plantuien kan je ettelijke maanden bewaren. Ze moeten dan wel opgeborgen worden in een koele en donkere ruimte. Verwijder het afgestorven loof en de bruine vliezen rond de ui niet, want deze beschermen de geoogste ui.

 

Zaaiuien telen
In vergelijking met plantuien kan je zaaiuien later oogsten en langer bewaren.

Hoe ga je te werk?
Vanaf het ogenblik dat de weersomstandigheden het toelaten kan je uien zaaien: ergens tussen eind februari en begin april. Hoe later je zaait, hoe beter het zaad opkomt.
Zaai de zaaiuien in rijen met een onderlinge afstand van 25 cemtimer. Laat 5 tot 7 centimeter tussen elk zaadje, zodat de plant voldoende ruimte heeft om uit te groeien zonder dat je moet uitdunnen. Houd een diepte aan van maximum 2 centimeter.
Houd de ondergrond gedurende de volgende maanden onkruidvrij.
Oogst de zaaiuien in augustus en september.
Laat de bollen 1 tot 2 weken drogen op het zaaibed, althans als het niet te vochtig is. Anders moet je ze op een droge en winderige locatie laten drogen.

Zaaiuien bewaren
Wil je zaaiuien bewaren, dan wacht je best met de oogst tot het loof grotendeels plat is gaan liggen. Je kan de uien dan veel beter drogen dan wanneer het loof nog groen is. Zorg voor een koele vorstvrije ruimte en je kan de uien bewaren tot maart of april.

Wacht echter niet te lang met oogsten. Als je na september nog zaaiuien oogst, beschadig je veel bruine vliezen. De kans op rotten neemt dan sterk toe.

Sowieso doe je er goed aan om de zaaiuien tijdens het bewaren geregeld te controleren, want elke beschadiging kan rot veroorzaken en 1 rotte ui besmet al snel een andere.

 

Bron: infotalia.com

Eigenschappen

Hoogte
20 - 50 cm
Winterhard
Neen
PH
Neutraal
Vochtigheid
Normaal
Licht
Zon
halfschaduw
Schaduw

 

2 varieteiten van deze plant