Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Oerprei

Foto: Oerprei
Foto: Oerprei
Foto: Oerprei

Hoewel oerprei de laatste jaren via zaadhuizen meer bekend is geraakt, wordt het steevast een zogenaamde nieuwe groente genoemd. Nochtans is er niets nieuws onder de zon. In tuinpublicaties uit het begin van de vorige eeuw vind je geregeld beschrijvingen van deze speciale preisoort. Wereldwijd omvat het geslacht Allium een duizendtal soorten. Op het noordelijk halfrond komen er zowat 280 soorten voor waarvan enkele, zoals daslook en kraailook, bij ons verwilderd in de vrije natuur. Als cultuurplanten worden verschillende Alliumsoorten verbouwd: ui, sjalot, bieslook, prei, knoflook, etage-ui, …

Uiterlijk lijkt oerprei op een kruising van prei en sjalot. Het bovengrondse gedeelte onderscheidt zich niet van gewone prei, maar ondergronds vormt de plant een klister van middelmatig grote bolletjes. Zowel het preiblad als de bolletjes zijn in culinair opzicht interessant. Qua smaak verschilt het blad niet sterk van de klassieke prei en de bolletjes hebben een zachte smaak die lichtjes aanleunt bij knoflook.

Rijenteelt en busselteelt
Ik experimenteerde in de voorbije jaren met twee verschillende groeiwijzen: de rijenteelt en de busselteelt. Einde augustus sterft het bovengrondse gedeelte van oerprei volledig af. Je kunt de ondergronds gevormde klisters gewoon in de grond laten zitten. Na enkele weken lopen de bolletjes dan weer uit en bovengronds vormen zich bussels jong preiblad die je voor herfstgebruik kunt oogsten. Je kunt alles ook gewoon laten staan voor oogst in het vroege voorjaar. Na de overwintering groeit de prei in het voorjaar fors door tot enkele grotere preien, met aan de kanten heel wat zijpreitjes. Eventueel kun je die zijpreitjes in het voorjaar elders uitplanten. Dit is de busselteelt.

Zelf verkies ik de teelt op rijen, waarbij naar mijn mening de opbrengt groter is. Zoals de meeste Alliums verkiest oerprei een humusrijke, vochthoudende grond met goede structuur. Wij brengen hem in ons teeltplan onder op het perceel van de bladgewassen. Begin augustus worden afgerijpte bolletjes van de teelt, die het vorige jaar is ingezet, opgedolven en een drietal weken op een luchtige, schaduwrijke plaats gedroogd. In september start dan de nieuwe teelt en worden bolletjes uitgezet op rijen met een tussenafstand van 25 cm op 15 cm in de rij. In het vroege voorjaar worden de oerpreiplanten lichtjes aangeaard. Oogsten doe je in de maanden april en mei na het dikken van de oerprei.
Ik reserveer voor de vegetatieve vermeerdering bij de rijenteelt een 25-tal planten om voldoende pootmateriaal te kweken voor volgend jaar. Als begin mei de zaadstengel zich begint te vormen snijd ik die door, zodat alle groei-energie van de plant naar de vorming van dikke ondergrondse bolletjes gaat. Voor de rest laat ik de planten ongemoeid tot einde augustus. De dikste bolletjes – 2 tot 3 cm dik – benut ik bij de oogst als plantmateriaal; de rest wordt verwerkt in de keuken.

Minimale infectiedruk
Het grote voordeel bij de teelt van oerprei is dat in de groeicyclus de bovengrondse vegetatieve groei vooral gebeurt tijdens het najaar en in het vroege voorjaar. In deze jaarperioden is de infectiedruk van de preivlieg minimaal. In mijn ervaring van de voorbije jaren is oerprei dan ook een eerder zorgeloze teelt, die duidelijk minder gevoelig is voor de klassieke aantastingen bij prei.

In de keuken kun je oerprei bijna het hele jaar door op verschillende manieren benutten: de jonge preischeutjes in de herfst en tijdens de lente, de volgroeide prei in de voorzomer en de knolletjes in de nazomer. Oerprei, meer dan zomaar een curiosum, is beslist het proberen waard!

Eigenschappen

Hoogte
1 - 50 cm