Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Foto: Augurk

Augurken en komkommers stammen uit Indië. Plantkundig gezien gaat het om dezelfde soort. Dat merk je als je probeert een buitenkomkommer van een augurk te onderscheiden. Dat is niet zo eenvoudig. Het verschil zit hem vooral in de grootte van de vruchten: augurken zijn kleiner. En dat is ook maar zo omdat augurken jong geplukt worden. Natuurlijk heeft de selectie van de rassen hier ook haar werk gedaan: sommige rassen werden voor de augurkenteelt geselecteerd, andere voor de teelt van vollegrondkomkommer, met telkens accenten op andere eigenschappen.
Augurken hebben vierkante stengels die tot 3 m ver kruipen. Aan dezelfde plant zitten vrouwelijke en mannelijke bloemen. Eén mannelijke bloem geeft voldoende stuifmeel om enkele tientallen vrouwelijke bloemen te bevruchten. De vruchten zijn min of meer driehoekig, langwerpig en afhankelijk van het ras glad of gebobbeld. In het zuur of in het zoetzuur opgelegd, zijn ze erg gewild als knapperig hapje. Vers worden ze zelden gegeten. Daar gebruik je beter komkommers voor.

1. Teeltwijzen

Augurken zijn zeer afhankelijk van het weer. Een koud voorjaar en een natte, koude zomer maken een behoorlijke oogst erg onwaarschijnlijk. Voor een amateur doet zich nog een andere moeilijkheid voor: hij moet zeer regelmatig plukken en die kleine hoeveelheden heel snel verwerken voor ze bederven.

Omdat de minste nachtvorst de augurk onherroepelijk velt, worden de planten pas einde mei buiten geplant. Als je ze vroeger wil planten, zal je een of andere beschutting moeten aanwenden. Je zaait dan best na half mei, ter plaatse of in potjes.

Teelt in vollegrond

Zaaien ter plaatse is mogelijk in de tweede helft van mei: 2-3 zaadjes in putjes van 1 tot 2 cm diep, de putjes 25 cm van elkaar en 1,5 m tussen de rijen. Dun uit tot op 1 of 2 planten.
Zaaien in potjes onder glas tussen 10 en 20 mei is aan te raden om de opkomst te verzekeren en om te beschermen tegen nachtvorst. In elk potje stop je twee tot vier zaden. Behoud daarvan de beste plantjes. Plant ze buiten na 20 mei.
Om de oogst verder te spreiden kan ook in de eerste helft van juni nog gezaaid worden (de late teelt). Je kan ter plaatse zaaien of voorkweken.

Vollegrondsteelt langs touwen

Augurken kunnen buiten omhoog geleid worden langs koorden of kippengaas met grote mazen. Om de 50 cm worden 2 planten bij elkaar gezet. De afstand tussen de rijen is 125 tot 150 cm. Je moet de planten helpen klimmen door aandraaien of vastbinden. De teelt neemt op die manier wat minder plaats in, de opbrengst is groter, de oogst is gemakkelijker, de augurken blijven proper en het gewas droogt sneller op. Daartegenover staan meer werk en de absolute noodzaak om een stevige windschut te voorzien.

Teelt in de serre

Augurken in serres worden langs koorden gekweekt, zoals komkommers. De oogst verloopt zeer gespreid (van half juni tot half oktober) en de opbrengst kan vijf tot tien keer hoger liggen dan buiten. Voor de bevruchting moet je voorzien dat bijen gemakkelijk in de serre kunnen. De ramen zullen dus tijdens de bloei moeten open staan. Om Fusarium te voorkomen worden de augurkenplantjes beroepsmatig geënt op een onderstam van Cucurbita ficifolia.

2. Rassen

Er is een grote variatie in rassen.

Kleine Groene Scherpe Parijse (Vert Petit de Paris) is een traditioneel ras met wrattige, groene vruchten, gevoelig voor meeldauw en virussen en niet bittervrij. Dat laatste wil zeggen dat er augurken kunnen tussen zitten met een erg bittere smaak.
Venlose Nietplekker: gladde en fijnbehaarde vruchten, ook vatbaar voor virus en meeldauw.
Deze rassen blijven in omloop, omdat ze vruchten met stekeltjes voortbrengen die onder meer in het Brusselse erg gewild zijn.

Hokus is een gemengd bloeiend ras met sterke groei en laat oogstbaar. In koele zomers kan de oogst hierdoor tegenvallen. Mooie donkergroene vruchten, bittervrij, maar wel vatbaar voor meeldauw, tolerant voor virussen.

Hybriden
Vele augurkhybriden zijn rassen die voor 90 tot 100% vrouwelijke bloemen hebben. In het geval van 100% vrouwelijke bloemen worden speciaal 10% planten van een gewoon en dus gemengd bloeiend ras er bij geplant. Deze rassen zijn bittervrij, gedeeltelijk of volledig resistent tegen meeldauw en soms ook resistent tegen andere ziekten. Bijna elke zaadfirma presenteert hier haar eigen hybride.
Bv.: Levotex en Fakor

Parthenocarpe rassen
Dat zijn hybride rassen die ook zonder bevruchting vruchten vormen. De augurken ervan bevatten geen zaden. Via een gelijktijdige en tragere vruchtvorming wordt in de beroepsteelt een machinale pluk mogelijk.
Bv.: Colet

3. Bodem en bemesting

Augurken groeien op alle gronden als de structuur en de vochtvoorziening in orde zijn. De grond moet een losse structuur hebben zodat de bodem snel kan opwarmen. In droge perioden moet de grond voldoende water kunnen vasthouden en geef je één of meerdere gietbeurten. Augurkenwortels zijn sterk vertakt, maar zitten zeer ondiep. Anderzijds moet de grond in natte perioden ook goed ontwateren.

Augurken geven de voorkeur aan vlug opwarmende, goed doorlatende gronden met een goed humusgehalte. Humushoudende zandgronden zijn in dit opzicht dus ideaal.
De beste zuurtegraad (pH-KCl) ligt tussen 5,5 en 5,8.
Augurken zijn vrij gulzige planten. Ze stellen vooral eisen aan de organische bemesting. Ze zijn erg dankbaar voor verteerde stalmest, champignonmest of halfrijpe tot rijpe compost. De bemesting dien je laat in de winter of vroeg in het voorjaar toe. Op zandgronden met een lage pH kan er wel eens magnesiumgebrek optreden. Om dit te voorkomen gebruik je bij het bekalken het best dolomietkalk die rijk is aan magnesium.

4. Standplaats

De augurken komen logischerwijs bij de vruchtgewassen terecht.
Augurken zijn erg gevoelig voor wind. De ranken vliegen gemakkelijk weg en schuren dan over elkaar, waardoor het gewas beschadigd wordt of verslijt. Om ervoor te zorgen dat het gewas uit de wind staat, kan je het zo regelen dat de augurken aan de windzijde beschermd worden door snelgroeiend hoog gewas, bv. drie rijen maïs.
In het geval van niet opgebonden augurken, kan je het zo regelen dat aardappelen of bonen op het naburig perceel de augurken uit de wind houden.
Als je augurken opbindt, kan moet je een hogere windbreker gebruiken, zoals maïs. Je kan er ook speciaal 2 lijnen winterrogge voor zaaien, in september of oktober. Begin juli maai je die geleidelijk af. Het stro dient dan als mulch en de ranken kunnen er zich aan vasthechten.
Augurken zijn slechte kiemers. Je kan ze het best 24 uur in lauw water voorweken en eventueel daarna voorkiemen. Voor het zaaien in potjes of perspotjes gaat de voorkeur uit naar de grotere maten, van 8 tot 10 cm doorsnede. Dat heeft het voordeel dat de planten wat langer in de pot kunnen blijven als het slecht weer is. Vanuit kleinere potjes (4-5 cm) worden ze uitgeplant als het eerste blad verschenen is.
Als opkweekplaats voldoet de platte bak erg goed. Zet de potjes of perspotjes enkele dagen op voorhand in de bak, zodat ze kunnen opwarmen. Stop het zaad 2 cm onder en dek de pot af met een dun laagje grof zand. Om uitdroging te voorkomen kan je de potjes nog eens met een stuk plastic afdekken. Vanaf het moment dat de eerste zaden kiemen, moet die plastic er absoluut af, omdat anders de jonge plantjes kunnen verbranden. Lucht de bak een beetje zodra de plantjes opkomen. Als de temperatuur buiten gedurende één week 18°C heeft gehaald, mag het glas eraf.

5. Planten

Het planten moet gebeuren op een voldoende opgedroogde grond. Probleem is wel dat je het planten niet lang kan uitstellen eens de augurken plantklaar zijn. Een grote pot (8-10 cm) geeft nog een beetje speelruimte. De plantdata zijn al opgegeven maar blijven plaatselijk gebonden. De stelregel is dat elke kans op nachtvorst verdwenen moet zijn vóór je augurken buiten plant. Die datum valt in de loop van mei, maar verschilt nog sterk naargelang de streek en de ligging van het perceel. Neem bij de teelt dus geen risico’s en plant niet te vroeg.

6. Teeltzorgen

Vroeger werd aangeraden om augurken te snoeien. Onderzoek wees uit dat dit overbodig is. Je kan wel het best de ranken uitspreiden om ze zo gelijkmatig mogelijk over de grondoppervlakte te verdelen. Zowel voor de groei als met het oog op de oogst is dat van belang.
Gieten, hakken en wieden zijn meestal nodig.
Mulchen met hooi of stro heeft veel voordelen. De ranken hechten er zich aan vast en waaien minder gemakkelijk weg. De vruchten blijven properder en de grond vochtiger.

7. Oogst

Belangrijk is zeer regelmatig plukken. Bij normaal weer twee keer per week en bij warm weer drie keer. Zo kan je de vruchten steeds jong plukken en kunnen de volgende snel doorgroeien. Als je de vruchten groter laat worden, valt de aangroei van nieuwe vruchten stil. Je krijgt dan wel grotere vruchten en in totaal meer kilo’s, maar die dikke augurken met zaad in kan je alleen nog in de soep verwerken. Het is daarom ook belangrijk om zeer secuur te plukken en geen oogstrijpe vruchten te vergeten. Daarvoor moet je goed uitkijken want de augurken groeien vaak verstopt tussen het blad. Hef de ranken zo min mogelijk op en let op dat je ze niet plat trapt. Het zwaartepunt van de oogst valt bij de normale teelt in augustus.

8. Bewaring

Meestal worden augurken in het zuur ingelegd, de kleintjes in hun geheel en de grotere in stukken gesneden. Augurken bewaren voor de inmaak stelt problemen, omdat de beste temperatuur 10 tot 13°C is. In de ijskast is het te koud en rotten ze gemakkelijk. Je zou het in de kelder kunnen proberen, maar reken er niet op ze langer dan één week te bewaren. Als je de augurkenvloed wil bijhouden zal je dus regelmatig moeten inmaken.

Voor het inmaken of opleggen ga je als volgt te werk: was de potjes met de schroefdeksels goed af en spoel ze met heet water. Doe de gewassen vruchten in de potjes. Breng de azijn, verdund met 50% water waaraan wat suiker, zout en kruiden (dille, laurier, mosterdzaad en peperkorrels) zijn toegevoegd, aan de kook. Vul hiermee de potjes tot aan de rand en sluit met het schroefdeksel.

9. Zaadteelt

Van zaadvaste rassen kan je enkele vruchten van uitgekozen planten laten doorgroeien tot het vlees mals is. Je snijdt ze dan door, haalt het zaad eruit en wast het. Verbastering met andere komkommerachtigen is altijd mogelijk.

10. Ziekten en plagen

De meeldauwschimmel is vijand nummer 1 van de augurken. Bij warm weer gaan ze er aan ten onder. Lees verder bi Ziekten en plagen bij de komkommerfamilie, p. 545.
Daarnaast kan vooral het weer roet in het eten gooien. Een koud nat voorjaar is allesbehalve bevorderlijk en een koele zomer is helemaal een ramp. Het gewas stopt met groeien en het valt ten prooi aan allerlei schimmelaantastingen.
Spint en magnesiumgebrek zijn ook twee belangrijke kwalen voor augurk

Bron: Velt
 

Eigenschappen

Hoogte
1 - 400 cm
Winterhard
Neen
Vochtigheid
Normaal
Licht
Zon
halfschaduw

In onze shop